Meest recent

    Kurt Desplenter

    Wat zal u merken van de afgeslankte provincies?

    Op 1 januari worden een pak bevoegdheden van de provincies overgebracht naar het lokale of het Vlaamse niveau. Zal de burger iets merken van die provinciale afslanking? We vroegen het aan Filip De Rynck, hoogleraar bestuurskunde aan de UGent.

    De Vlaamse regering besloot bij het begin van de legislatuur in 2014 om de provincies serieus af te zwakken. “Dat was het resultaat van een politiek compromis indertijd”, zegt professor De Rynck. “De N-VA wilde de provincies eigenlijk helemaal afschaffen, maar CD&V wilde dat zeker niet. Dus is men een beetje halfweg geland en heeft men die persoonsgebonden bevoegdheden (welzijn, sport, cultuur en jeugd) bij de provincies weggehaald.”

    Zowat alle aspecten voor welzijn, sport en cultuur zullen op die manier worden overgenomen door de gemeenten of – en vooral – door Vlaanderen. Het gaat dan bijvoorbeeld over de provinciale musea, provinciale domeinen of provinciale cultuurhuizen. “Er is jaren onderhandeld over de vraag wie dat zal overnemen en hoe dat allemaal verder georganiseerd en gefinancierd zal worden”, aldus De Rynck. “Het antwoord op die vraag is telkens verschillend per dienst.”

    “Als de burger bijvoorbeeld een bepaalde sportinfrastructuur – zoals het Huis van de Sport in Gent- gebruikt, zou hij kunnen merken dat er plots een nieuwe beheerder is die op een heel andere manier met die infrastructuur omgaat en bijvoorbeeld de prijzen verhoogt. De provinciebesturen organiseerden ook heel wat muziekwedstrijden voor fanfares of beginnende groepjes, competities die per provincie heel verschillend waren. Wat gaat Vlaanderen daarmee doen? Ook op vlak van jeugdwerk namen de provincies zeker initiatief. De vraag zal zijn of de Vlaamse overheid dat allemaal nog waardevol gaat vinden.”

    "Risico zeker niet uitgesloten dat burger er iets van zal merken"

    1 januari wordt geen hakbijl: het is niet zo dat alles vanaf dan radicaal zal veranderen. Bovendien komt er een overgangsperiode van 2 jaar. “Er duiken ook nog heel wat vragen op die ook voor de Vlaamse overheid zelf nog niet duidelijk zijn. Men moet nieuwe decreten uitwerken en dat gaat allemaal zo snel niet”, zegt professor De Rynck.

    Wat er concreet zal veranderen, is op dit moment nog vrij voorbarig.  “Maar in heel wat milieus is er onrust”, stelt De Rynck vast. “Het is zeker niet uitgesloten dat er her en der slachtoffers zullen vallen en dat werkingen die hun waarde bewezen hadden in gevaar komen. Het risico dat de burger er her en der iets van gaat merken, is zeker niet uitgesloten.”

    Vraag is of er geen intelligentere benadering mogelijk was

    De afslanking van de provincies moet uiteindelijk leiden tot een efficiënter bestuur. Althans, dat is de bedoeling. “Maar dat zal heel erg afhangen van hoe de Vlaamse overheid zelf met die bevoegdheden zal omgaan”, zegt De Rynck. “Als het efficiënter en beter zal zijn… Op die vraag zullen we pas antwoord kunnen geven als we weten hoe de Vlaamse overheid het verder gaat aanpakken.”

    Veel redenering zat er alvast niet achter het politieke compromis van de provinciale afslanking, stelt de professor bestuurskunde. “Men heeft de ruwe bijl gehanteerd en meteen alles van cultuur en welzijn weggenomen bij de provincies. De vraag is of er geen intelligentere benadering mogelijk was. Maar dat past natuurlijk niet in een politiek compromis.”