Meest recent

    Bijna 7000 dieren opgevangen in Natuurhulpcentrum

    Het Natuurhulpcentrum in Opglabbeek ving vorig jaar 6942 dieren op. Dat is iets minder dan vorig jaar. Egels, houtduiven en Turkse tortels werden het meest binnengebracht.

    Het aantal opgevangen dieren in het Natuurhulpcentrum is gedaald, vorig jaar waren het er bijna 7500. Sil Janssen van het Natuurhulpcentrum verklaart die daling: "Dat komt onder andere omdat we geen sierwaterschildpadden meer opgevangen hebben omdat de Europese regels daarover veranderd zijn, en ook omdat het aantal inbeslagnames van exotische dieren in 2017 wat lager lag dan anders."

    In het voorjaar kreeg het Natuurhulpcentrum voor het eerst een zeldzame griel binnen. De vogel had een ernstige borstwonde opgelopen. De dierenarts kon de wonde nog hechten maar helaas overleed de vogel enkele dagen later.

    Usutu virus

    Bij de vogels krijgt de merel de zwaarste klappen. Er werd voorspeld dat een groot aantal merels de Usutu epidemie niet zou overleven en dat zien ze bij het Natuurhulpcentrum ook aan de cijfers: "We vingen maar half zo veel merels op als andere jaren," zegt Sil Janssen.

    Hondenziekte

    Een andere diersoort in nood is de bunzing. Die marterachtige kan zich moeilijk verweren tegen de hondenziekte. 6 bunzings die werden binnengebracht lieten het leven. Er zijn ook heel steenmarters die getroffen worden door de hondenziekte, maar steenmarters hebben een groot aanpassingsvermogen en kunnen de ziekte makkelijker overleven.