Meest recent

    Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

    Quo vadis Iran?

    Het protest in Iran is nu een week oud. Wat begon als een protest van jongeren tegen economisch wanbeleid, corruptie en een gebrek aan banen en perspectief, kreeg al snel een politiek tintje met slogans als "weg met de dictator". Waar dat naartoe gaat, is nog niet duidelijk, maar wat in Iran gebeurt, is erg belangrijk voor het Midden-Oosten.

    labels
    Jos De Greef
    Jos De Greef is buitenlandjournalist voor VRT Nieuws. Hij is vooral gespecialiseerd in het Midden- en Verre Oosten.

    Tot dusver zijn er geen leiders opgestaan en lijkt het protest dus spontaan. Het gaat vooral om jongeren die de economische stagnatie, het wanbeleid, de corruptie en vriendjespolitiek en het gebrek aan vrijheid beu zijn.

    Iran heeft goed onderwijs en leidt veel hooggeschoolde jongeren op, maar die vinden meestal geen werk. De jeugdwerkloosheid zou rond de 40% hangen. Veel van die jongeren, maar niet allemaal, trekken naar het buitenland, vaak naar het Westen. Er zitten er bijvoorbeeld nogal wat in het IT-heiligdom Silicon Valley in de VS.

    Wie in Iran blijft, ziet echter weinig perspectief in de gerontocratie van oude mannen met baarden die Iran regeren met religieuze inspiraties, maar niet altijd evenveel voeling hebben met de moderne tijd. Het symbool van het protest is nog altijd de jonge vrouw die haar hoofddoek afdeed en ermee op straat stond te zwaaien, al dateert dat beeld al van voor het protest.

    Wat opvalt, is dat -zoals vroeger- niet enkel de brede middenklasse op straat komt, maar ook jongeren uit de lagere klassen, die ooit het fundament vormden van de islamitische revolutie en het regime. Want ook die komen moeilijk aan de bak. Anders dan in Noord-Korea zijn zij niet zo geïsoleerd van de rest van de wereld. Veel van die jongeren willen dat hun land zich integreert in de wereld en zich bevrijdt van sancties, zodat het zijn enorme economische en strategische potentieel in de regio kan ontwikkelen, want dat is er wel degelijk.

    Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

    Nog geen Iraanse lente, nog niet

    Het protest lijkt soms op een wanhoopsdaad, maar dat was het ook tijdens de Arabische lente van 2011. Het regime in Iran beschikt over tal van mogelijkheden om verzet de kop in te drukken. Zo bleek de voorbije dagen dat het regime nog tienduizenden aanhangers op straat kan krijgen met tegenbetogingen.

    Het protest kan na een tijd ook stilvallen bij gebrek aan leiding. Als dat niet zou gebeuren, kunnen de stoottroepen van de Revolutionaire Wachten of Pasdaran (120.000 man sterk) aangevuld met nog eens honderdduizenden paramilitairen van de Basij-militie dat wellicht met bruut geweld de kop indrukken. Dat zou dan wel internationale kritiek opleveren, maar de machthebbers in Teheran overleven intussen al decennia van sancties en isolement en zijn dat gewend.  

    Wie wel in de problemen kan komen, is de relatief "gematigde" president Hassan Rouhani. Hij is in 2013 verkozen op de aspiraties van jongeren die verandering wilden. De conservatieven zoals opperste leider Ali Khamenei zagen in Rouhani "een veiligheidsventiel" dat de druk van de ketel zou kunnen wegnemen. Als het tot een bloedige onderdrukking komt, verliest Rouhani zijn imago en mogelijk zijn positie. Als hij te zwak reageert, dreigt hij door de conservatieven afgevoerd te worden zoals de hervormingsgezinde premier Zhao Ziyang in China na het bloedbad op het Tiananmen-plein in 1989.

    Of toch een aanpassing van het regime?

    Dat er nog geen leiders van het protest zijn, wil niet zeggen dat die niet wachten op het juiste ogenblik om op de kar te springen. Wat opvalt, is dat het protest begonnen is in Mashhad, naast Qomm een van de heiligste steden voor de sjiieten in Iran en een centrum van ayatollahs en islamgeleerden.

    Niet alle ayatollahs en mullahs zijn enthousiast over het huidige starre politieke model in Iran, het systeem-Khomeini, zeg maar. In het verleden toonden velen zich daarover al kritisch, al werden ze monddood gemaakt. Mochten een aantal van hen zich achter de aspiraties van het protest of als bemiddelaar opwerpen, dan kan dat protest niet langer worden afgedaan als "anti-islamitisch" of "aangestookt door het buitenland". Een omverwerpen van de islamitische republiek zit er niet meteen in, maar een forse afzwakking of modernisering lijkt dan wel een mogelijk scenario, want vroeg of laat zal dat toch eens moeten.

    Ten slotte zijn er wel meer onverwachte omwentelingen geweest die velen niet voorzien hadden. Niemand had gedacht dat de machtige Sovjet-Unie als een kaartenhuis in elkaar zou storten, evenals de dictaturen van Ben Ali in Tunesië of Hosni Moebarak in Egypte. Ook die beschikten over een degelijk uitgebouwd repressieapparaat. Of misschien nog toepasselijker: dat gold ook voor het regime van de Shah in Iran tot 1978.