Photononstop

Waarom worden opleidingen voor vakmensen niet populairder?

Het is niet evident om technisch geschoolde mensen te vinden. De opleidingen voor de zogenoemde nijverheidstechnische beroepen hebben -in absolute cijfers- nog nooit zo weinig leerlingen gehad. Dat schrijft De Standaard en blijkt uit cijfers die ook onze redactie heeft ingekeken. Nochtans probeert de Vlaamse regering die opleidingen al langer te stimuleren.

De nijverheidstechnische opleidingen zijn de richtingen die voorbereiden op een job in de bouwsector, als houtbewerker, elektricien, mechanicien, loodgieter, garagist of in de textielindustrie. "In 1996 kozen 56.000 leerlingen voor zo'n opleiding, in 2016 is dat nog amper 44.000", zegt Vlaams Parlementslid Jos De Meyer (CD&V) aan VRT NWS. "Hoewel er op de arbeidsmarkt een sterke vraag is naar technisch geschoolde mensen."

Een belangrijke nuance is dat dit absolute cijfers zijn. In verhouding tot het totaal aantal leerlingen in de tweede en derde graad van het secundair onderwijs valt de daling al bij al mee, want 20 jaar geleden waren er meer scholieren dan nu. In 1996 waren de nijverheidstechnische opleidingen goed voor 20 procent van de scholieren. Vorig jaar was dat nog 16 procent. Een daling van 4 procent dus in 20 jaar tijd. Die daling is geen recent fenomeen, want die verhouding schommelt al jaren rond de 16 procent.

Nochtans probeert Vlaamse regering al jaren meer leerlingen te overtuigen om voor dat soort opleidingen te kiezen, maar dat veroorzaakt dus geen toename in het aantal leerlingen in die opleidingen. Het lijkt vooral een verdere daling tegen te gaan. De regering zet onder meer in op STEM-opleidingen, veelal technologische en wetenschappelijke opleidingen. Het Gemeenschapsonderwijs ziet in het beroepsonderwijs daar een lichte toename.

Imagoprobleem

Volgens het Gemeenschapsonderwijs lijden de nijverheidstechnische opleidingen onder een imagoprobleem. "We moeten inzetten op bewustmaking", zegt Raymonda Verdyck aan VRT NWS. "Er bestaan geen hogere of lagere opleidingen. We moeten duidelijk maken dat de verschillende opleidingen gelijkwaardig zijn, maar inzetten op andere talenten. Leerlingen moeten kiezen wat aansluit bij hun talent."

Verdyck wordt hierover bijgevallen door de katholieke onderwijskoepel. "In de volksmond wordt bijvoorbeeld nog vaak naar nijverheidstechnische opleidingen verwezen als "de vakschool", terwijl we dat al jaren zo niet meer benoemen", zegt Marijke Van Bogaert van Katholieke Onderwijs Vlaanderen. "We spreken al jaren over scholen van wetenschap en techniek."

Er bestaan geen hogere of lagere opleidingen

Raymonda Verdyck, Gemeenschapsonderwijs

Dat imagoprobleem is niet het enige wat het aantal leerlingen in die opleidingen stabiel houdt. Ook het watervalsysteem speelt een grote rol. "Jongeren kiezen ook steeds later voor nijverheidstechnische opleidingen", zegt Van Bogaert. "Vroeger stroomden ze al vanaf het derde jaar door naar de nijverheidstechnische richtingen, nu gebeurt dat steeds vaker pas vanaf het vijfde jaar. Die jongeren hebben dan bovendien een hele inhaalbeweging te maken."

Bovendien vergen die nijverheidstechnische opleidingen van scholen vaak grote investeringen. "De Vlaamse regering voorziet daarvoor dit jaar 5 miljoen euro, maar eigenlijk zou er structureel geld voor moeten worden voorzien", zegt De Meyer. "De didactische middelen zijn momenteel ontoereikend", klinkt het bij Verdyck. "De technologische evoluties gaan razend snel. Zelfs met voldoende middelen, kunnen de scholen onvoldoende volgen."

Volgens Verdyck kan duaal leren hier soelaas bieden, dat is een opleidingsvorm waarbij leerlingen ook op de werkvloer kunnen leren. "Zo komen leerlingen in aanraking met het werkveld en met de nieuwste technologieën", zegt Verdyck.