Als we fake news begraven, is het probleem van desinformatie dan opgelost? Wel, neen

Onderzoekers van het Amerikaanse Darmouth College beweren na onderzoek dat de impact van fake news op de Amerikaanse presidentsverkiezingen te verwaarlozen is. Het onderzoek bevestigt eerdere trends, maar dat wil niet zeggen dat de mechanismen achter nepnieuws geen probleem zijn, zegt VRT-journalist Tim Verheyden: "Echte informatie kunnen onderscheiden van gestuurde leugens of propaganda, daar ligt de uitdaging voor de toekomst".

labels
Tim Verheyden
Tim Verheyden is reportagemaker bij VRT NWS. Hij maakte voor "Pano een reportage over fake news en volgt de invloed van sociale media op de maatschappij.

Fake news, ik ben er klaar mee. Laten we dé term van 2017 begraven in 2018. Ik denk dat niemand daar rouwig om is. Het begrip 'fake news' is zo'n container­begrip geworden dat het voor alles en niets staat en dat het te pas en te onpas gebruikt wordt om de geloofwaardigheid van onderzoekers, politici en journalisten onderuit te halen. Staat iets je niet aan, noem het 'fake news' en het debat over de kern van het probleem wordt niet meer gevoerd. Daarom alleen al moeten we ervan af. 

Maar eenvoudig is het niet, want los van het recente onderzoek wordt er nog steeds nepnieuws geproduceerd, zo duiken er veel valse berichten op over de protesten in Iran. Foto's uit 2009 en beelden uit speelfilms worden verspreid en verkocht als 'authentieke' informatie, terwijl ze niets met de protesten te maken hebben. En het is vaak moeilijk om echt van vals te onderscheiden.

Gezond verstand boven nepnieuws

Wetenschappers van het Darmouth College hebben naar eigen zeggen aangetoond dat mensen best wel nepnieuws van echt nieuws kunnen onderscheiden. Ook al werden veel valse berichten tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen, vooral via Facebook, veel gedeeld en geliket (op een gegeven moment zelfs meer dan 'echte' nieuwsberichten), de impact op het stemgedrag was gering. 

Dat mensen de nodige skills hebben om op sociale media echte berichten van valse berichten te onderscheiden, is goed nieuws. Maar het gaat hier wel over duidelijk aantoonbare nepberichten: sensationele artikels met ronkende titels waar je met het nodige gezond verstand best wel aan kan zien dat het nonsens is.

Maar het is niet omdat de impact van fake news op het eerste gezicht minimaal is (en dat wij er hier in Vlaanderen amper mee worden geconfronteerd) dat er geen probleem is. Achter fake news gaan er verborgen mechanismen schuil die ons subtiel bespelen en wereldwijd ons gedrag sturen.

De paradox is dat het internet ons toelaat zoveel verschillende meningen te lezen en ideeën op te doen, terwijl de werkelijkheid is dat we meer van hetzelfde lezen. Nog belangrijk om te weten is dat algoritmes van sites als Facebook ons intussen zo goed kennen dat ze niet alleen veel meer berichten laten zien die we ongetwijfeld graag zullen lezen, maar dat ze nu al kunnen weten wat wij leuk gaan vinden zonder dat wij het als mens goed en wel beseffen. 

Onschuldig zijn bijvoorbeeld berichten die ons worden aangeraden op Instagram, minder onschuldig kunnen gesponsorde berichten zijn met nepnieuws, suggesties voor manifestaties zonder dat duidelijk is wie er achter zit of als objectieve informatie verpakte politieke berichten op Facebook bijvoorbeeld.

Het is daarom dat we nog steeds het probleem van fake news moeten erkennen, maar ons nog veel meer op de verborgen mechanismen moeten focussen in plaats van enkel en alleen op valse nieuwsberichten.

Fout nieuws, goeie inzichten

De invloed van sociale media op ons dagelijks leven, de politiek en de media kan groot zijn. Kijk maar naar de reactie van Bart De Wever onlangs op de discussie rond Theo Francken in de zaak-Soedan en of die al dan niet ontslag moest nemen. Er worden statements gemaakt in de vorm van posts op Facebook en berichten op Twitter. De media maken daar dan weer nieuws van. U leest en vindt daar dan wat weer van en die meningen worden dan vervolgens weer geuit op de sociale media, mekaar versterkend, reactie uitlokkend en de hele dynamiek begint opnieuw.

Sociale media worden beschouwd als de ultieme democratische megafoon. Iedereen heeft toegang, iedereen kan er wat kwijt. 

Gebruikers kunnen dan weer rechtstreeks praten met politici en bekende, en vroeger onbereikbare, mensen. De elite is bereikbaar. 

Anderzijds maken mensen chats en groepen aan op WhatsApp of Facebook met klasgenoten, buren of gelijkgestemden waar ze naast praktische dingen bespreken soms ook echt discussiëren over onderwerpen. Al die apps worden dus heus ook wel op zinvolle manieren gebruikt.

Door de analyse van hoe we ons gedragen en wat we vertellen op die sociale media, wat we delen en leuk vinden, weten grote spelers als Google, Facebook en Twitter perfect wie we zijn, waar we uithangen, wat we denken en voelen. Die informatie wordt geanalyseerd en aan reclamebedrijven verkocht, maar ook aan consultants van politieke campagnes. 

Gericht adverteren op Facebook was één van de sterktes van de campagne van Donald Trump. Van één advertentie werden soms duizenden versies gemaakt en verstuurd, afhankelijk van het doelpubliek: jonge, werkloze mensen in de suburbs van Detroit of een rijker publiek uit Chicago, allemaal werden ze  benaderd met advertenties op maat.

Fake news heeft doen inzien dat die mechanismen bestaan. Dat er online dynamieken bestaan die ons haast individueel beïnvloeden, dat mensen boodschappen te zien krijgen die enkel voor hen bedoeld zijn en dat andere mensen, die misschien zelfs in dezelfde straat wonen en bijvoorbeeld een andere politieke voorkeur hebben, een haast gelijkaardige boodschap te zien krijgen, maar met een licht aangepaste tekst of andere nuances. Dat is allemaal mogelijk. Maar wel met hetzelfde doel: stemmen halen.

In deze video legt Alexander Nix, CEO van Cambridge Analytica uit, hoe het bedrijf, dat een belangrijke rol speelde in de verkiezing van Donald Trump tot Amerikaanse president, wereldwijd data verzamelt en met behulp van die data en psychoanalytica perfect verschillende mensen kan bespelen. De uitleg begint rond de vierde minuut.

Nood aan '21st century skills'

De massamedia hebben er sociale media bij gekregen die op even grote schaal mensen kunnen bereiken, zelfs nog meer en sneller, maar met hun berichten heel gericht mensen kunnen bereiken. Nieuws, advertenties, propaganda, als informatie verpakte reclame en desinformatie worden massaal verspreid, maar worden op maat gemaakt. En het onderscheid tussen wat legitieme informatie is of op maat gemaakte propaganda die dient om mensen te beïnvloeden in waar ze over praten, hoe ze staan ten opzichte van maatschappelijke problemen of zelfs hun stemgedrag, is veel moeilijker te maken. 

Het is dus erg goed dat mensen voor de hand liggende onzin kunnen herkennen en negeren, de uitdaging ligt erin dat we ons nieuwe '21st century skills' aanleren om om te gaan met die sociale media. Want hoe goed ze ook ingeburgerd zijn, het zijn nog altijd relatief jonge technologieën. 

En dan nog is het niet de technologie achter het internet, achter Facebook, Google, Twitter en andere apps die de 'bad guy' is. Neen, we moeten niet opnieuw naar een wereld zonder al die media. Alleen al de creativiteit die er vandaag bij jongeren te zien is, die bezig zijn met kunst en muziek of volop platformen ontwikkelen en nieuwe ondernemingen uit de grond stampen, is toch fantastisch. En dat is dan nog maar een fractie van een hele nieuwe economie die ontstaat. 

Het is het misbruik van die technologie die voor problemen zorgt: van twitterbots die bij verkiezingen, zoals het referendum over de brexit, leugens verspreiden tot Russische propagandisten die via politiek gestuurde Facebookpagina's als Blacktivist (een pagina die opkwam voor rechten van zwarte Amerikanen, maar in werkelijkheid aangestuurd werd vanuit Rusland om verdeeldheid te zaaien) die ervoor zorgen dat gemeenschappen onder druk komen te staan en via de virtuele wereld impact hebben in de echte wereld.

De onderzoekers van Darmouth College mogen dan wel de impact van nepnieuws op de verkiezingsuitslag van Donald Trump terecht relativeren, het gaat niet op om de mechanismen achter gestuurde desinformatie af te doen als onbestaande. 

Ermee leren omgaan en nieuwe mediawijsheid zijn een essentieel onderdeeld van nieuwe '21st century skills' die we in de klas moeten aanleren. Correctie, die we allemaal moeten aanleren. 

Want hoe je het ook draait of keert, wie de taal, de emotie en de technologie van de sociale media subtiel of opvallend beheerst en bespeelt, slaagt erin om mensen en bijvoorbeeld verkiezingen te beïnvloeden. Met eender welke informatie.