Israëlische schrijver Appelfeld overleden: de Holocaust tussen de regels

In Jeruzalem is Aharon Appelfeld overleden, een van de productiefste Israëlische auteurs. Hij schreef vooral over de jaren voor en na de oorlog, niet over de Holocaust zelf. Zelf kon hij als kind ontsnappen uit een Duits concentratiekamp.

Onwaarschijnlijk leven

Aharon Appelfeld werd in 1932 in Roemenië geboren en groeide op in wat nu Oekraïne is.  In de Tweede Wereldoorlog werd zijn moeder gedood en belandde Aharon met zijn vader in een concentratiekamp. Daar wist hij te ontsnappen als kind van nog geen tien. Hij kwam terecht in dievenbendes en werd ingelijfd als een soort kleine mascotte in het Rode Leger van de Sovjets. Op zijn veertiende vertrok hij in zijn eentje naar Palestina, waar hij uiteindelijk werd herenigd met zijn vader.

Voor en na het onuitsprekelijke

Aharon Appelfeld heeft altijd geschreven over het geluk van vóór de oorlog en de holocaust, en over de verwarring en het overleven erna. Niet over de kampervaringen zelf. Hij had de Israëlische nationaliteit, maar noemde zichzelf "een Europese schrijver uit de oude traditie, toen er nog plaats was voor een rijk jodendom op dit continent." 

Hij onthield zich ook van politiek commentaar. "Ik doe wat ik moet doen. Je vraagt ook niet aan Bach waarom hij geen politieke commentaren in het Tageblatt heeft geschreven."

Productief schrijver

Alles samen schreef Appelfeld 46 boeken, vertaald in 35 talen, waaronder het Nederlands. De korte roman “Badenheim 1939” is zijn bekendste boek. Het speelt in een kuuroord in Oostenrijk waar veel joden woonden. Na de Anschluss bij nazi-Duitsland begint de voorbereiding van de evacuatie van de inwoners naar Oost-Europa. Dat leidt tot onderlinge ruzies en verwijten. Sommigen worden gek, anderen blijven hopen en zijn blind voor de naderende Holocaust.

Andere titels van Aharon Appelfeld: “De onsterfelijke Bartfuss”, bekroond met de National Jewish Book Award, en “Het verhaal van mijn leven”, waarvoor hij de Prix Médicis kreeg.  Zijn laatste roman verscheen amper drie maanden geleden.

Joseph Pearce, auteur en kenner van de joodse letteren, roemt de "kale, onderkoelde stijl zonder bloemrijke woorden" van Aharon Appelfeld. In zijn boeken zit "bezorgdheid, liefde, edelmoedigheid in de ergste omstandigheden." Hij heeft het trauma van zijn jeugd overstegen.

"De marge van de Holocaust"

In 2014 was Aharon Appelfeld nog te gast in Flagey in Brussel. In een interview met VRT zei hij toen: "Ik heb het vooral over de marge van de Holocaust. In het kamp zag je een professor  bedelen om een peuk, een dokter vragen om hem te helpen sterven. Daarover kan ik niet schrijven. Ik wil mensen niet afbeelden als dieren."

Bij Appelfeld moet je tussen de regels lezen. In het kamp heerste stilte, "niemand zei daar ooit: ik heb honger, of ik heb hoofdpijn". Later werd hij als kind gedwongen mee te werken met een criminele bende, en toen zweeg hij twee jaar lang, om zichzelf niet te verraden met zijn joodse accent. Ook in zijn boeken is stilte belangrijk. "Taal analyseert  te veel en helpt ons niet. Het belangrijkste is de stilte tussen de woorden." 

Bekijk het hele interview met Johan De Haes van VRT hieronder.

Video player inladen ...