Hoe verloopt de samen­werking tussen de VRT en de RTBF?

Auguste Reyerslaan 52, Brussel. Eén adres, twee omroepen. Voorbij de hoofdingang een lange gang: links de VRT, rechts de RTBF. Is die passerelle het enige dat de Franstalige en Vlaamse openbare omroep nog gemeenschappelijk hebben?

labels
Aubry Touriel
Aubry Touriel is journalist bij de RTBF en de VRT. Hij werkt onder meer voor flandreinfo.be, de Franstalige nieuwssite van de VRT.

“Wanneer ik het televisiejournaal van de RTBF vergelijk met dat van de VRT, zijn de aangesneden thema’s vaak verschillend. Het is een parallelle wereld”, begint Ivan De Vadder, politiek journalist bij de VRT. Laat ons eens de hoofdpunten vergelijken van het VRT-journaal (19 uur) en het RTBF-journaal (19.30 uur) van 27 december 2017.

Aan Franstalige kant opent de RTBF met de polemiek rond Theo Francken (N-VA) en de uitwijzing van Soedanezen. Met de ondertitel “De meerderheid zit vast” interviewt de RTBF Gérard Deprez (MR), die hevige kritiek uit tegenover de staatssecretaris voor Asiel en Migratie.

De VRT begint haar journaal met een video over de gevaren van de snelle elektrische fietsen, speedpedelecs, naar aanleiding van een dodelijk ongeval in Vlaams-Brabant. We moeten 12,5 minuten wachten vooraleer er over Theo Francken wordt gepraat, met de ondertitel “Open VLD en CD&V steunen Francken”. Een sprekend voorbeeld.

“Gevangen in de eigen gemeenschap”

De gemeenschappelijke onderwerpen tussen de twee televisiejournaals hebben vaak te maken met de federale politiek. "Maar zelfs wanneer de federale politiek over het algemeen altijd wordt gebracht door de twee zenders, heb ik gemerkt dat een quote in het avondjournaal van de VRT wel zal aankomen bij de RTBF, maar altijd met een relatief lang tijdsverschil", legt Jean-François Herbecq uit, redacteur bij de nieuwswebsite van de RTBF, die 19 jaar bij de VRT heeft gewerkt.

Een ander verhaal is het voor de onderwerpen uit de gemeenschappen of gewesten, zoals het onderwijs, sociaal beleid of mobiliteit. Die onderwerpen komen zelden aan bod als het zich afspeelt aan de andere kant van de taalgrens. En dat is logisch volgens Ivan De Vadder: "We zitten gevangen in onze eigen gemeenschap, het is erg moeilijk om eruit te komen. We leven er, we kijken naar onze journaals en lezen onze kranten. Vaak hebben we niet dezelfde gevoeligheden als de anderen."

Joyce Azar, chroniqueur bij de RTBF en journalist bij VRT, schetst de verschillen in perceptie : "Over het algemeen choqueren de uitspraken van Theo Francken veel minder de Vlaamse media dan de Franstalige. En dan hebben we het nog niet over andere kwesties zoals de vluchten boven Brussel en de fusie van de politiezones, om maar enkele voorbeelden te noemen."

“Meer interesse bij politieke crisissen”

De interesse voor de andere gemeenschap groeit echter sterk wanneer er een politieke crisis is of wanneer de verkiezingen eraan komen. De VRT heeft bijvoorbeeld bericht over de beslissing van het CDH om niet meer samen met de PS in de Waalse regering te zitten. “We hebben er inderdaad over gepraat, maar niet zoals we het zouden doen bij een Vlaamse partij. Er is echt een verschil, het is een ander land“, voegt Ivan De Vadder toe.

Bij belangrijke gebeurtenissen nemen journalisten die de twee talen beheersen – zoals Johanne Montay van de RTBF of Ivan De Vadder van de VRT – deel aan debatten om het perspectief van hun gemeenschap uit te leggen. “Ik word vaak uitgenodigd voor debatten bij RTBF of RTL. Ze vragen me om de “Vlaming van dienst” te zijn”, zegt De Vadder. “Maar hoewel we op dat moment dan een gemeenschap vertegenwoordigen, bestaan er nuances want er is een namelijk meerderheid en oppositie. Die nuances verdwijnen echter in zo’n debat”, betreurt de VRT-journalist.

De politieke leiders van hun kant zijn meer weigerachtig om uitleg te komen geven in de televisiestudio’s waarvan de kijkers niet hun kiespubliek uitmaken. Schoolvoorbeeld is het “interview van 300 meter” met Paul Magnette in de gang die de VRT met de RTBF verbindt. We zien VRT-journalist Pieterjan De Smedt. Hij probeert tevergeefs om ex-minister-president van Wallonië Paul Magnette (PS) te interviewen wanneer die zich naar de RTBF-studio’s begeeft. 

Video player inladen ...

“De RTBF, dat is het buitenland”

Vroeger bestonden aan weerszijden televisieprogramma’s over de andere gemeenschap zoals “Vu de Flandre” (RTBF) en “Taalgrens” (VRT), allebei gepresenteerd door Christophe Deborsu. Dit soort programma’s is volledig verdwenen uit het schema van de VRT, terwijl bij de RTBF nog enkele radiorubrieken de actualiteit van de andere kant van het land blijven behandelen.

Hebben de Franstaligen dan meer interesse in Vlaanderen dan omgekeerd? “Die indruk heb ik, maar ik kan die niet wetenschappelijk staven”, antwoordt Joyce Azar. “Ik weet het niet, ik durf daar geen antwoord op te geven. Het is moeilijk om zoiets te meten als we het niet aanbieden”, reageert Inge Vrancken – de verantwoordelijke voor het televisiejournaal van de VRT – op haar beurt.

Voor Ivan De Vadder is “de RTBF het buitenland. Niet in de onderlinge relaties, maar in de keuze van de onderwerpen en de manier waarop we die onderwerpen behandelen”. En vice versa: de RTBF gaat bijvoorbeeld meer belang hechten aan nieuws over de Franse regering dan aan een bericht over de Vlaamse regering, verzekert Jean-François Herbecq: “Nieuws over de Vlaamse regering wordt behandeld als nieuws van de Luxemburgse regering.” 

Twee autonome organisaties

Het verschil in de keuze van onderwerpen kan onder meer verklaard worden door de autonomie van de twee publieke omroepen die vroeger een waren. Een beetje geschiedenis: in 1970 beslist de Belgische politieke wereld om de audiovisuele bevoegdheid over te dragen aan de gemeenschappen, in het kader van de eerste staatshervorming. De RTB-BRT wordt op die manier gesplitst in twee autonome entiteiten, die respectievelijk de naam “RTBF” (vanaf 1977) en VRT (vanaf 1998) zullen krijgen.

50 jaar na de scheiding is de structurele samenwerking tussen de twee omroepen beperkt. Ze zitten samen binnen de European Broadcasting Union (EBU), wisselen gratis beeld en geluid voor hun journaals uit en beheren nog hetzelfde gebouw: “De VRT houdt zich bijvoorbeeld bezig met de verwarming en de RTBF met de klimaatregeling”, legt Jean-Pierre Jacqmin uit, directeur Informatie van de RTBF. Maar daar houdt het zo ongeveer op.

Samenwerking op het terrein

Er zijn geen systematische vergaderingen tussen de chefs Informatie. Maar dat verhindert niet dat er nauw wordt samengewerkt in het kader van specifieke projecten zoals de Olympische Spelen, de herdenking van de aanslagen van 22 maart of peilingen voor de federale verkiezingen.

“Voor de grote dossiers werken we intenser samen, maar in het dagelijkse werk gebeurt dat vooral op het niveau van de journalisten op het terrein, vooral bij de themaredacties justitie en politiek”, verklaart Inge Vrancken. De Vlaamse en Franstalige televisieploegen werken samen op het terrein, in het bijzonder wanneer ze politieke bijeenkomsten aan de Wetstraat 16 moeten verslaan. Als een ploeg de eerste minister te pakken krijgt, zullen ze hem eerst interviewen in hun eigen taal en daarna eventueel in de andere landstaal als de collega’s niet ter plaatse zijn.

Bij een missie van een minister naar het buitenland organiseren de twee redacties zich. “Zullen we het evenement coveren of niet? Gaat de RTBF? Vroeger stuurden we allebei een journalist en slechts een cameraman; want de basisingrediënten voor het journalistieke werk zijn hetzelfde ook al voegen we achteraf onze eigen saus toe”, vertelt de chef van het VRT-journaal. 

Verschillende barrières

Naast de autonomie zijn er nog verschillende andere obstakels op de weg naar een nauwere samenwerking tussen de RTBF en de VRT. De beschik­bare tijd is het grootste obstakel. “Er is duidelijk een barrière door de tijd die we spenderen om ons eigen nieuws te maken”, geeft Jean-Pierre Jacquemin aan. Dat bevestigt ook Inge Vrancken: “De VRT-nieuwsdienst is al zo groot. Het is al zo moeilijk om te communiceren binnen onze eigen redactie tussen tv, radio en online. Als we dan nog de RTBF daarbij zouden moeten betrekken…”

Allebei verzekeren ze echter dat ze, wanneer het nodig is, de collega’s van de andere kant van het gebouw kunnen contacteren. “Wanneer we elkaar moeten zien, dan zien en horen we elkaar”, bevestigt de chef nieuws van de RTBF.

Ook de taal blijft een hindernis. “Niet dat de journalisten de andere taal niet spreken, maar de gemeenschappen hebben het aanleren van de andere taal niet versterkt: ze zijn zich meer gaan richten op het Engels”, stelt Jean-Pierre Jacqmin vast. Ook al wordt het probleem volgens Inge Vrancken voor een groot deel opgelost tijdens vergaderingen tussen de Vlaamse en Franstalige omroep­vertegenwoordigers: ieder spreekt zijn eigen taal.

Volgens Jean-François Herbecq verklaart het gebrek aan interesse voor de andere kant zich door een “soort van luiheid”: “Journalisten hebben de gewoonte om over hun eigen vakjes te waken, over hun eigen taal­gemeenschap. Ze doen niet de intellectuele inspanning om zich af te vragen hoe men het doet aan de overkant.”

En dan is er nog het politieke aspect: de deelstaten krijgen steeds meer bevoegdheden, de gemeenschappelijke federale domeinen verkleinen. “Dat brengt ontegensprekelijk met zich mee dat de blik zich minder richt op wat zich afspeelt aan de andere kant“, zegt Jean-Pierre Jacqmin. Volgens hem hebben de Vlaamse en Waalse politici er geen belang meer bij om een risico te nemen bij de andere gemeenschap. “Karel De Gucht heeft me ooit gezegd: “Ik heb geen enkel belang om bij jullie langs te komen: mijn kiezers kijken niet naar jullie en ze zullen maar iets opvangen als ik me vergis of als ik slecht antwoord op een van jullie vragen”.”

Welke toekomst?

Tegen 2020 zullen de twee omroepen enkele honderden meters verder verhuizen naar twee afgescheiden gebouwen in de nieuwe wijk MediaPark. Iedereen die we in het kader van dit artikel hebben geïnterviewd denkt dat die verhuizing niets zal veranderen aan de manier waarop VRT en RTBF samenwerken.

Als het zou moeten veranderen, dan komt die beslissing toe aan de politieke verantwoordelijken en niet aan de omroepen zelf, stelt Ivan De Vadder. “Het is niet onze opdracht om België weer samen te brengen of om een eengemaakt forum voor de publieke opinie te maken. Dat bestaat ook niet, het zijn er wel degelijk twee.”

Volgens Jean-Pierre Jacqmin blijft de relatie tussen de VRT en de RTBF een “bevoorrecht partnerschap” en moet erover gewaakt worden dat de afstanden niet groter worden. Hij preciseert evenwel: “Het is niet aan ons om te beslissen over de toekomst van het land, we hebben die legitimiteit niet. We moeten proberen om een respectvolle maar kritische blik te behouden, of het nu gaat over ons of over de andere kant.”

Inge Vrancken vindt dat men een “globale visie” moet behouden over wat er gebeurt in heel België. “Daarom moeten we alles van dichtbij volgen. En het eerste dat we daarvoor moeten doen, is contact opnemen met onze collega’s van de RTBF.” Om te besluiten: “Hoe kunnen de relaties tussen de journalisten van de RTBF en de VRT verbeteren? Vaker iets samen gaan drinken, dat zou helpen!”

Deze tekst is oorspronkelijk verschenen op flandreinfo.be, de Franstalige nieuwssite van de VRT.