Meest recent

    Vlaamse bouwmeester: "Delen is de boodschap en maakt luxe bereikbaar"

    Als het van de Vlaamse bouwmeester Leo Van Broeck afhangt, is de foto bovenaan in dit artikel voltooid verleden tijd. De toekomst is hybride, zegt hij: appartementsgebouwen in de stad met een tuin op het dak, gedeelde hobbyruimtes en een gemeenschappelijk zwembad.

    Een nieuw jaar is altijd een gelegenheid om eens vooruit te blikken. Naar hoe we morgen zullen bouwen bijvoorbeeld. Energiezuinig. Dat wist u al langer. Maar nieuwe technieken en materialen, maken een gebouw nog niet duurzaam", zegt Vlaams bouwmeester, Leo Van Broeck. Hoe het dan wel moet ... ?

    Sinds eind vorig jaar werkt Van Broeck vanuit het grootste passiefkantoor van België: het Herman Teirlinckgebouw in Brussel. Over het concept van het extreem energiezuinige kantoor niets dan lof. "Maar je moet ook kijken naar de plek waar je passiefhuizen neerzet. Dat doe je best in de stad."

    De CO2-voetafdruk van een passiefhuis op een verkaveling is dezelfde als van een niet-geïsoleerd rijhuis uit de 19e eeuw in de stad.

    Leo Van Broeck, Vlaamse Bouwmeester

    Als foute voorbeeld noemt de bouwmeester een passiefhuis op een nieuwe verkaveling. "Om daar een villa te bouwen, moet je honderden kilometers weg aanleggen en honderden kilometers waterleiding, elektriciteitskabels en gasbuizen ingraven. Als je dan rekening houdt met de afgeleide CO2-productie is zo'n passiefhuis helemaal niet energiezuinig."

    Wonen naast kantoren

    In onze steden is plaats genoeg, zegt Van Broeck. Kantoor- en industriezones krijgen volgens hem een gemengde functie. "In Brussel gaat in de Noordwijk om 6 uur 's avonds het licht uit. Dan zijn de straten leeg. Maar binnen 10 jaar hebben zulke wijken een gemengde functie. Je zult er naast administraties ook scholen en studentenkamers vinden." (lees verder onder de foto)

    Van Broeck vindt dat we moeten kiezen voor compacte huizen of - veel beter nog - appartementen. "Het gemiddelde woonoppervlak van een appartement in Europa bedraagt 65 m². In België is dat 85 m²." Die kleinere wooneenheden wil de bouwmeester aanvullen met gemeenschappelijke ruimtes voor functies die we niet dagelijks gebruiken.

    Door ruimtes die je niet veel gebruikt te delen, krijg je de luxe van een villa in een appartement. En dat voor een fractie van de prijs.

    Delen is de boodschap en maakt luxe bereikbaar. "Op het dak van het appartementsgebouw is er een moestuin en een barbecue. In de kelder is er een lokaal om je mountainbike af te spuiten. En er is ook een zwembad en een akoestisch geïsoleerde kamer om piano te spelen. Dat zijn zaken die nu nog zijn voorbehouden voor grote villa's."

    Een nieuw verdienmodel

    "Ik hoop dat we stilaan afstappen van het materiële bezit en evolueren naar meer dienstverlening. We moeten geen nieuwe producten creëren maar nieuwe waarden", zegt Van Broeck, die graag een parallel trekt met het principe van autodelen.

    "Als projectontwikkelaars huizen en appartementen zien als een product dat ze vlug willen verkopen, zullen die huizen en appartementen nooit een echt duurzaam karakter hebben. Sommige van die bedrijven zijn al gestart met coöperatief eigenaarschap. Je kan niet de woning zelf kopen maar wel aandelen met woonrecht."

    Als je een coöperatie hebt, die alle gebouwen bezit en de bewoners zijn aandeelhouder, dan hebben zij evenveel kapitaal als mensen met een eigen huis. 

    De conclusie van de Vlaamse bouwmeester: individuele huizen hebben weinig toekomst. Er is nood aan schaalvergroting. Maar die moet gepaard gaan met een nieuw verdienmodel: mensen worden tegelijk ontwikkelaar en afnemer. "Cohousing-projecten werken op een gelijkaardige manier. En die manier werkt. Ook de rijkste projectontwikkelaar van Zwitserland is een burgercoöperatie."