Meest recent

    Echte hefbomen om aan armoedebestrijding te doen liggen niet bij lokale besturen

    De lokale besturen kunnen een belangrijke rol kunnen spelen bij armoedebestrijding, maar de echte hefbomen liggen bij andere overheden. Zo is het de federale overheid die beslist over de hoogte van de uitkeringen en de Vlaamse overheid over de kinderbijslag en sociale huisvesting.

    labels
    Opinie

    Armoede is een hardnekkig probleem in onze samenleving. Er wordt geschat dat ongeveer 15% van de Vlamingen in armoede leeft. Naast een financieel probleem, is armoede ook iets dat impact heeft op zowat elk domein van het dagelijks leven. Uit een peiling van Netwerk tegen Armoede blijkt dat veel mensen het steeds moeilijker hebben om toegang te krijgen tot basisvoorzieningen zoals een betaalbare woning, of zorg. Vanuit die vaststelling lanceert het Netwerk een oproep aan de lokale besturen om een tandje bij te steken, en te investeren in sociale verhuurkantoren en wijkgezondheidscentra. 

    Er wordt geschat dat ongeveer 15% van de Vlamingen in armoede leeft. 

    Ik ben het eens met het Netwerk dat de verschillende overheden in ons welvarend land meer zouden kunnen en moeten doen om armoede te bestrijden. Maar dan moeten we verder kijken dan alleen naar de lokale besturen.

    In een bijdrage in het Jaarboek Armoede en Sociale Uitsluiting 2017 (OASeS, Universiteit Antwerpen) betogen Filip De Rynck en ikzelf dat lokale besturen weliswaar een belangrijke rol kunnen spelen, maar dat de echte hefbomen om aan armoedebestrijding te doen bij andere overheden liggen.

    Het is de federale overheid die beslist over de hoogte van de uitkeringen in de sociale zekerheid en de sociale bijstand (zoals bijvoorbeeld het leefloon). Het is de Vlaamse overheid die kan bepalen in welke mate de kinderbijslag inkomensafhankelijk is, die de hoogte van persoonsgebonden budgetten voor personen met een beperking bepaalt, en die de kostprijs in de kinderopvang mee kan sturen. En dus op die manier de kansen op toegang tot basisvoorzieningen bepaalt. Diezelfde Vlaamse overheid kan ook zelf beslissen welke inspanningen ze levert voor sociale huisvesting. De impact van centraal beleid op de toegang tot basisvoorzieningen voor mensen die het moeilijk hebben is dus wellicht groter, dan de impact
     van lokaal beleid.

    Grote verschillen

    Bovendien heeft niet elk lokaal bestuur dezelfde mogelijkheden. De gemiddelde welvaart van een gemeente bepaalt niet alleen de financiële middelenbasis waarmee lokaal beleid kan gevoerd worden, zoals investeren in welzijn. De socio-economische positie van de inwoners heeft ook invloed op het aantal mensen in armoede die aankloppen om hulp. Ook het aanbod van hulpverlening dat door de private sector wordt geleverd verschilt per gemeente.

    In een stedelijke context is dat aanbod wellicht groter dan elders, hoewel er tussen steden onderling ook grote verschillen zijn. Zo zijn er volgens de Sociale Kaart in Antwerpen en Gent respectievelijk 2,6 en 5,4 organisaties die (deels) aan armoedebestrijding doen per 10.000 inwoners. Terwijl dat in steden als Hasselt en Brugge om 16 organisaties per 10.000 inwoners gaat.

    De impact van het lokaal beleid mag niet overschat worden. 

    Ten slotte zijn er maatschappelijke evoluties die op het eerste zicht in elke gemeente dezelfde impact hebben, zoals de economische conjunctuur, de vergrijzing, of de vluchtelingenproblematiek. Toch zijn de effecten van deze evoluties op de armoedeproblematiek wellicht niet overal gelijk. Als de overgrote meerderheid van de vluchtelingen naar de stedelijke centra trekken, dan is de vluchtelingencrisis daar sterker voelbaar dan elders, ook voor wat het effect ervan op de armoedecijfers betreft. Als de vergrijzing sterker toeslaat in meer landelijke gebieden, en we weten dat ouderen een groter armoederisico lopen, dan heeft dat in de ene regio meer impact dan in de andere. 

    Hoeveel middelen er naar de doelgroep van mensen in armoede gaan is een politieke keuze, ook lokaal. 

    Deze zaken – de lokale context, en de hefbomen die centrale overheden hebben om armoede te bestrijden – tonen aan dat de impact van het lokaal beleid niet mag overschat worden. Betekent dat dan dat lokale besturen niks kunnen betekenen? Uiteraard niet. Zelfs al zijn armoedecijfers het gevolg van factoren buiten de macht van lokale besturen om, dan nog kunnen lokale besturen de impact van die factoren wellicht een stuk ‘dempen’.

    De mate waarin dat gebeurt is voor een stuk ideologisch bepaald: hoeveel middelen er naar de doelgroep van mensen in armoede gaan is een politieke keuze, ook lokaal. Gemeenten hebben in België de grondwettelijke bevoegdheid om alles wat zij van gemeentelijk belang achten aan te pakken. Dat laat een vrij ruime interpretatie voor lokaal beleid toe. Als een lokaal bestuur van oordeel is dat gezondheidszorg in wijken of gesubsidieerde kinderopvang instrumenten in de strijd tegen armoede zijn, dan houdt niks hen tegen.

    ----
    VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.