Ingram

De foei!-cultuur

Feminisme, cultuur, ras, herkomst, buitenlands beleid, geloof en dergelijke zijn onderwerpen die vaak aanleiding geven tot controverse. Steeds sneller gebeurt dat met insinuaties over de auteur. Vaak wordt er radicaal gereageerd, en de meest populaire conversatiestopper is dat een stuk niet politiek correct was. Het schema ligt vast: de melding dat auteur er niets van begrepen heeft wordt gevolgd door een beschrijving van de emotionele kwetsuren van de afzender.

opinie
Leo Neels
Leo Neels was hoogleraar Communicatierecht bij KULeuven en UAntwerpen.. Hij is CEO van de denktank Itinera

Ook het woordgebruik wordt gehekeld. Taal evolueert met de samenleving, dat is duidelijk, maar dit communicatiemiddel bij uitstek wordt langzaam maar zeker hinderlijk voor communicatie. Die moet nu zogenaamd correct zijn, dit wil zeggen de taal van de ene mag niet tot negatieve gevoelens leiden bij de andere. Uitingsvrijheid wordt ingeruild voor radicale bescherming  van geschonden gevoelens.

Taalterreur

Zo moeten we nu spreken van “gender” en al niet meer van feminisme, want feminisme isoleert – ja: discrimineert! - vrouwen, terwijl het over een veralgemeende geslachtsproblematiek gaat. Zo luidt de correcte leer. En we moeten ook eens stoppen met te denken dat er alleen mannen of vrouwen zouden zijn, dat toont een gebrek aan respect voor personen die hun geslacht hebben gewijzigd of overwegen het te wijzigen, de transgenders

Ook anderen weten zich het voorwerp van gebrek aan respect, de personen die er niet uit zijn tot welk geslacht te wensen te behoren, of die er juist voor kiezen om niet te worden gereduceerd tot één geslacht: zij zijn die kunstmatige dwang die hen door anderen wordt opgelegd grondig beu, en die discriminatie moet maar eens stoppen. En zo krijgen we nu ook personen van een onzeker geslacht. Dat heeft taalkundige gevolgen.

Nederlandse treinreizigers worden niet meer aangesproken met “Dames en Heren”, maar met “Beste reizigers”, en internationale congressen worden niet meer voorgezeten door Mijnheer of Mevrouw de Voorzitter, maar door een “Chairperson”.

En zo zijn er vele voorbeelden van een nieuwe taalterreur, gedreven door morele verontwaardiging. Er mag niet meer gesproken worden van ras, het is nu zogenaamd ras, sedert 2003 ook in de wetgeving. “Zogenaamd” werd volgens de zeer summiere toelichtingen toegevoegd omdat het idee dat er verschillende rassen zouden bestaan niet langer als wetenschappelijk gefundeerd wordt beschouwd. In een recent debat waarin het koloniaal verleden ter sprake kwam, viel het verwijt van de “witman”, die – dus - niet kan meepraten over het koloniaal verleden, hij torst een historische schuld inzake kolonialisme en slavernij die hem tot zwijgen noopt. Hallo?

Creationisme vs. evolutieleer

Soms worden vaststaande wetenschappelijke waarheden aan de kant geschoven omwille van religieuze overtuigingen. Het voorbeeld daarvan is het creationisme, de religieuze overtuiging dat de wereld door een god geschapen is.

Met de rooms-katholieke godsdienst als vroeger dominante obediëntie in ons land, zijn we uiteraard goed vertrouwd met het scheppingsverhaal. Maar weinigen hebben er hier een reden ingezien om de wetenschappelijke evolutieleer in vraag te stellen of aan te vallen. Men kan perfect een religieuze overtuiging hebben waar het scheppingsverhaal een intrinsiek deel van is, en tegelijk wetenschap bestuderen die daar brandhout van maakt.

Niet zo in de States: daar leggen steeds vaker autoriteiten verbod op om de evolutieleer te doceren, op basis van het argument dat dat strijdig zou zijn met de godsdienstvrijheid van degenen die in een scheppingsverhaal geloven. Dat argument is uiteraard vals, omdat het gaat om heel verschillende categorieën, de metaforen van de religie enerzijds en wetenschappelijke evidentie anderzijds. 

Er bestaat geen recht om niet met andere meningen geconfronteerd te worden. 

Godsdienstvrijheid is een fundamenteel recht, maar ze houdt allerminst een recht in om niet met niet-religieuze of andere inzichten geconfronteerd te worden. Hetzelfde is het geval met uitingsvrijheid. Men mag zijn meningen uiten, ook radicale en extreme meningen. Maar er bestaat geen recht om niet met andere meningen geconfronteerd te worden. Andere personen hebben dezelfde uitingsvrijheid, en de betekenis daarvan is net de vrijheid om andere meningen te uiten.

Die capaciteit wordt aangetast door de zgn. politieke correctheid. 

Minderheid vs. zwijgende meerderheid

Die vergt dat nu taalgebruik zou moeten vermeden worden dat als beledigend zou kunnen worden beschouwd door de ene of de andere minderheid. De term ontstond aan de linkerzijde waar men, volgens wat beschreven wordt meestal ironisch, doelde op degenen die niet consequent leefden naar de ware communistische leer. En hij werd vervolgens door de rechterzijde overgenomen in haar reactie tegen beleid ten opzichte van minderheidsgroepen waarbij de zgn. zwijgende meerderheid terug opkwam voor haar rechten. Het ging om reacties tegen progressieve academici en journalisten. Taal werd voorwerp van een ideologische twist, en het geheel waaide snel over van de US naar Europa.

Politieke correctheid verhult het onvermogen om rationeel om te gaan met  andere inzichten en  meningen dan degene die men zelf aanhangt. 

En dus maken we ook hier mee dat Staatssecretaris Francken aan de VUB het zwijgen kreeg opgelegd door radicale studenten – gelukkig reageerde het rectoraat daar prompt op. Niet omdat het rectoraat het eens zou zijn met de Staatssecretaris, maar omdat censuur en spreekverbod niet horen in onze samenleving en a fortiori niet op een campus. 

Politieke correctheid verhult het onvermogen om rationeel om te gaan met  andere inzichten en  meningen dan degene die men zelf aanhangt. De reactie is nu emo:  zie eens hoe gekwetst ik ben in één van mijn identitaire kenmerken als minderheid, wil dus dringend uw taalgebruik aanpassen. Rationele gedachtenwisseling wordt bijna steeds ingeruild voor pure morele verontwaardiging: conversatiestopper nummer één. 

Eigenaardig is dat ook de zgn. zwijgende meerderheid zich profileert als een nieuwe minderheid, deze die in academische en journalistieke kringen wordt benadeeld. Zij moet het dus eens goed zeggen, en beroept zich dan op de steun van al degenen die het niet zeggen. Dat is de kern van populisme: ook geen argumenten, maar de emotie van de achterstelling: morele verontwaardiging, die gelijk staat met de beëindiging van  de conversatie. En de taalkundige bemoeilijking van een debat met argumenten, want men moet over eieren lopen om nog een genuanceerde gedachte te uiten. Het nieuwe absolutisme is dat van de politieke correctheid. 

----
VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.