Het gat in de ozonlaag op zijn hoogtepunt vorig jaar, op 11 september. (Foto: NASA/NASA Ozone Watch/Katy Mersmann)

NASA meet minder schadelijke chloorfluorkoolverbindingen in het gat in de ozonlaag

De NASA is er in geslaagd om met een speciale sonde metingen te doen in het gat van de ozonlaag zelf.
Uit die metingen blijkt dat er steeds minder schadelijke chloorverbindingen zijn die de ozonlaag aantasten. De resultaten bevestigen het langzame herstel van het gat in de ozonlaag van de laatste jaren.

Het gat in de ozonlaag is vorig jaar weer wat kleiner geworden. Dat gat ontstaat elk jaar in de koudste periode van de Zuidpool, tussen juli en oktober. Het is nu bijna dubbel zo groot als Europa. Dat was al in november bekend. Maar de NASA heeft nu ook extra meetgegevens die de trend bevestigen. De gegevens komen uit de stratosfeer zelf, de laag in de dampkring op 15 tot 45 kilometer hoogte waar de ozonlaag het dikst is. 

De Microwave Limb Sounder

Een speciale sonde, de Microwave Limb Sounder, heeft gedurende een aantal jaren de hoeveelheden chloorverbindingen in de stratosfeer gemeten. Er blijken steeds minder van die schadelijke stoffen in de stratosfeer te zitten.

Sinds het Protocol van Montreal van 1987 hebben de meeste landen zich ertoe verbonden om minder chloorverbindingen te gebruiken en te lozen. Het gaat vooral om zogenoemde CFK's, chloorfluorkoolstofverbindingen, die onder meer gebruikt werden als drijfgassen, die vroeger in spuitbussen zaten, of als koelvloeistof in ijskasten. Volgens Susan Strahan van de NASA komen de meetgegevens overeen met het herstel van het ozongat en bewijzen ze dat de inspanningen op aarde hun vruchten afwerpen.

Het gat in de ozonlaag op zijn hoogtepunt van vorig jaar, op 11 september.  Blauw en purper zijn de gebieden met de minste ozon. (Foto: NASA/NASA Ozone Watch/Katy Mersmann)