Meest recent

    100 jaar geleden: Franse oud-premier aangehouden voor contacten met de vijand

    In deze rubriek brengen we grote en kleine gebeurtenissen tijdens de Eerste Wereldoorlog 100 jaar geleden, deze week van 10 tot 16 januari 1918: in Frankrijk is oud-premier Caillaux aangehouden voor contacten met de vijand, de onderhandelingen tussen Russen en Duitsers in Brest-Litovsk verlopen moeizaam, stakingsgolf in Oostenrijk, ....

    De Franse oud-premier Joseph Caillaux is gearresteerd. Hij wordt beschuldigd van contacten met de vijand.

    Er liep al een onderzoek tegen hem, maar de arrestatie van een van Frankrijks meest invloedrijke staatslieden zorgt hoe dan ook voor sensatie.

    Er zou bezwarend materiaal tegen Caillaux in handen van de militaire justitie zijn gekomen. Er zijn documenten gevonden in een bankkluis die Caillaux in de Italiaanse stad Florence had geopend, en andere documenten aan het licht gekomen in Amerika.

    Links, Caillaux wordt aangehouden in zijn bureau (Excelsior, 15-01-1918). Rechts, de Italiaanse Tribuna Illustrata herinnert er aan dat dit al het tweede drama is in het gezin Caillaux; de vrouw van de oud-premier moest in 1914 voor een assisenhof verschijnen wegens de moord op de hoofdredacteur van Le Figaro en werd toen uiteindelijk vrijgesproken (28-01-1918).

    De kranten publiceren intussen informatie over een reis die Caillaux in 1914/1915 in Zuid-Amerika deed. In de Braziliaanse stad Rio de Janeiro heeft hij een toespraak gehouden waarin hij zou hebben gezegd: "Onze oorlog tegen Duitsland is een dwaasheid en een misdaad. In Parijs zou men mij stenigen als ik dat in het openbaar zei." Ook zou hij in Argentinië een ontmoeting hebben gehad met graaf von Luxburg, de omstreden Duitse gezant. Die zou aan zijn regering hebben gevraagd om het schip van Caillaux bij zijn terugkeer naar Europa te kapen en hem "beleefd" te behandelen.

    Premier Clemenceau heeft in de Franse Kamer zeer energiek de arrestatie van Caillaux verdedigd. Hij kreeg er een enorm applaus voor.   

    Caillaux is de zoveelste in een lange rij mensen, vooral politici, die in Frankrijk zijn aangehouden; volgens het Duitse Lustige Blätter (1918, nr 1) is het een campagne van premier Clemenceau, bijgenaamd de tijger, tegen alle pacifisten of voorstanders van vrede, maar hoelang nog? In Wiener Caricaturen (10-02-1918) vraagt Clemenceau de politiemannen of alle voormalige ministers nu al zijn aangehouden, en zo ja, om hem dan ook maar aan te houden, want dat is de enige mogelijke redding voor Frankrijk.

    Caillaux is in een gewone cel opgesloten. Hij zal worden ondervraagd door kapitein Bouchardon, die eerder al het onderzoek tegen Mata Hari voerde.

    In principe zou Caillaux voor de krijgsraad moeten verschijnen, maar het is mogelijk dat hij berecht wordt door de Franse Senaat, die dan als een hooggerechtshof zetelt. Zoiets is kort geleden al beslist in het geval van oud-minister Malvy. In de Senaat zou hij meer invloed hebben dan bij militaire rechters.

    Links, volgens  Le Journal  dreigt Frankrijk (Marianne) te verstikken in het gifgas van de aanhoudende schandalen (22-12-1917).  En Le Rire is vernontwaardigd dat er gepleit wordt om Caillaux  door de senaat te laten berechten, de gewone soldaten, de "poilu's" moeten toch ook voor een krijgsraad verschijnen (5-01-1918).

    Critici menen dat Clemenceau en andere tegenstanders van de pacifistische staatsman, ook president Poincaré, hem in de eerste plaats de mond willen snoeren. 

    Naschrift: Caillaux zal pas in 1920 berecht worden. De Senaat zal hem tot drie jaar gevangenis veroordelen, nadat blijkt dat de beschuldigingen weinig om het lijf hadden. In 1925 krijgt hij amnestie en kort daarop is hij al opnieuw minister !

    Kort na zijn arrestatie maakte Hollywood een heuse film over de zaak-Caillaux

    De affiche van de Caillaux-film

    Duitse generaal gebruikt harde taal op vredesbesprekingen

    Generaal-majoor Max Hoffmann, de vertegenwoordiger van het Duits opperbevel op de vredesbesprekingen in Brest-Litovsk, heeft zich bijzonder hard opgesteld tegenover de eisen van de Russische delegatie. Dat gebeurde toen gesproken werd over een ontruiming die van de gebieden die de vijandelijke legers bezet houden. Het gaat dan vooral om Russisch gebied onder Duitse bezetting.

    De Duitsers vinden dat ze alleen grondgebied moeten ontruimen met een authentiek Russische bevolking, maar geen gebieden waar andere volkeren wonen en die zich van Rusland willen afscheiden, zoals de Polen, de Litouwers en de Letten. De bolsjewistische regering heeft trouwens het recht op zelfbeschikking erkend, merkten de Duitsers op.  

    De vertegenwoordigers van Duitsland en zijn bondgenoten in Brest-Litovsk, van links naar rechts: generaal Max Hoffmann,  de Oostenrijkse minister van buitenlandse zaken Czernin, de Turkse grootvizier Talaat Pascha ( mede-verantwoordelijk voor de Armeense genocide)  en de Duitse minister van buitenlandse zaken von Kühlmann ( uit Das Interessante Blatt, 18-01-1918)

    De Russen antwoordden dat ze geen probleem hadden met de onafhankelijkheid van Finland, een land dat niet bezet was. Maar ze vinden dat de Duitsers in de door hen bezette gebieden geen echt democratische organen hebben opgericht die vrij de wil van het volk uitdrukken.

    Toen de Russen garanties eisten dat betrokken volkeren over hun lot zouden kunnen beslissen, nam generaal Hoffmann het woord.

    "De Russische delegatie spreekt over ons alsof ze de overwinnaar is", zei Hoffmann, maar hij stelde het tegendeel vast. "Het overwinnende Duitse leger bevindt zich op uw grondgebied."  

    Volgens het Weense Kikeriki (27-01-1918) wordt het  zeer moeilijk om eensgezindheid te bereiken in Brest-Litovsk; van rechts naar links: generaal Hoffmann, Trotski, de Oostenrijkse minister Czernin, de Rus Joffe, de Duitse minister von Kühlmann en de Turk Talaat Pasha.

    Hoffmann beweerde dat de Russische regering enkel op macht en geweld is gebaseerd en iedereen onderdrukt die het met haar niet eens is. Zo hebben de bolsjewieken onlangs een congres van de bevolking in Wit-Rusland met machinegeweren uiteengejaagd. Bovendien vallen ze nu de Oekraïne aan, die de regering van Lenin niet erkent.

    Het Duitse opperbevel, zo zei de generaal keihard, weigert elke inmenging van de Russische regering in de interne aangelegenheden van de bezette gebieden. "Alles (aldaar) is in handen van Duitsland, geleid door Duitsland."
    Omdat alle toespraken in Brest-Litovsk aan de pers worden doorgegeven, zijn Hoffmanns woorden de wereld rondgegaan.  

    Officieren van de Russische delegatie kopen kranten in een Duitse kiosk in Brest-Litovsk (Das Interessante Blatt, 17-01-1918)

    De Russen spreken van de "arrogantie van de overwinnaar". Geallieerde kranten zeggen dat de maskers zijn afgevallen. Ze zien er het einde in van de bolsjewistische illusies en zelfs van het hele vredesoverleg. Het is ook duidelijk wie het in Duitsland echt voor het zeggen heeft: het opperbevel en niet de regering.

    In Duitsland zijn progressieve kringen niet gelukkig met de tussenkomst van de generaal. In Oostenrijk-Hongarije is de teleurstelling nog groter. Zelfs gematigde politici daar vinden het bedenkelijk dat het blijkbaar de Duitse generaals zijn die over oorlog of vrede beslissen.  

    Zoals de meeste andere Oostenrijkse kranten heeft de Mittags-Zeitung uit Graz het over een krisis bij de vredesonderhandelingen en geeft de Duitse generaal Hoffmann daarvoor de schuld (15-01-1918).

    Stakingsgolf in Oostenrijk

    Oostenrijk kent een stakingsgolf die alsmaar uitbreiding neemt. Het aantal stakers ligt al ver boven de 100.000.

    Het begon toen arbeiders van de Daimler-motorfabriek in Wiener Neustadt het werk neerlegden, snel gevolgd door andere fabrieken in deze belangrijke industriestad. Dezelfde dag nog betoogden meer dan 10.000 arbeiders in de stad. Ze eisten een rechtvaardige vrede "zonder annexaties", een democratisch kiesrecht en een betere voedselvoorziening.

    Meer nog dan andere oorlogsvoerende landen heeft Oostenrijk te kampen met een sterke inflatie, die de koopkracht zwaar heeft uitgehold. "De bierdichter" staat al 50 jaar voor de kroeg, maar wordt nu boos al hij ziet hoe snel de bierprijs is gestegen (Kikeriki, 27-01-1918, Oostenrijkse Nationale Bibliotheek)

    De staking nam snel uitbreiding toen de dag daarop de uitdagende toespraak van de Duitse generaal Hoffmann (zie boven) bekend raakte.  Ze bereikte de hoofdstad Wenen, waar onder meer de werkplaatsen van de spoorwegen platliggen.

    Naar het voorbeeld van wat in Rusland gebeurd is, zijn in Wenen en in andere steden arbeidersraden gevormd.

    De regering heeft troepen naar de voornaamste stakingscentra gestuurd, maar tot nu toe is geen geweld gebruikt.  

    Onder de kop "De opstand" schrijft de sociaaldemocratische partijleiding in  de Arbeiter Zeitung dat de stakingen spontaan zijn uitgebroken, uit onvrede over een onrechtvaardig nieuw systeem van voedselbedeling en over de dreigende mislukking van de vredesonderhandelingen in Brest-Litovsk, omdat een partij zijn terreinwinst niet wil opgeven (17-01-1918)

    De sociaaldemocratische partij heeft een gesprek met de regering gevraagd over een aantal eisen van de arbeidersraden. De bevolking is de oorlog meer dan moe, maar het is vooral de honger die tot onrust aanzet. De voedseltekorten in het Oostenrijkse deel van de Habsburgse monarchie zijn rampzalig. In het andere deel, het meer agrarische Hongarije, is de toestand een stuk beter, maar daar wordt de levering van voedsel aan Oostenrijk tegengewerkt om de bevoorrading van de Hongaren te verzekeren.  

    Het Weense Kikeriki hekelt de buitenlandse berichtgeving over de onrust in Oostenrijk, zo is er (ten onrechte) geschreven dat er in Wenen 2 dagen lang geen kranten zijn verschenen (27-01-1918)

    Hughes blijft aan in Australië na tegenslag bij referendum

    In Australië blijf Billy Hughes aan als eerste minister, hoewel hij opnieuw een nederlaag leed bij een niet-bindende volksraapleging.

    De Australiërs hebben in december voor de tweede keer de invoering van de militaire dienstplicht verworpen.

    Ditmaal deden ze dat met een meerderheid van 53,8 %. Bij een vorig referendum, 15 maanden eerder, was amper 51,6 % tegen.

    Het nieuwe regeringsvoorstel over dienstplicht was nochtans veel gematigder dan dat in 1916. Er zouden slechts een beperkt aantal mannen worden opgeroepen, en enkel voor die maanden waarin er zich minder dan 7.000 oorlogsvrijwilligers melden.  

    Affiches van het ja en nee kamp tijdens de campagne voor het referendum. Rects, wordt premier Hughes voorgesteld als een handlanger van Pietje de Dood.

    Afgelopen jaar kwamen er amper 45.000 vrijwilligers het Australische leger vervoegen, gemiddeld nog geen 4.000 per maand. In 1915 – het jaar van de landing in Gallipoli -  waren er nog bijna 166.000 vrijwilligers.

    Het waren vooral de stedelijke gebieden die het overwicht aan nee-stemmen gaven. Opnieuw waren de vakbonden en de Australiërs van Ierse afkomst uitgesproken tegen, terwijl het establishment voor was.

    De campagne verliep bitter. Duitse immigranten werd het stemrecht ontnomen. De regering verbood publicaties die zich tegen de dienstplicht uitspraken. Zelfs de opvoering van een pacifistisch liedje werd verboden. Premier Hughes kreeg tijdens een toespraak voor het referendum een ei naar zich toegegooid.  

    Premier Hughes spreekt Australische troepen in Europa toe, 1918 (AWM)

    Zoals hij beloofd had, diende Hughes na deze nederlaag zijn ontslag in. De leider van de oppositionele Labourpartij kreeg daarop de kans een regering te vormen. Omdat Labour geen meerderheid in het parlement heeft, vroeg hij de (Britse) gouverneur-generaal van Australië, Sir Ronald Munro Ferguson, om nieuwe verkiezingen te houden. De gouverneur-generaal wees dat af en besloot Hughes opnieuw tot premier te benoemen.

    Hughes was ook opgestapt als leider van zijn Nationalist Party, maar kon bij gebrek aan tegenkandidaten zichzelf opvolgen.  

    Vervolging Armeniërs gaat onverminderd door

    De uitroeing van de Armeniërs en Syrische christenen in het Turkse rijk begon in het voorjaar van 1915 maar gaat nog altijd onverminderd door, zoals blijkt uit dit artikel van de New York Tribune (13-01-1918).

    De krant toont een foto van een moeder bij de lijken van haar vijf omgekomen zoontjes en van uitgemergelde vluchtelingen.

    Informatie over wat zich in Turkije afspeelt, is vooral afkomstig van Amerikaanse missionarissen die in de buurlanden hulporganisaties hebben opgezet.

    Spanning in Azië neemt toe

    Een Japans slagschip ‘Iwani’ is met enkele kleinere oorlogsschepen verschenen in de haven van Vladivostok, de voornaamste Russische stad aan de Stille Oceaan. De troepen aan boord zijn echter niet aan land gegaan.

    Japan is op zijn hoede voor een bolsjewistische machtsovername in Vladivostok, waar grote Japanse voorraden zijn opgestapeld, en wil de haven in de gaten houden.

    De ‘Iwami’ was – o ironie - aanvankelijk een Russisch schip onder de naam ‘Orjol’, maar moest aan Japan worden afgestaan na de Russische nederlaag tegen Japan in 1905. Overigens zijn Rusland en Japan formeel nog altijd bondgenoten in deze oorlog.  

    De Iwami in 1907

    Intussen heeft ook China zijn troepen geconcentreerd langs de grens met Rusland. De toestand in het Russische deel van Centraal-Azië is onduidelijk. Een congres van moslims in het gebied heeft een autonome regering van Turkestan ingevoerd.

    Anderzijds zouden de Russische legers zich uit Perzië terugtrekken. De regering wil ze inzetten tegen het kozakkenleger van de opstandige generaal Kaledin in Zuid-Rusland.  

    Postkaart van Vladivostok, c. 1914