Video player inladen ...

Professor De Strooper: "We moeten die farmareuzen zeggen dat ze dit probleem prioritair moeten aanpakken"

Neurowetenschapper professor Bart De Strooper vindt dat de beslissing van farmareus Pfizer om te stoppen met het zoeken naar medicijnen tegen dementie, niet kan. De beslissing zal hoe dan ook vertraging veroorzaken, zegt hij, en de maatschappij moet de farmereuzen wijzen op hun sociale verantwoordelijkheid en zeggen dat ze "mee de boot in moeten, punt". 

De beslissing van Pfizer Inc., een van de grootste farmaceutische bedrijven ter wereld, is volgens De Strooper ingegeven door financiële motieven, ze willen de verliezen beperken die ze maken door de testen die mislukken, en ze verhuizen dus hun inspanningen naar gebieden waar gemakkelijker geld kan verdiend worden. Dat zei hij in "de wereld vandaag" op Radio1.

Voor De Strooper kan die "enge economische logica" echter niet: zij zijn de grote jongens van de medicijnen, zo zegt hij, en ze gaan zich nu gewoon eventjes aan de kant parkeren en kijken hoe de kleine jongens in de academische wereld, waar de Strooper zich toe rekent, proberen het probleem op te lossen. Zodra er dan nieuwe ideeën van de academische wereld komen, zullen ze op de eerste rij staan met een dikke cheque om te proberen die ideeën op te kopen, en dan proberen medicatie te ontwikkelen, maar dat kan niet voor de Strooper.

De grote farmabedrijven hebben immers gigantische middelen, en de gestegen subsidies voor het academisch onderzoek, of de investering van Bill Gates van 50 miljoen van onlangs, zijn maar een fractie van wat de grote bedrijven kunnen vrijmaken en investeren, aldus de Strooper. Als dat wegvalt, zal dat de zoektocht naar een oplossing voor alzheimer en parkinson in elk geval vertragen.

Verantwoordelijkheid

Professor De Strooper vindt dat de maatschappij de bedrijven veel te gemakkelijk hun beslissingen laat nemen, terwijl zij toch een sociale verantwoordelijkheid hebben. Hij vindt dat de maatschappij wel wat meer zou mogen zeggen tegen de bedrijven dat ze verwacht dat die, naast de winstgevende zaken, ook dit probleem prioritair aanpakken. 

Dat is trouwens wat er gebeurd is met het AIDS-onderzoek in de jaren 80, zo zei De Strooper. Ook toen waren er een heleboel bedrijven die in het begin het opgaven, omdat ze vonden dat het te moeilijk was, omdat het niet genoeg winst zou opleveren, maar dan zijn de mensen zelf naar die bedrijven gegaan, en heeft de maatschappij gezegd dat ze moesten investeren. De meeste bedrijven hebben dat dan ook gedaan, en nu zien we dat het probleem, zoveel jaren later, medisch opgelost is, aldus De Strooper.

Nu is er bijna geen oppositie, zei de Strooper, bij de vorige bedrijven die beslist hebben om het onderzoek naar dementie stop te zetten, zei iedereen: 'Ja, het is een economisch principe, ze moeten zien dat ze winst maken, het is oké', maar van die gelatenheid moeten we volgens de professor afstappen. Hij denkt dat we echt tegen die bedrijven moeten zeggen: "Jullie moeten mee de boot in, punt."

Die economische logica is volgens De Strooper overigens ook een beetje schijnheilig: de grote farmaceutische bedrijven zeggen dat het hun roeping is om de "unmet medical needs", de grote gezondheidsproblemen waarvoor er nog geen oplossing is, aan te pakken, en dat ze bereid zijn daarvoor grote risico's te nemen. Maar daarvoor moeten ze dan wel grote middelen krijgen, en dus moeten ze megawinsten kunnen maken, zodat ze die opnieuw kunnen investeren in moeilijke problemen.

Als er nu één moeilijk probleem is, aldus De Strooper, dan is het wel dementie, maar daarin zetten ze dan hun investeringen volledig stop. De Strooper vindt dus dat dat niet kan, en dat de bedrijven hun sociale verantwoordelijkheid moeten opnemen. 

Geen einde verhaal

De Strooper blijft overigens grote hoop hebben dat er de volgende jaren doorbraken gaan komen, en hij is ook blij dat er nog een aantal "big pharma's" zijn die wel hun verantwoordelijkheid opnemen, ze hebben het niet allemaal opgegeven. 

Hij is er zelfs van overtuigd dat de beslissing van Pfizer niet het einde van het verhaal betekent. "Er gaat toch wel iets van komen", zo zei hij, "het is een ziekte, en als ik zie hoeveel vooruitgang we de laatste 10 jaar geboekt hebben in het fundamenteel begrijpen van de ziekte, ben ik ervan overtuigd dat er geneesmiddelen gaan komen. Dementie is op zichzelf geen groter probleem dan kanker."