Het circus van de wisselende EU-voorzitters: weg ermee?

Sinds 1 januari is Bulgarije zes maanden lang "voorzitter van de Europese Unie". Op 1 juli neemt Oostenrijk de fakkel over,  zes maanden later is het de beurt aan Roemenië, enzovoort. Is dat rotatiesysteem nog van deze tijd?

labels
Rob Heirbaut
Rob Heirbaut en Hendrik Vos schrijven om de twee weken beurtelings een analyse respectievelijk opinietekst over Europese politiek. Heirbaut is VRT NWS -journalist, gespecialiseerd in de EU. Vos is hoogleraar aan de Universiteit Gent, waar hij directeur is van het Centrum voor EU-studies.

Landen die om de haverklap nieuwe verkiezingen moeten houden omdat de vorige gevallen is, genieten niet de allerbeste reputatie. Hetzelfde geldt voor voetbalclubs die om de zes maanden hun trainer buitengooien, of
bedrijven die de ene na de andere CEO zien komen en gaan.  Er zijn slechts
weinig organisaties die in hun statuten hebben ingeschreven dat om de zes
maanden iemand anders voorzitter wordt.

De Europese Unie is zo’n organisatie. Het is geen kaartclub maar wel een club van (voorlopig nog) 28 landen met zowat 500 miljoen inwoners. De komende zes maanden wordt die club bestuurd door Bulgarije: het armste clublid, met amper 7 miljoen inwoners, waar corruptie na tien jaar EU-lidmaatschap nog niet verdwenen is.  

Zoals de traditie dat wil, trok de Europese Commissie deze week naar de Bulgaarse hoofdstad Sofia om het voorzitterschap plechtig te openen, en om het werkprogramma van de komende zes maanden te bespreken. Achteraf was er een persconferentie van de Bulgaarse premier Borisov, en Commissievoorzitter Juncker.

AFP or licensors

Ook op het einde van het voorzitterschap zal er weer zo’n persconferentie zijn. De premier van het voorzittende land gaat het programma van zijn voorzitterschap ook toelichten in het Europees Parlement, en gaat op het einde nog eens langs om er de balans op te maken.

Formeel gezien speelt de premier van het voorzittende land echter geen rol meer. Vroeger was het zo dat die premier de toppen van staatshoofden en regeringsleiders voorzat. Sinds het Verdrag van Lissabon is er echter een permanente voorzitter van de Europese Raad (nu Donald Tusk, daarvoor Herman Van Rompuy).  

Van wat is Bulgarije dan wel voorzitter? Niet van de Europese Raad (van staatshoofden en regeringsleiders) dus, maar wel van de Raad van de Europese Unie. Dat zijn de vergaderingen van Europese ministers van
landbouw, justitie, binnenlandse zaken, economie en financiën, werkgelegenheid enzovoort, die op regelmatige tijdstippen plaatsvinden in Brussel (en soms ook in Luxemburg).

Die vergaderingen worden de komende maanden geleid door Bulgaarse vakministers. Zij hebben als taak om compromissen te bewerkstelligen tussen de lidstaten onderling, en om vervolgens dààrover te gaan onderhandelen met een delegatie van het Europees Parlement. Een voorzitterschap zal van waarnemers goede punten krijgen wanneer het erin slaagt om compromissen te bereiken. 

Er is één raadsformatie waar Bulgarije geen voorzitter zal leveren. Sinds het Verdrag van Lissabon hebben de Europese ministers van Buitenlandse Zaken ook een vaste voorzitter. Nu is dat Federica Mogherini, vicevoorzitter van de Europese Commissie en Hoge Vertegenwoordiger van de EU voor buitenlands beleid. (De eurogroep heeft ook een vaste voorzitter, de Portugees Centeno, maar daar is Bulgarije geen lid van
omdat het land nog niet tot de eurozone behoort).  

De vergaderingen van ministers worden voorbereid door diplomaten in Brussel, in tientallen werkgroepen en comités. Ook die zullen nu 6 maanden lang een Bulgaarse voorzitter hebben. Landen die EU-voorzitter zijn, moeten een pak meer ambtenaren naar Brussel sturen. Ze zijn vaak ook maanden of jaren bezig met de voorbereiding van dat voorzitterschap, om alle dossiers goed onder de knie te hebben wanneer zij aan de beurt zijn.

Op die manier zorgt het circus van roterende voorzitterschappen ervoor dat de administraties van alle lidstaten een tijdelijke Europese “injectie” krijgen. Anders zouden er in Brussel bij de Raad ook veel meer Europese ambtenaren in dienst genomen moeten worden. Er zijn in het verleden voorstellen gedaan om komaf te maken met het rotatiesysteem. Sommigen pleiten ervoor dat elke raadsformatie zijn eigen voorzitter zou verkiezen (zoals de Eurogroep doet). Dit zou ongetwijfeld tot een koehandel leiden tussen de lidstaten over wie van welke partij en welk land voorzitter mag worden van welke Raad, en zou er niet noodzakelijk toe leiden
dat de beste kandidaat ook voorzitter wordt.  

Klein maar dapper

Kleine landen zijn niet noodzakelijk slechte EU-voorzitters. Het kleine Estland, de voorganger van Bulgarije, verbaasde iedereen met zijn
efficiënt voorzitterschap, dat heel wat compromissen kon bereiken (bijvoorbeeld over de detacheringsrichtlijn van Marianne Thyssen). Estland moest zes maanden eerder voorzitter worden dan gepland, omdat het Verenigd Koninkrijk zijn beurt liet voorbij gaan (als gevolg van het brexit-referendum). Kleine landen doen vaker dan grote landen beroep op ondersteuning van de Europese Commissie en het secretariaat van de Raad in Brussel, misschien is dat een verklaring.  

Wegen op de agenda

Voorzitterschappen kunnen niet zomaar de koers van de Europese Unie omgooien. Ze kunnen wel beïnvloeden welke dossiers prioriteit krijgen en welke niet. Zo heeft Bulgarije niet veel zin om veel vaart te zetten achter de procedure tegen Polen (wegens ondermijning van de Europese waarden).

Anderzijds belooft Bulgarije wel om een “evenwichtig” akkoord te proberen
bereiken over sociale dumping in de transportsector, waar landen uit Centraal- en Oost-Europa helemaal geen vragende partij voor zijn.

Het moeilijkste dossier dat Bulgarije erft van het Estse voorzitterschap (en eerdere voorzitterschappen), is de hervorming van het Europese asiel- en
migratiesysteem (het voorstel om een permanent systeem in te voeren om
vluchtelingen te spreiden over de EU in geval van nieuwe crisis). Het feit dat
een Oost-Europees land hierover een compromis moet proberen te bereiken, kan helpen, omdat het de gevoeligheden beter begrijpt, maar ook onder druk staat om een resultaat af te leveren. Veel zal afhangen van de kwaliteiten van de Bulgaarse ministers en diplomaten, en daarvan is niet iedereen overtuigd.  

Balkan op de agenda

Een land dat voorzitter is kiest een eigen logo, een eigen motto (“United we stand strong”), en meestal ook een thema dat het op de Europese agenda wil plaatsen. Estland koos voor “digital Europe” als thema. Bulgarije focust op de Europese toekomst van de Westelijke Balkan: Servië, Montenegro, Macedonië, Albanië, Kosovo. Bulgarije organiseert in mei in Sofia
een informele bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders, met als
bedoeling om het signaal uit te sturen dat de Westelijke Balkan nog altijd
welkom is in de Europese Unie.

Bulgarije en veel andere EU-landen maken er zich zorgen over dat Rusland, Turkije en China steeds meer invloed proberen te krijgen op de Balkan, en willen dat vermijden door aan de Balkanlanden een duidelijk Europees perspectief te geven. Bulgarije wil graag dat er betere verbindingen zijn tussen de EU op het gebied van telecommunicatie en energievoorziening. En er zouden ook akkoorden moeten komen om de roamingkosten af te schaffen, net zoals in de EU het geval is sinds vorige zomer.  

Net zoals alle andere voorzitters, wil Bulgarije zijn voorzitterschap gebruiken om zijn imago op te poetsen. In het geval van Bulgarije is dat wel nodig. Sommige Bulgaren hopen dat al die externe aandacht voor Bulgarije kan helpen in de strijd tegen corruptie: Bulgarije kan zich de komende zes maanden geen uitschuivers veroorloven op dat vlak, omdat het land
in de Europese spotlights staat.  

Eigen das of sjaaltje

Vroeger vonden Europese toppen van staatshoofden en regeringsleiders plaats in het land dat voorzitter was. Op die manier werd “Europa” letterlijk wat dichter bij de burger gebracht. In de praktijk vonden zulke topbijeenkomsten meestal plaats op een streng beveiligde plek waar gewone burgers niet welkom waren, en zorgden de strengere veiligheidsmaatregelen ervoor dat het plaatselijke verkeer serieus in de knoop werd gestuurd. 

Maar het zorgde er ook voor  dat de plaatselijke media er veel meer aandacht aan besteedden dan aan een top in het verre Brussel. En Europacorrespondenten maakten zo ook kennis met de landen waarover ze het in Brussel vaak hadden.

Sinds het brexitreferendum worden er opnieuw informele toppen van regeringsleiders gehouden door de landen die EU-voorzitter zijn: Slovakije begon ermee in september 2016 met een top in Bratislava. Malta deed het ook in februari 2017, en Estland in september 2017. Ook Bulgarije is het van plan, net zoals Oostenrijk (september) en Roemenië (mei 2019).  

Informele bijeenkomsten van vakministers in het voorzittende land zijn altijd blijven bestaan. “Informeel” betekent dat er geen juridisch bindende beslissingen worden genomen, en dat er vaak ook nevenactiviteiten worden georganiseerd voor de ministers, en de meegereisde pers, om het gastland te promoten.

Zowat elk land ontwerpt een eigen das voor de mannelijke ministers, en een sjaaltje voor de vrouwelijke ministers.  Ook voor de pers zijn er geschenken. Ik herinner me een koffiekop, handschoenen en een muts van de Nederlanders, een cd van de Zweden, een paraplu van de Polen, een sherryglas (en een fles sherry) van de Spanjaarden, een kleine mp3-speler die onmiddellijk stuk ging van de Luxemburgers, en een rugzak met een soort zonnepaneel (al in 2007, nooit uitgeprobeerd) van de Portugezen.

België?

De lijst van voorzitterschappen ligt vast tot eind 2030, wanneer Malta opnieuw EU-voorzitter zal zijn. België is in de eerste helft van 2024 opnieuw aan de beurt. Normaal gezien zijn er in mei of juni van 2024 dan ook regionale en federale verkiezingen. Onze ministers zullen dan ontslagnemend zijn.

Op zich hoeft dat geen probleem te zijn. In 2010 was België voorzitter tijdens de langste formatieperiode ooit, en dat voorzitterschap was zeker geen mislukking, integendeel.  In elk geval: wie ambitie heeft om minister te worden in een volgende Vlaamse of federale regering, zal zich op het einde van zijn of haar mandaat zes maanden lang Europees voorzitter mogen noemen.