Yorick Jansens

Meer dan twee derde van de mensen die een sigaret proberen, worden dagelijkse rokers

Iets meer dan 60 procent van de mensen heeft wel eens ooit een sigaret geprobeerd, en bijna 70 procent van hen wordt, minstens een tijdje, een dagelijkse roker. Dat blijkt uit een analyse van verschillende onderzoeken, waaraan meer dan 200.000 mensen deelnamen in vier verschillende landen. Volgens tabacoloog Johan Swennen moet de preventie meer gericht worden op het niet beginnen met roken. 

Onderzoekers van de Queen Mary University in Londen gingen in de Global Health Data Exchange op zoek naar relevante onderzoeken waarin onder meer vragen gesteld werden naar "ooit een sigaret geprobeerd hebben", en "ooit dagelijks gerookt hebben". Ze vonden gegevens van acht onderzoeken uit het Verenigd Koninkrijk, de VS, Australië en Nieuw-Zeeland. In totaal hadden er meer dan 215.000 mensen aan de onderzoeken deelgenomen, en de onderzoeksmethoden bleken in orde te zijn. De gegevens van de onderzoeken werden geanalyseerd om te berekenen welk deel van de  mensen die ooit een sigaret geprobeerd hadden, een dagelijkse roker werd.

Het team berekende dat 60,3 procent van de ondervraagde mensen zei dat ze ooit een sigaret geprobeerd hadden, en dat naar schatting 68,9 procent van hen zei dat ze vervolgens een dagelijkse roker waren geworden. 

De auteurs van de studie, die gepubliceerd is in "Nicotine & Tobacco Research", geven toe dat er beperkingen aan hun studie zijn, omdat de verschillende studies verschillende methodologieën gebruikten en dan ook verschillende resultaten gaven. Het percentage mensen dat een dagelijkse roker werd liep uit elkaar van 52 in een studie in de VS tot 82 procent in een studie uit het VK.

De 68,9 procent waar de studie op uitkomt, is dan ook een schatting, een gewogen gemiddelde van de gegevens met een foutenmarge.  Het werkelijke cijfer kan tussen 60,9 en 76,9 procent liggen, zo zeggen de onderzoekers. Een andere beperking is dat de studies moeten vertrouwen op het geheugen van de mensen in verband met hun rookgedrag, en dat kan wel eens niet accuraat zijn. 

Nicotine

Hoofdonderzoeker professor Peter Hajek zei dat het de eerste keer is dat de link tussen een eerste keer een sigaret proberen en een dagelijkse roker worden, is vastgesteld aan de hand van zo'n uitgebreide reeks gegevens. "We hebben gevonden dat verrassend veel mensen overgaan van een eerste-keer-roker naar een dagelijkse roker, en dat bevestigt het belang van in de eerste plaats verhinderen dat mensen gaan experimenten met sigaretten", zo zei hij aan de BBC. 

"Er werd gevreesd dat e-sigaretten even verslavend zouden kunnen zijn als conventionele sigaretten, maar dat is niet het geval gebleken. Het is opvallend dat erg weinig niet-rokers die e-sigaretten proberen, dagelijkse 'vapers' worden, terwijl zo'n groot deel van niet-rokers die conventionele sigaretten proberen, dagelijkse rokers worden. De aanwezigheid van nicotine is duidelijk niet het hele verhaal", zo zei hij nog op de website van de Queen Mary University.

Pervers effect

Psycholoog en tabacoloog Johan Swennen noemde in "Nieuwe feiten" op Radio1 de cijfers indrukwekkend. Het is al langer bekend dat de tabaksindustrie probeert sigaretten zo te designen dat ze zo verslavend mogelijk worden, onder meer door de smaak te verbeteren en hoestremmers toe te voegen, en het is duidelijk uit de cijfers dat ze daar erg in geslaagd is, zo zei hij. 

De eerste sigaret wordt vaak niet als positief ervaren, zo zei Swennen, mensen moeten hoesten en kuchen, zijn wat lichthoofdig of worden zelfs misselijk, maar dat heeft een pervers effect. Het geeft hen namelijk een zekere geruststelling en ze denken dat ze niet verslaafd zullen worden omdat ze het niet je dat vinden. Daardoor gaan ze opnieuw een sigaret proberen, en nog een, en voor ze het weten zijn ze toch verslaafd. 

Preventie

De preventie is nu vooral gericht op het helpen van mensen bij het stoppen met roken, en dat is zeker positief volgens Swennen, -stoppen onder begeleiding geeft 10 keer meer kans op succes -, maar het is niet voldoende. 

De preventie zou zich ook meer moeten richten op het niet beginnen met roken, zo zei hij. De klassieke aanpak daarbij is nu dat men zich richt op mensen die al aan het experimenteren zijn, en daarbij ingaat op de schadelijke gevolgen van het roken. Die mensen denken vaak dat ze wel weten hoe schadelijk roken wel is, maar Swennen twijfelt daaraan: de nicotine wordt opgenomen in het bloed en is slecht voor de cellen, is slecht voor alles, en slechts weinig mensen weten volgens hem hoe slecht roken wel is.

Die aanpak is volgens Swennen niet voldoende, men laat de mensen die nog niet experimenteren buiten beschouwing, en als je als kind hoort hoe slecht roken wel is, maar dan toch ziet dat er mensen zijn die blijven roken, dan moet je wel de illusie krijgen dat roken fantastisch moet zijn. Dat is echter een illusie: de meeste rokers zijn in feite eerder beschaamd en willen stoppen maar gaan dat verbergen, zo zei Swennen. Ook hebben rokers vaak niet door hoe hun verslaving werkt: sigaretten zijn sterk verslavend, en je krijgt dus een trage afkick, waarbij je je minder goed gaat voelen. Als je dan rookt, voel je je plots veel beter, en rokers weten dus dat roken helpt tegen dat soort stress. Wat hen vaak minder duidelijk is, is dat ze die stress niet zouden hebben als ze niet zouden roken.

Volgens Swennen moet men meer inspelen op die illusie, en het imago van roken is ook nog te "cool". Roken heeft het imago van vrijheid, rebellie, iets doen wat niet mag, terwijl men binnen de kortste keren verslaafd raakt, wat net een ernstige beperking op de vrijheid vormt. Ook dat imago moet aangepakt worden.