Bas van de Schootbrugge

Niet alleen dino's, ook vlinders bewoonden Jurassic Park

Vlinders en motten fladderen al miljoenen jaren langer rond op onze planeet dan tot nu toe gedacht. Wetenschappers hebben fossiele resten gevonden van 200 miljoen jaar oud. Die geven aan dat ze al 70 miljoen jaar eerder bestonden dan tot nu toe werd aangenomen. Ze dateren uit het Jura, het tijdperk van de dinosaurussen. Opvallend: op dat moment waren er waarschijnlijk nog geen bloeiende planten op onze planeet.

Vlinders en motten zijn fragiele schepsels, wat betekent dat fossiele resten zeldzaam zijn. Wetenschappers baseren zich vooral op DNA van "moderne" vlinders en motten om de evolutionaire ontwikkeling in kaart te brengen. Een internationaal team van wetenschappers heeft dat onderzoek nu belangrijke nieuwe inzichten bijgebracht. In Noord-Duitsland vonden ze vleugel- en lichaamsschubben terug in gesteenten die dateren uit de overgang van het Trias- naar het Jura-tijdperk. Dat gebeurde zowat 200 miljoen jaar geleden.

De overgang van het Trias naar het Jura is een groot kantelmoment in de geschiedenis. Tijdens het Trias waren bijna alle continenten verenigd in één supercontinent, Pangea. Tegen het einde begon dat supercontinent op te breken. Dat ging gepaard met grootschalige vulkanische activiteit en een massale uitsterving. De biodiversiteit op onze planeet ging er fors op achteruit, heel wat soorten die het Trias domineerden, verdwenen.

Vlinders en motten (Lepidoptera) lijken dus al te hebben bestaan tijdens het Trias en hebben zich bovendien kunnen handhaven tijdens de massale extinctie, zeggen de onderzoekers. Ze konden zich aanpassen aan hun nieuwe leefomgeving, wat allicht de deur geopend heeft voor hun expansie, vergelijkbaar met die van de dinosaurussen in het Jura.

(lees verder onder de foto)

Timo van Eldijk

Suikerdruppels opzuigen

Vandaag kennen we vlinders en motten als insecten die zich voeden door van bloem naar bloem te fladderen en met hun tong nectar op te zuigen. Tot nu toe overheerste dan ook het idee dat bestuivende insecten en bloeiende planten hand in hand evolueerden. Maar dat idee moet worden bijgesteld: bloeiende planten ontstonden pas zo'n 130 miljoen jaar geleden, de vlinders en motten waren er al 200 miljoen jaar geleden.

In de ontdekte fossiele resten zagen de onderzoekers ruwweg twee groepen: een groep die in te delen is bij vlinders en motten met kaken, en een groep met zuigende monddelen. Een roltong, zoals we die nu kennen bij de hedendaagse vlinders en motten. Volgens de wetenschappers hebben de dieren die roltong ontwikkeld als aanpassing op de veranderende leefomstandigheden aan het einde van het Trias.

Het Jura werd gedomineerd door zogenoemde gymnospermen, dat zijn zaadplanten die niet bloeien, zoals naaldbomen en coniferen. Zij scheidden suikerhoudende druppels af om stuifmeel uit de lucht te vangen. De onderzoekers denken dat de vlinders en motten die zuigende monddelen ontwikkelden om zich te kunnen voeden met die suikerdruppels.

(lees verder onder de foto)

Hossein Rajaei

Hoe reageren insecten op huidige klimaatopwarming?

"Dit hervormt ons begrip over de evolutionaire geschiedenis van motten en vlinders en hun weerbaarheid tegen uitsterving”, zegt Timo van Eldijk van de Universiteit Utrecht, hoofdauteur van de studie. "Ze hebben de extinctie aan het einde van het Trias overleefd en zich bovendien aangepast aan hun nieuwe wereld. Ze zijn veel diverser geworden tijdens een periode van grote verandering."

Die kennis is nuttig voor het onderzoek naar de hedendaagse klimaatopwarming en de gevolgen voor vlinders en motten, zegt Van Eldijk. "Door te bestuderen hoe insecten en hun evolutie beïnvloed zijn door het broeikaseffect aan het begin van het Jura, hopen we inzicht te krijgen in hoe insecten mogelijk reageren op de huidige klimaatopwarming".

Meer lezen?

Het onderzoek is gepubliceerd in het wetenschappelijke vakblad Science Advances. De Universiteit Utrecht, de Deutsche Forschungsgemeinschaft (Heisenberg Fellowship) financierden het, de onderzoekers werken aan de Universiteit Utrecht, Boston College, en de Hessisches Landesmuseum Darmstadt en Staatliches Museum für Naturkunde Stuttgart.