Advocaat-generaal: “Door geknoei wetgever kan ik niet anders dan lichtere straf vragen”

In Antwerpen zal een man die terecht staat voor de moord op zijn ex-vriendin in beroep sowieso een lagere straf krijgen dan van de eerste rechter. Alles heeft te maken met de vernieting van de hervorming van assisen door het Grondwettelijk Hof.

De man kreeg in eerste aanleg een straf van 24 jaar voor de moord op zijn voormalige vriendin. De dertiger had haar voor de ogen van hun kinderen met 26 messteken om het leven gebracht in hun woning in Merksem. De man ging in beroep omdat hij de straf te zwaar vond.

Geknoei

In beroep deed de openbaar aanklager een opvallende uitspraak: “Door het geknoei van onze wetgever kan ik nu maar 20 jaar eisen, want sinds de tussenkomst van het Grondwettelijk Hof is dat de maximumstraf.”

Dat Grondwettelijk Hof besliste namelijk op 21 december dat de nieuwe regeling rond assisen ongrondwettelijk was. Het meest duidelijke gevolg van die beslissing was dat zware criminelen weer voor een assisenjury zullen verschijnen en niet langer voor een correctionele rechtbank. Maar er is nog een belangrijk gevolg van de vernietiging: voor de lopende processen voor een correctionele rechter zal de maximumstraf lager liggen.

Die correctionele rechtbanken konden volgens de vernietigde regeling celstraffen tot 40 jaar uitspreken. Maar omdat die bepaling nu niet meer bestaat, komt de maximumstraf terug op 20 jaar te liggen.

Goed nieuws dus voor de man die nu in beroep terecht staat. De openbaar aanklager kan niet anders dan hoogstens 20 jaar vragen en ook de rechters zijn dus in hun arrest gebonden aan die maximumstraf.