Grondwettelijk Hof van Turkije beveelt vrijlating van twee journalisten

Het grondwettelijk hof van Turkije heeft de vrijlating bevolen van twee journalisten die volgens Erdogan betrokken waren bij de vermeende putsch van midden vorig jaar.  

Het is de eerste keer sinds de noodtoestand is ingevoerd, dat het Hof beaamt dat de rechten van de beklaagden geweld zijn aangedaan. Maar een strafrechtbank in Istanboel heeft opnieuw Sahin Alpay en Ahmet Altan laten opsluiten. Ze weigerde Altan op vrije voeten te stellen en verwierp een aanvraag tot vrijlating van Alpay.

Volgens de Turkse afdeling van Reporters zonder Grenzen is de uitspraak van het grondwettelijk Hof een eerste stap tegen de willekeur van de aanhoudingen. De strafrechtbank beweert dat ze de uitspraak van het Hof niet gekregen heeft.

Intussen heeft het parlement ook de onschendbaarheid opgeheven van de Koerdische verkozene Leyla Zana, omdat ze te weinig zittingen bijwoont. Eerder was ze al eens geschorst omdat ze in het Koerdisch een zin bij haar eedaflegging had gevoegd.  

Aanvulling van de redactie:

Drie Turkse journalisten, waaronder de broers Ahmet en Mehmet Altan zijn op 16 februari veroordeeld door de rechtbank in Istanbul tot een levenslange gevangenisstraf. Ze zijn veroordeeld voor betrokkenheid bij de mislukte couppoging op 15 juli 2016. De journalisten ontkennen enige betrokkenheid bij de mislukte staatsgreep.

Thorbjörn Jagland, de secretaris-generaal van de Raad van Europa, maande Turkije aan zijn eigen grondwet te respecteren. Het Turkse grondwettelijk hof had eerder al de vrijlating van Mehmet Altan bevolen. ‘Indien beslissingen van het grondwettelijk hof niet meer worden uitgevoerd, wordt de rechtsstaat ondermijnd’, zei hij voor een publiek van aankomende rechters en magistraten in Ankara.