Een naaldbos in het Verenigd Koninkrijk (foto: Scott Wylie/Wikmedia Commons).

De verloren bossen van Europa: de helft ervan is de laatste 6.000 jaar verdwenen

Meer dan de helft van de Europese bossen is de laatste 6.000 jaar verdwenen door de toegenomen vraag naar landbouwgrond en het gebruik van hout, vooral als brandstof. Dat blijkt uit nieuw onderzoek op basis van de analyse van pollen. De laatste jaren is er een voorzichtige kentering te merken in de neerwaartse trend. 

Een internationaal team van onderzoekers onder leiding van de University of Plymouth onderzocht en analyseerde pollen uit meer dan 1.000 verschillende plaatsen. Pollen zijn de harde stuifmeelkorrels van bloeiende planten die erg lang bewaren. Uit die analyse bleek dat meer dan twee derde van Noord- en Centraal Europa ooit bedekt was met bossen. 

Vandaag is dat hooguit nog een derde, en in sommige westelijke en kustgebieden , waaronder het Verenigd Koninkrijk en Ierland, is de achteruitgang nog veel groter geweest. Daar valt de beboste oppervlakte in sommige streken onder de tien procent. 

De laatste tijd is er een voorzichtige kentering gekomen in die neerwaartse trend, door de ontdekking van nieuwe soorten brandstof en bouwtechnieken, en door initiatieven om een aantal streken te herbebossen. 

De hoofdauteur van de studie, professor Fysische Geografie Neil Roberts van de University of Plymouth, zei op de website van de universiteit: "De meeste landen hebben een overgang doorgemaakt wat hun bossen betreft, en het VK en Ierland hebben hun minimum aan bosbedekking zo'n 200 jaar geleden bereikt. Andere landen in Europa hebben dat punt nog niet bereikt, en sommige delen van Scandinavië - waar men niet zo afhankelijk is van landbouw - zijn nog steeds voor het grootste deel bebost. Maar over het algemeen is ontbossing een dominant kenmerk geweest van de landschapsecologie in Europa in de tweede helft van het huidige interglaciaal tijdperk, met duidelijke gevolgen voor de koolstofcyclus, het functioneren van de ecosystemen en de biodiversiteit."

Een foto met een elektronenmicroscoop met pollen van sierplanten als zonnebloem, blauwe winde, goudbandlelie en teunisbloem (foto: Dartmouth Electron Microscope Facility).

3.000 jaar geleden al 20 procent verdwenen

Het team onderzoekers wilde vaststellen hoe de Europese bossen de afgelopen 11.000 jaar precies veranderd waren. Ze combineerden daarvoor drie verschillende methoden om de gegevens van pollen te analyseren, gegevens die uit de European Pollen Database kwamen. Uit hun onderzoek bleek dat de beboste oppervlakte zowaar toenam van zo'n 60 procent 11.000 jaar geleden tot zelfs 80 procent 6.000 jaar geleden.

De invoering van moderne landbouwtechnieken in de Neolithische periode luidde echter een  geleidelijke achteruitgang in, die versnelde tegen het einde van de Bronstijd, 3.000 jaar geleden, en die grotendeels voortgeduurd heeft tot vandaag. 

Professor Roberts zei dat dit een van de meest verrassende bevindingen was van het onderzoek. Hoewel meestal gedacht wordt dat het kappen van bossen een relatief recent fenomeen is, bleek dat in werkelijkheid 20 procent van de Britse bossen al verdwenen was tegen het einde van de Bronstijd. 

"Zo'n 8.000 jaar geleden, zou een eekhoorn van boom tot boom hebben kunnen springen van Lissabon tot in Moskou, zonder ooit op de grond te meoten komen. Sommige mensen zien het verlies van bossen mogelijk als iets negatiefs, maar een aantal van onze meest waardevolle habitats zijn ontstaan door het openen van bossen om gras- en heideland te creëren. Tot ongeveer 1940 waren een groot deel van de landbouwtechnieken "vriendelijk" voor wilde dieren, en creëerden ze leefgebieden voor een aantal van de dieren waar we het meest van houden. Onze gegevens kunnen mogelijk gebruikt worden om beter te begrijpen hoe initiatieven tot herbebossing ook bepaalde leefgebieden kunnen veranderen", zo zei Roberts. 

De studie van het internationale team is gepubliceerd in "Scientific Reports".

Epping Forest in het Verenigd Koninkrijk.