Chaïma Ahaddour © KU Leuven | Rob Stevens

"Rusthuis wordt gezien als plek waar kinderen hun ouders achterlaten"

Hoe kijken moslims met Marokkaanse roots naar sterven en de dood? Over die vraag heeft Chaïma Ahaddour ­(Faculteit Theologie en Religiewetenschappen, KU Leuven) zich gebogen in haar doctoraat, dat ze vandaag verdedigt. Ahaddour stelde vast dat religie een centrale rol speelt, ook bij de tweede generatie, en dat er een afwijzende houding blijft tegenover woonzorgcentra.

"Hun visie wordt heel erg gekleurd door hun religieuze overtuiging", zegt Ahaddour in "De ochtend". De onderzoekster sprak met vrouwen van Marokkaanse origine uit de eerste (60+) en tweede generatie (veertigers en vijftigers) en met experts. "Het geloof in een almachtige God en het hiernamaals bepalen sterk hun houding en de manier waarop ze kijken naar ziekte, sterven en dood."  

"Men vindt het heel belangrijk om begraven te worden volgens de islamitische voorschriften. Crematie is dus uit den boze. Het lichaam moet op een waardige manier teruggegeven worden aan God. De overgrote meerderheid kiest ervoor om gerepatrieerd te worden naar het land van herkomst."

Zowel voor Marokkanen van de eerste als van de tweede generatie blijft religie centraal staan. Maar er is wel een evolutie. "Van de tweede generatie is er een groot deel dat eigenlijk hier zou willen begraven worden. Maar hier is geen garantie voor eeuwige grafrust zoals in Marokko."

Die eeuwige grafrust, het feit dat graven onbeperkt in de tijd mogen blijven staan, is voor hen belangrijk. In België werken steden en gemeenten met tijdelijke concessies die verlengd kunnen worden.

"Verschillende barrières"

Weinig Marokkaanse ouderen komen terecht in de Vlaamse woonzorgcentra. Hoe komt dat? Ook over die vraag boog Ahaddour zich. "Er zijn verschillende barrières", zegt ze.

Een van die barrières is het geloof. "Ze gaan ervan uit dat er weinig rekening wordt gehouden met hun religieuze achtergrond, zoals vijf keer per dag kunnen bidden, het vasten, hun lichamelijke integriteit. Dat laatste betekent dat een man door een man wordt gewassen en een vrouw door een vrouw. Ik denk dat met die bezorgdheden inderdaad nog te weinig rekening wordt gehouden. Het is nog geen weerspiegeling van de diversiteit."

Daarnaast is het ook een kwestie van cultuur. "Een rusthuis wordt gezien als een plek waar kinderen hun ouders achterlaten en verwaarlozen. Het land van herkomst blijft het refentiepunt", zegt Ahaddour. Dat kinderen voor hun ouders zorgen, ook al wordt dat erg zwaar, blijft de norm.

Nog andere elementen die meespelen, zijn het financiële plaatje -het is duur-, een taalbarrière en een beperkte kennis van de bestaande
zorgfaciliteiten, zeker voor de moslimvrouwen van de eerste generatie.

Het doctoraat van Ahaddour past in een groter onderzoeksproject onder leiding van professor Bert Broeckaert over de omgang van verschillende religies met de dood.