Doctoraatsstudent werkt "verkeerslicht-signalisatie" voor voetballers uit

Voorspellen of een speler een blessure zal oplopen, is een brug te ver, maar je kan wel een beter beeld krijgen van welke spelers meer risico lopen op een blessure. Dat is de conclusie van Arne Jaspers (KULeuven), die voor zijn doctoraatswerk twee seizoenen lang een 60-tal voetbalspelers gemonitord heeft op hun bewegingen en fysieke inspanningen.  Spelers, op gelijk welk niveau, kunnen nog op heel wat andere dingen letten dan trainingsintensiteit om blessures te voorkomen.

Doctoraatsstudent Arne Jaspers kreeg vier jaar geleden de smaak te pakken bij de Nederlandse profclub AZ Alkmaar. Hij ging op zijn elan door en maakte er een eigen doctoraatsonderzoek van.

Waar gaat om? Voetbalspelers werden tijdens trainingen en wedstrijden gevolgd dankzij een gps-tracker en versnellingsmeter die in hun kledij bevestigd werden. Op die manier zijn een pak data verzameld over hoeveel ze bewegen, maar ook hoe intensief: dankzij de accelerometer kon worden nagegaan hoe explosief de inspanningen en sprintjes van de spelers precies waren.

Spelers werden nauwkeurig gevolgd, zowel qua activiteit als explosiviteit   

Het systeem wordt meer en meer gebruikt door profclubs in het voetbal (en niet enkel daar), en dankzij de nieuwe technologieën wordt dit in de toekomst wellicht nog uitgebreid. Een profclub die zichzelf respecteert, kan tegenwoordig bijna niet meer om de nieuwe technologieën heen. Wat Jaspers concreet wilde onderzoeken, is hoe nuttig zo'n trackingsystemen effectief zijn, en of ze bijvoorbeeld kunnen voorspellen of een bepaalde speler geblesseerd zal raken.

Jaspers volgde onder meer de nationale ploeg van Saudi-Arabië tijdens de WK-kwalificatiecampagne.

Dit soort (grootschalig) onderzoek is in het professionele voetbal tot nu toe heel weinig gedaan

"Er werd voor twee seizoenen een professioneel team continu gemonitord met gps, accelerometer en verschillende andere middelen", legt Jaspers uit.

"Daarbij werd de fysieke belasting gelinkt aan specifieke uitkomsten zoals overbelastingsblessures of de ervaren mate van herstel. Dat is iets wat in professioneel voetbal tot nu toe heel weinig werd gedaan," zegt Jaspers over het belang van zijn onderzoek. "We volgden dus ook systematisch op hoe de spelers de mate van inspanning en herstel zelf hebben ervaren, en registreerden ook de blessures."

Ook andere factoren spelen mee, zoals de slaapkwaliteit, de voeding en het ervaren herstel

Dat gaf een heleboel data die met computermodellen werden verwerkt via het zogenoemde machine learning, om belangrijke variabelen uit grote datasets te identificeren.

De conclusie van de doctoraatsstudie is genuanceerd:  "Je krijgt een beter beeld welke spelers meer risico lopen, maar een exacte voorspelling maken, zoals soms beweerd wordt, is een brug te ver. Daarvoor zijn er immers nog andere factoren die meespelen, zoals de slaapkwaliteit, het door de spelers ervaren herstel, de kwaliteit van de krachttraining, blessurepreventieve oefeningen en voeding."

De knipperlichtfunctie

Het geeft dus een indicatie in een bepaalde richting, maar een menselijk lichaam blijft onvoorspelbaar. Jaspers zelf noemt het een verkeerslicht-signalisatie, die het licht voor bepaalde spelers op oranje kan zetten in bepaalde omstandigheden.

Dat op zich is uiteraard al heel nuttig om blessures te voorkomen, iets waar clubs enorm veel energie in stoppen. "We kunnen trainers aangeven wie mogelijk wat rustiger kan of mag trainen en wie meer zou moeten doen."  

Intensieve voorbereidingsperiodes in zomer of winter houden extra risico in

Uit het onderzoek blijkt ook dat bepaalde periodes meer risico inhouden dan andere. Concreet gaat het om langere periodes van zware belasting, of bij pieken in de belasting. Parameters als plotse versnellingen, afremmen, of aan hoge snelheid lopen "hebben dan een belangrijke impact op het blessurerisico" luidt het. Concreet: winterstages van clubs, of een intensieve voorbereiding op het nieuwe seizoen, brengen extra risico's mee.   

Bruikbaar voor iedereen

Wat geldt voor profspelers, geldt ook wel voor "gewone" sporters of amateurvoetballers uiteraard. Jaspers zegt daarover dat "de jeugd nog stappen te zetten heeft" en dat er ook op amateurniveau nog veel ruimte voor verbetering is.

En hoewel de tracking dankzij de nieuwe ontwikkelingen (men gaat richting een kleine chip, waarvan de spelers nog amper iets gaan merken) bij meer clubs ingang zal vinden, hoeft het zelfs zo ver niet te gaan, zegt professor Werner Helsen van het departement Bewegingswetenschappen aan de KU Leuven.

Maak voor jezelf uit hoe goed de recuperatie was, en hoe goed je geslapen hebt

Helsen zegt dat op amateurniveau ook eenvoudige ingrepen al veel kunnen helpen: "Je kan ook gewoon het aantal trainingen bijhouden en de speelminuten tellen. We zien dat zij die het later maken, meestal een trainingsdichtheid van 90 procent hadden."

"Naast de objectieve parameters, kan je ook subjectieve bevragingen doen. Je kan een speler bevragen een dag na de training: hoe heeft hij of zij geslapen, en hoe goed was de recuperatie?" Daarnaast spelen dus ook (onder meer) factoren als gezonde voeding, goede slaap en individuele krachttrainingen.