Ondersteuning draait vierkant voor leerlingen met een beperking

De ondersteuning voor kinderen met een zorgnood die in het gewone onderwijs zitten, verloopt chaotisch. Vraag en aanbod zijn niet goed op elkaar afgestemd. Dat concludeert SP.A onderwijsexperte Caroline Gennez uit een rapport van het kabinet van Vlaams Onderwijsminister Crevits dat alle betrokken partijen ondervroeg.

Al 2,5 jaar lang hebben kinderen met een beperking het recht om in een gewone school les te volgen. Het zogenoemde M-decreet zorgde daar voor. Leerlingen met bijvoorbeeld een autismespectrumstoornis of die slechtziend zijn, hebben sindsdien recht op een persoonlijke begeleider die hun specifieke noden kent en die de gewone klasleerkracht bijstaat. Het M-decreet werd halsoverkop ingevoerd, anderhalf jaar later kwam er nog een decreet om de ondersteuning te regelen.

Zeer kritisch rapport

In juni van vorig jaar was het er: het ondersteuningsdecreet. Daarin werd bepaald dat tegen september netwerken gevormd moesten worden van gewone en buitengewone scholen. De ondersteuners die jarenlange ervaring hadden op de buitengewone scholen zouden dan op gewone scholen hun expertise inzetten. Meteen werd ook afgesproken voor een eerste evaluatie tegen december. Daaruit blijkt dat er vooral grote verwarring is en dat vraag en aanbod niet op elkaar afgestemd zijn. 

Bij die eerste evaluatie door het kabinet van Vlaams Minister van Onderwijs Crevits werden zowel ouders als leerkrachten en directies ondervraagd. Daaruit blijkt vooreerst dat de netwerken te snel en weinig doordacht gevormd zijn. Het ontbrak schooldirecties aan informatie om tijdens de zomermaanden het systeem grondig op poten te zetten. Daardoor blijken de ondersteuner en leerling regelmatig niet goed op elkaar afgestemd. De ondersteuner heeft dan geen expertise over de specifieke nood. "Een leerkracht buitengewoon onderwijs met expertise om blinde kinderen te begeleiden moet dan plots dove kinderen begeleiden. Dat is te gek om los te lopen en zorgt voor schrijnende toestanden", zegt SP.A onderwijsexperte Caroline Gennez "Bovendien zijn er grote verschillen over hoeveel leerlingen een ondersteuner moet begeleiden. De ene ondersteuner heeft er 9, de andere 2."

Holderdebolder

"Het is holderdebolder ingevoerd met chaos tot gevolg", concludeert Gennez. "De expertise uit het buitengewone onderwijs moet ingezet worden volgens de noden van de kinderen. Dat moet de focus zijn en niet de structuren. Ouders weten een half schooljaar na de invoering nog altijd niet waar ze correcte informatie kunnen vinden."

"De minister (Vlaams minister van Onderwijs Crevits) heeft valse verwachtingen geschept. Volgens haar konden we het aantal zorgvragen uitbreiden. Die zijn ook geëxplodeerd van 14 000 naar 22 000. Maar de regering heeft nagelaten om voldoende te investeren. De mensen die het op de werkvloer waar moeten maken zeggen in het rapport: we zijn nu pas de bruggen aan het bouwen waar we eigenlijk al over lopen."

"Geen evaluatie wel opstartanalyse"

"Het rapport is geschreven onder supervisie van mijn eigen kabinet" verdedigt onderwijsminister Crevits zich "Dit is een totaal nieuw systeem om de ondersteuning te organiseren. Het is inderdaad snel ingevoerd met 40 miljoen euro extra investering. Ik heb gekozen om niet langer te wachten om iedereen ondersteuning te geven en dat gebeurde in samenspraak met vakbonden en directies. Zes weken na de invoering van het nieuwe systeem hebben we bekeken hoe het loopt. Het resultaat is dit rapport, wat ons meteen de kans geeft om dus zeer snel bij te sturen waar nodig."

 "Het systeem is nog niet ideaal, maar er is wel een verbetering. Ik heb nog niemand gehoord die vraagt om het kind met het badwater weg te gooien. Vroeger kreeg een leerling met zorgnoden twee uur per week begeleiding gedurende 2 jaar. Nu kan het soepeler en worden ook leerkrachten ondersteund. En ze vragen op het werkveld zelf om het nieuwe systeem tijd te geven en niet meteen weer het roer om te gooien."