Video player inladen ...

“Elke samenleving krijgt de ex-gedetineerden die ze verdient”

Waarom blijven sommige langgestraften tot op het einde van hun straf in de gevangenis, eerder dan vervroegd de gevangenis te verlaten? En als gevangenen dan kiezen voor strafeinde, is dat dan een bewuste keuze of draagt de werking van de strafuitvoeringsrechtbanken daartoe bij? Welk systeem van invrijheidstellingen willen we eigenlijk? Op die vragen zocht criminoloog Luc Robert (KU Leuven) een antwoord in een doctoraat dat hij vandaag verdedigt. 

Criminoloog Luc Robert (KU Leuven) stelde vast dat het aantal langgestraften (dat is een straf langer dan drie jaar) hoe langer hoe meer die straf ook helemaal uitzit. Erg recente cijfers zijn er niet maar op basis van het beschikbare cijfermateriaal is de trend duidelijk. In 1996 kozen 27 mensen voor strafeinde, in 2013 waren dat er meer dan 670, op 17 jaar tijd dus een vermenigvuldiging met factor 23.

Opvallend, bij gedetineerden die een straf korter dan drie jaar kregen is de trend tegenovergesteld.  

Veroordeelden met een straf van meer dan drie jaar komen in principe na één derde van hun straf in aanmerking om voorwaardelijk vrij te gaan. Zij moeten een dossier voorbereiden waarin staat hoe ze hun vervroegde vrijlating zien (hebben ze werk, hebben ze woonst, wat is hun houding t.a.v. slachtoffers, is er schuldinzicht …). Een strafuitvoeringsrechtbank beslist hierover en bepaalt ook de voorwaarden.  

"Systeemfout"

Uit het onderzoek van Robert blijkt dat weinig langgestraften van in het begin ervoor kiezen de straf helemaal uit te zitten maar dat slechts doen op een bepaald moment. Meestal is dat nadat ze een aantal keren zijn afgewezen door de strafuitvoeringsrechtbank. Vanaf een bepaald ogenblik wordt het voor hen interessanter om de ganse straf uit te zitten in de gevangenis. Dat is zo omdat vanaf dat kantelmoment het resterende gedeelte van de uit te zitten straf niet meer in verhouding staat tot de duur van de proefperiode van voorwaardelijke vrijheid. “Het is een eigenaardigheid van het systeem,” zo zegt Robert, “of noem het een systeemfout.” 

Sommige gedetineerden slagen er niet in te voldoen aan de vereisten die de strafuitvoeringsrechtbank oplegt. Het filtersysteem van deze rechtbanken zorgt ervoor dat bepaalde mensen kunnen vrijkomen en andere niet. 

Is het verstandig om die mensen van de ene dag op de andere te laten vertrekken zonder enige controle of supervisie?

Maar als gedetineerden vrij komen op het einde van hun straf is er geen enkele opvolging van hen. Dat geeft de betrokkenen natuurlijk een gevoel van volledige vrijheid maar vanuit een maatschappelijk standpunt is het maar de vraag of dat ook een goede zaak is. “Denk aan mensen die een hoog risico hebben om te recidiveren. Is het verstandig om die mensen dan van de ene dag op de andere te laten vertrekken zonder enige controle of supervisie,” zo zegt de criminoloog. 

Luc Robert vraagt zich af of het misschien niet beter zou zijn ons net te richten op mensen met moeilijkere profielen (denk bv. aan drugsverslaafden) om die begeleid naar buiten te laten gaan. “Ik vraag me vanuit een maatschappelijk standpunt inderdaad af of hulp en begeleiding wel terecht komt bij die mensen die het, gegeven hun probleem, het meest nodig hebben.”

Robert stelt het systeem van vervroegde vrijlating fundamenteel in vraag. Hij stelt vast dat bv. twee  mensen met exact dezelfde straf in de praktijk daar een erg uiteenlopende invulling van kunnen krijgen. Stel dat twee mensen een straf van zes jaar krijgen dan is het theoretisch perfect mogelijk dat de ene vrijkomt na twee jaar en de andere pas na zes jaar. “En dit alles wordt beslist in functie van hun voorbereiding op re-integratie. Is dat juist?”

Welk systeem van invrijheidstelling willen we eigenlijk?

“Welk systeem van invrijheidstellingen willen we eigenlijk? Willen we een systeem waarbij mensen geselecteerd worden en anderen niet? Of willen we een systeem waarbij iedereen op een gelijkaardige manier de gevangenis verlaat en waarbij er systematisch dus ook voor iedereen gewerkt op de invrijheidstelling?”