AFP or licensors

Hepatitis E rukt op in België: moeten we ons zorgen maken?

Sinds 2010 is het aantal meldingen van hepatitis E verdrievoudigd in België. Het virus is alomtegenwoordig in ontwikkelingslanden, maar de type 3-variant duikt ook in Europa meer en meer op, voornamelijk in varkensvlees. Het eten van zo'n stukje vlees kan besmettelijk zijn. Moeten we ons zorgen maken?

Uit cijfers van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV) blijkt dat er in 2016 83 meldingen zijn gemaakt van hepatitis E. Dat is meer dan 3 keer zo veel als tien jaar geleden. Ook in onze buurlanden stijgt het aantal besmettingen aanzienlijk. In Europa komt het virus enkel voor in de type 3-variant en voornamelijk bij varkens. Door rauw of te weinig verhit varkensvlees te eten, kan je dus besmet geraken.

“10 tot 15 procent van de Belgen zijn besmet of besmet geweest met hepatitis E”, zegt viroloog Steven Van Gucht van het WIV. “Maar gezonde mensen worden in 99 procent van de gevallen niet ziek van het virus.” Bij hen zal het immuunsysteem de ziekte probleemloos bestrijden en zij zullen ook geen symptomen ontwikkelen. Je kan dus besmet zijn zonder het zelf te weten. Na enkele weken verdwijnt het virus weer uit het lichaam.

Gevaar voor kankerpatiënten

Wie gezond is, hoeft zich dus geen zorgen te maken. Voor mensen met een zwakke immuniteit daarentegen, zoals kankerpatiënten die chemo krijgen of patiënten die een orgaantransplantatie ondergaan, kan een besmetting wél levensgevaarlijk zijn. Bij hen kan het virus leiden tot chronische hepatitis, leverontsteking en in een zeldzaam geval kan het zelfs dodelijk zijn. Een vaccin tegen de ziekte bestaat niet.

Virologen vinden daarom dat hepatitis E meer aandacht moet krijgen, zonder paniek te willen zaaien. Ze vinden het ook belangrijk dat donorbloed, bestemd voor risicopatiënten, moet worden gescreend op de aanwezigheid van het hepatitis E-virus om te vermijden dat de ziekte zich kan overzetten. Dat gebeurt nu nog niet in België. 

Leverworst en varkenspaté: hoe kan je besmet raken?

“Ongeveer 70 procent van de varkens hier is besmet met hepatitis E, genotype 3”, zegt Thomas Vanwolleghem, hepatoloog aan het UZ Antwerpen. “Toch is de kans dat je een besmet stuk vlees op je bord krijgt niet zo groot, omdat het virus maar enkele weken aanwezig blijft in het lichaam van varkens. Het geneest vanzelf en verdwijnt dan weer.”

Maar wat als je pech hebt, en toch een besmet stukje varkensvlees koopt in de winkel of krijgt op restaurant? “Als het vlees voldoende verhit wordt, is er geen probleem”, zegt Steven Van Gucht van het WIV. "Maar hepatitis E is wel een zeer resistent virus. Je moet besmet vlees al 20 minuten op 70 graden Celsius verwarmen, om het virus te doden. De binnenkant van dikke worsten in de pan wordt lang niet altijd lang en warm genoeg verhit.” 

Het virus zou ook 100 keer minder vaak voorkomen in het vlees zelf, dan in de lever of het bloed. “Vooral leverworst, bij ons minder populair, en varkenspaté zitten barstensvol hepatitis E.”

Hepatitis E in ontwikkelingslanden

Het is niet duidelijk of hepatitis E echt meer voorkomt, of dat meer meldingen gemaakt worden omdat de ziekte de laatste jaren bekender is geworden onder artsen. Er zijn geen officiële cijfers bekend van hoeveel mensen besmet zijn met het virus en hoeveel mensen ziek zijn. Het risico om ziek te worden, is alleszins relatief klein.

In ontwikkelingslanden komt hepatitis E veel vaker voor, maar wel in een andere variant (genotype 1). Daar verspreidt het virus zich vooral via verontreinigd drinkwater. Die variant is levensgevaarlijk voor zwangere vrouwen, terwijl het virus in Europa geen invloed heeft op de zwangerschap.