Is het Verenigd Koninkrijk het land van melk en honing?

analyse
Ivan Ollevier
Ivan Ollevier is journalist bij VRT NWS. Hij volgt al jaren de Britse politiek en maatschappelijke discussies.

Tijdens de topontmoeting tussen de Franse president Macron en de Britse eerste minister May staat Calais (alweer) bovenaan de agenda. Hoewel de “jungle” in Calais vorig jaar ontruimd is, zitten er nog honderden migranten die de Kanaaloversteek willen wagen. 

De zwarte lijst van de taliban

Drie jaar geleden sprak het VRT-Journaal in een Londense voorstad met Wali, een jonge twintiger. Wali kwam uit Afghanistan, en had anderhalf jaar daarvoor via Calais, in de laadruimte van een vrachtwagen, Engeland bereikt. Waarom hij er niet voor gekozen had om op het Europese continent te blijven? Omdat hij in Afghanistan als tolk voor het Britse leger gewerkt had. Hij sprak behoorlijk Engels, en omdat hij op een zwarte lijst van de taliban stond, vond hij dat de Britten hem nog iets verschuldigd waren: een toekomst, met name.

Een anoniem bestaan

Natuurlijk hebben niet alle migranten in Afghanistan voor het Britse leger gewerkt. Er moeten dus nog andere redenen zijn waarom elk jaar duizenden migranten proberen om op gevaar van eigen lijf en leden in vrachtwagens te klimmen en naar Groot-Brittannië te reizen. Voor zover mij bekend, bestaan er geen studies over. Veel van de migranten leiden in de grote Britse steden een vrij anoniem bestaan en zijn voor onderzoekers moeilijk op te sporen. Het blijft dus beredeneerd giswerk.

Bewijzen dat je bent wie je bent

Om te beginnen is onderduiken in een stad als Londen een fluitje van een cent. Meer nog dan Parijs of andere grote Europese steden kun je in Londen perfect onder de radar van de overheid blijven. Identiteitskaarten zijn er onbestaande, en de politie mag je niet zonder rechtstreekse aanleiding op straat tegenhouden. Britten beschouwen identiteitskaarten als een aanslag op de persoonlijke vrijheid: waarom zou je de overheid moeten kunnen bewijzen dat je bent wie je beweert dat je bent? Is het niet omgekeerd de taak van de overheid om, indien nodig, te bewijzen dat je níét bent wie je beweert te zijn? 

De zwarte markt

Wali kwam in Londen aan de kost als verkoper van gsm-accessoires. Zelf noemde hij zich “een ondernemer”, een rekbaar begrip. Niet dat ik ervan uitging dat Wali actief was op de zwarte markt, maar veel van de gsm-verkopers op Londense markten zijn dat wel. De parallelle economie, zoals dat met een eufemisme heet, is in Groot-Brittannië naar schatting drie tot vier keer zo groot als die in Frankrijk. Voor wie handen aan zijn lijf heeft, is financieel overleven in de Britse economische jungle stukken makkelijker dan op het continent. En als je dan toch aan alle regels wilt voldoen, dan is de opstart van een klein bedrijfje in amper enkele dagen te regelen. Dat is veel sneller dan in de rest van Europa, en er worden geen vragen gesteld. Ook niet aan vermoedelijke illegalen.

Familie en vrienden

Familie- en vriendschapsbanden zijn minstens even belangrijk als ondernemerszin. Veel migranten in Calais hebben in een of andere grote Britse stad al vrienden of familie wonen. De Britse wetgeving is coulant wat familiehereniging betreft. Tussen januari en september 2016 konden, volgens cijfers van het Rode Kruis, 580 Syrische immigranten het land binnenkomen onder de wet van de familiehereniging.

Engels als tweede taal

Uiteraard mag je ook de rol van het Engels als internationale lingua franca niet uit het oog verliezen. Voor Wali was kennis van het Engels vanzelf­sprekend, ook al was die niet geheel foutloos. Maar in Londen valt niemand nog over een gebrekkige beheersing van de landstaal (behalve dan misschien Boris Johnson, die de Europese Unie ooit vergeleek met een taxi waarvan de chauffeur maar over een beperkte Engelse woordenschat beschikt). Over nagenoeg de hele wereld is Engels met lengtes voorsprong de tweede taal. Het maakt van het Verenigd Koninkrijk een voor de hand liggend land van bestemming voor wie op zoek is naar een beter leven.

London is the place for me

Voeg daar nog bij dat het Verenigd Koninkrijk een bijzonder lange traditie van immigratie uit de vroegere landen van het Britse Rijk heeft en dat de autochtone bevolking al sinds de massale immigratie in de jaren 50 uit India en Pakistan gewend is geraakt aan bruine en zwarte gezichten. In 1948 had het stoomschip SS Windrush voor de eerste keer aangemeerd in Tilbury Dock, met aan boord vijfhonderd immigranten uit Jamaica, Trinidad, Tobago en andere Caraïbische eilanden. “London is the place for me” is een aandoenlijk calypsolied uit die tijd (“London is the place for me/London this lovely city/You can go to France or America/India, Asia or Australia/But you must come back to London city”). De “Windrushgeneratie” is in de geschiedenis van de immigratie een begrip geworden. Hun integratie verliep niet rimpelloos, maar zeventig jaar later wordt hun bijdrage tot de Britse samenleving door niemand nog betwist.

Brit! Geen immigrant!

En Wali? Onze jonge immigrant uit Afghanistan? Het laatste dat ik van hem hoorde, was dat het hem voor de wind ging. Hij was getrouwd met een Britse Afghaanse en was nog altijd “ondernemer”. Maar nog eens met het journaal praten? Nee, daar had hij geen zin meer in: hij was geen immigrant meer. Hij was een Brit.