Xinhua

Nu al vier grote olievlekken rond gezonken Iraanse tanker in de Oost-Chinese Zee

Er zijn nu al vier grote olievlekken opgemerkt rond de plek waar enkele dagen geleden de Iraanse tanker "Sanchi" is gezonken. De Chinese bergers proberen nu een manier te vinden om alsnog olie uit de tanker te halen.

Enkele dagen geleden meldden de Chinese autoriteiten dat er twee olievlekken waren opgemerkt vlakbij de plaats waar de tanker is gezonken. Uit satellietbeelden blijkt dat er nu al vier grote olievlekken zijn met een totale oppervlakte van 100 vierkante kilometer.

Wat velen gevreesd hadden, lijkt dus realiteit te worden. Hoeveel olie er nog aan boord is, is niet duidelijk. De tanker heeft een week gebrand voor hij enkele dagen geleden gezonken is. Voor de ramp was er 136.000 ton of een miljoen vaten aan boord van een erg lichte olie, die smaak- en kleurloos is en moeilijk op te sporen is.

Het wrak ligt nu op een diepte van 115 meter. Chinese bergers willen dat nu met onderwaterrobots onderzoeken en kijken hoe ze de overgebleven olie uit het wrak zouden kunnen krijgen.

De olie is erg giftig en kan zware milieuschade veroorzaken. De Oost-Chinese Zee is niet enkel druk bevaren door schepen, wat de vele ongelukken en aanvaringen verklaart. De zee is ook erg belangrijk voor de visserij in China. Wat de kwestie kan bemoeilijken, is dat de tanker vooraleer hij gezonken is afgedreven is naar gebied dat valt onder de exclusieve economische zone (EEZ) van Japan. Tot nu toe zijn er echter geen spanningen tussen Chinese, Zuid-Koreaanse en Japanse hulpdiensten in de buurt.

Wel is er geen hoop meer dat de vermiste bemanningsleden nog in leven zouden zijn. Drie lichamen zijn geborgen, de anderen bevinden zich waarschijnlijk nog aan boord. In totaal waren er dertig Iraniërs en twee Bengalezen aan boord van het schip.