Archieffoto

5 vragen over de nieuwe Turkse interventie in Syrië

Turkije voert een nieuwe militaire operatie in Syrië uit tegen Koerdische strijders in het noordwesten van het land. Waarom valt Turkije Syrië binnen en welke gevolgen heeft dat voor de regio? Vijf vragen over de nieuwe Turkse interventie.

1. Waar is Turkije binnengevallen?

Het gaat om een gebied in het noordwesten van Syrië. Er wonen hoofdzakelijk Koerden. De grootste stad in de regio is Afrin. Vanuit het gebied zouden de voorbije jaren heel wat mensen en wapens gesmokkeld zijn door de rebellen.

De Verenigde Staten werk(t)en er nauw samen met de Koerden in de strijd tegen terreurgroepen zoals IS en Al Qaeda. Washington wilde er de Koerdische milities omvormen tot een soort grenswacht, die een buffer zou kunnen zijn tussen Turkije en het regime van president Assad.  

2. Waarom valt Turkije Syrië binnen?

Turkije wil het grensgebied met Syrië controleren. Zeker het gebied dat aan de andere kant van de grens in handen is van Syrische Koerden. Voor Turkije zijn de Koerdische milities in het noorden van Syrië gelinkt aan de PKK. Die Koerdische gewapende groepering wordt beschouwd als een terreurorganisatie die onder meer in Turkije aanslagen pleegt.

De relatief kleine enclave is strategisch erg belangrijk voor Turkije. Het gebied ernaast is vorig jaar al veroverd door Turksgezinde Syrische milities én met actieve steun van Turkije. Turkije kon zo voorkomen dat de Koerden in Syrië de volledige grens met Turkije in handen zouden krijgen. Dezelfde milities doen nu ook weer mee aan de aanval. Het zijn voornamelijk Syrische rebellengroeperingen van Arabische en Turkse origine.

Door de enclave van Afrin te veroveren zou Turkije de controle verwerven over zo’n 120 km ononderbroken grens met Syrië. De rest van de grens aan de kant van Syrië blijft voorlopig in handen van de Koerden.  

3. Wat wil Syrië?

De Turken hebben geen diplomatieke relaties met het Syrische regime. Ze vragen ook geen toestemming voor de operatie op Syrisch gebied. Syrië heeft gewaarschuwd dat het elke Turkse militaire interventie zal zien als een vorm van agressie. Syrië waarschuwt dat het Turkse vliegtuigen zal neerhalen als die het Syrische luchtruim binnentreden. De vraag is of het regime van de Syrische president Assad veel kan uithalen, zonder goedkeuring van Moskou. De Turken hebben al overlegd met Rusland over hun militaire plan.

AFP or licensors

In 2012 schoot Syrië in de regio al een Turks gevechtsvliegtuig neer. In 2015 schoot Turkije er dan weer een Russische toestel neer, dat volgens Turkije het Turkse luchtruim had geschonden. Beide incidenten tonen aan hoe strategisch belangrijk en gevoelig het gebied is.  

4. Waarom heeft Moskou de sleutel in handen?

Het Syrische regime wordt militair overeind gehouden door Rusland en, in mindere mate, Iran. Rusland heeft overigens op enkele tientallen kilometers van de Koerdische enclave een belangrijke militaire luchtmachtbasis. Die basis is Moskou volop aan het uitbouwen en wordt een strategische speerpunt voor Rusland in het Midden-Oosten.

De relaties tussen Turkije en Rusland komen uit een diep dal, maar beide leiders lijken elkaar weer meer te vinden. Aanvankelijk was Turkije erg gekant tegen het Syrische regime, maar Ankara lijkt nu te kunnen leven met een status quo in Syrië. Moskou zit in een moeilijk positie omdat het enerzijds het Syrische regime te vriend wil houden en anderzijds ook de nieuwe verbeterde relaties met Turkije niet wil opblazen. Komt daar nog eens bij dat Moskou ook de relatie met de Koerden aan het uitbouwen is, zeker nu Amerika de Koerden grotendeels lijkt te laten vallen.

Grote vraag is, in welke mate Moskou invloed op alle spelers heeft, en welke strategische belangen het zelf naar voren zal schuiven.  

Wat doet Europa? Niets.  

5. Wat doet Europa?

Niets. Europa is al een tijdje geen belangrijke speler meer
in het conflict in Syrië. Europa kan niet veel meer dan vaststellen dat ook
Washington het conflict loslaat. Het vacuüm wordt nu ingevuld door een
assertief Rusland en Iran, en Turkije.

De Koerdische strijders die hard vochten tegen terreurgroep
IS lijken niet te worden beloond voor hun inspanning door het Westen. Nu ze mee terreurgroep IS militair hebben verslagen kunnen ze schijnbaar op niet veel steun meer rekenen.