Het creatieve lab van Brihang: "Schrijven onder invloed, dat gaat te diep"

De creatieve mens die ons deze week meeneemt in zijn creatieve en niet-creatieve momenten is Brihang, ofte Boudy Verleye (24). Zelf twijfelt hij of hij beeldhouwer is, dichter of rapper. Het bekendst is hij voorlopig geworden met het laatste. Hij won bijna vier jaar geleden “De nieuwe lichting” van Studio Brussel. Een goed jaar geleden bracht hij zijn eerste album uit “zolangmogelijk”. Als ik hem spreek, is hij net verhuisd naar Brussel, in een cosy appartementje tegenover het Josaphatpark. Het was een grote stap voor de Gentse Knokkenaar.

Boudy, je had al lang plannen om naar Brussel te komen?

Ja, de gedachte leek wel cool en verrijkend, maar ik was nog een beetje bang om stappen te zetten. Maar dan heb ik natuurlijk een fantastische vriendin die dat lospeutert bij mij. Dat is hetzelfde met reizen. Zij gaat altijd wel het initiatief nemen. Ik wil wel, maar ik durf niet. Juist hetzelfde als rappen: ik wil de stoere rapper zijn maar ik durf het misschien nog niet.

Daarom dat ze je een janet noemen?

Ja voila (lacht). Dat is al gebeurd ja. 

Zijn je poëtische teksten niet verzoenbaar met hiphop?

Ik probeer het, dat is de ambitie. Maar in de hiphop heb je zware scenes. In Nederland is hiphop extreem populair, één van de grootste genres daar. In België begint dat nu ook wat los te komen. Maar je hebt ook van die scenes, die underground waar die hiphop ontstaan is. Daar wordt er al een keer gelachen met die Brihang. Vroeger was ik ook meer daarmee bezig. Maar dan ben ik in Gent gaan studeren en heb ik kennisgemaakt met poëzie bijvoorbeeld. 

Laat ons op zoek naar je creativiteit een dag overlopen: hoe laat sta je op?

Ik sta op als ik wakker word. Meestal ga ik slapen om één uur, en ik sta op, meestal met mijn vriendin, rond negen uur zoiets. Soms een beetje later. Het eerste wat ik doe is een appel eten, zo een koude appel uit de frigo. Dat vind ik zalig: de hele nacht mond toe, warm, 37 graden, en dan zo een frisse appel. En dan verder ontbijten, en de mails zijn er ook al altijd. 

Is dat het eerste wat je doet, je mails?

Na het ontbijt ja. We hebben een plaat uitgebracht in november (2016, JH), en sinds dan ben je curieus wat dat allemaal doet, en check ik mijn mails: zijn er optredens die binnenkomen? Ik ben teveel bezig op mijn gsm, tot grote ergernis van mijn vriendin uiteraard. Maar nu heeft ze ook een smartphone.

Veel van de mensen die ik interview zeggen: mails en sociale media, die staan creativiteit in de weg.

Ik vind dat niet. Ik ben misschien de jongste? Ik ben nog opgegroeid met de gsm’s, en dan die sociale media. Ik leef daar een beetje op. Je hebt een publiek nodig, daar vind ik  Facebook of andere sociale media een superhandige tool voor. Ik heb bijvoorbeeld een nummer, Slag 13, dat gaat over een gevecht. De oorsprong van dat nummer komt van een filmpje van een rapper, er klom iemand uit het publiek op het podium, en het eerste wat die rapper doet is die persoon slaan met de vuist. En ik: ho… (begint te rappen, JH) Niet te lang treuzelen. Links of rechts? Ik zun te traag voor een gevecht. Ik kijk ook heel veel naar de website bestofyoutube.com: elke dag een selectie van de beste grappige, of nutteloze, of stomme YouTubefilmpjes. Dat werkt net heel inspirerend. 

En als de mails en de sociale media, als je ermee klaar bent, wat doe je dan?

Dan zijn er waarschijnlijk al een paar uren voorbijgevlogen. Ik heb niet echt een ritme of een structuur, allez nog niet. Ik kom net uit school. Ik heb daar ook mee geworsteld, dat heeft veel langer geduurd dan normaal, door die muziek ook. Als ik iets moet doen, dan komt die muziek daar vaak tussen. Nu moest ik wachten, en het laatste kwartier deed ik mijn Ableton open, terwijl ik eigenlijk niet kon, omdat jij ging komen, snap je? Net die momenten begin ik dan wel te creëren. Een dag bij mij is: opstaan, ja we zien wel. Mijn vriendin werkt nu in Knokke waar ik geboren ben. Dan ga ik soms mee naar Knokke. Of we hebben een repetitie in Roeselare, voor dinsdag hebben we een show. Ik ben de repetitie wel vergeten, daar waren ze niet content mee natuurlijk. Als ik aan de kust ben, vergeet ik wel veel. Eigenlijk zou ik in mijn agenda moeten kijken, maar dat vergeet ik ook. Het is nog een zoektocht naar structuur die voor mij werkt. Maar misschien werkt er geen enkele structuur, en dat kan ook werken natuurlijk. 

Je optredens brengen structuur?

Ja dat wel. Dat is het enige. En de repetities ook, die zijn ook wel belangrijk. We proberen altijd in een soort flow te zitten. Als we repeteren, dat is heel die show, hup, dat is eigenlijk gewoon omdat dat erin zou zitten, dat ik zou weten: dan komt dat nummer. De mensen voelen dat, dat dat gerepeteerd is, dan zijn dat goeie shows. Goeie flow.

Wat doe je op weg naar een optreden?

Dat is meestal met de auto. Dat is de plek waar ik me tot nog toe het meeste thuis voel, de auto. Ik luister de laatste tijd naar de plaat van Spinvis. Auto rijden, dat is perfect om een plaat te beluisteren.

Spinvis, een idool, een na te streven doel?

Ja, hoe hij sommige dingen aanpakt: heel licht en fragiel soms, met zijn stem. Die dingen vind ik tof om in de hiphop te laten binnensijpelen. Dus ja, zeker wel. Onlangs waren mijn twee grote idolen in het Rivierenhof. Spinvis, en dan Het Zesde Metaal. Dat was een mooie avond. 

Maar niet bepaald hiphop.

Nee, totaal niet. Ik weet niet hoe dat komt. Het is de manier waarop zij met die taal omgaan waarschijnlijk, alle twee. Dat is het.

Wat komt er eerst, tekst of muziek?

Bij mij is er altijd wel een woord of een zin die ik al ergens heb opgevangen op YouTube of in de winkel, of in de auto. Ik heb gemerkt dat mijn zinnetjes vaak van journalisten komen die het nieuws lezen. Sommige woorden die ze daarin gebruiken keren daarin terug. Spierballentaal is zo een woord dat ik gehoord heb op Radio1 in een interview. Eerst is er dat, en dan is er een beat, en dan vloeit de rest, vanuit die ene korte zin. Ik werk nooit met een thema. Ik begin altijd met een zinnetje en dan een stream of conscienceness.

Zijn er specifieke momenten waarop je creatiever bent?

Ja. De laatste tijd heb ik die niet meer opgezocht, maar van mijn eerste EP heb ik al die teksten geschreven toen ik nog een kater had. In een soort roes. En daardoor waren die teksten nog iets ludieker en grappiger. Maar als ik daar overlaatst opnieuw naar luisterde, dacht ik: “wat? Heb ik dat geschreven?” Er zijn wel bepaalde momenten, als ik me eenzaam voel, en ik voel me rap eenzaam. Dan leef ik in mijn hoofd, en dan denk ik na over alles. Dan voel ik dat er dingen gaan uitkomen.

Zou je je bezatten om opnieuw tot creatief werk te komen?

Nee, dat niet. Dat zou niet mogen ook. Ik zou dat nooit opzoeken, ook geen drugs. Het enige van drugs dat ik al geprobeerd heb is joints. En dan heb ik al geprobeerd om teksten te schrijven, maar de volgende dag is dat zeer jammerlijk. Dat trekt op niets, dat gaat dan te diep of zo.

Te diep, hoe moet ik dat interpreteren?

Als je in die roes zit, dan kan je zo overtuigd zijn van jezelf, en diep graven, in bepaalde woordspelingen. Het mag ook niet te ver gezocht zijn. Ik speel wel met de taal, maar sommige dingen die ik gerapt heb zijn toch op het nippertje van gratuit. Je moet wel oppassen als je zo in je bubbel zit van stoned te zijn, dat het je niet meer kan schelen. Minder gericht.

Zijn er behalve als je een trip genomen hebt, momenten dat het niet lukt, dat je een writer’s block hebt?

Ja, dat is er, maar ik probeer dat gewoon te aanvaarden. Dat komt wel terug. Ik denk dan altijd aan de quote van Hugo Claus, die zei: ”inspiratie dat is voor de liefhebber”. Dat is minimalistisch, maar alles is inspiratie. Die verwelkte bloemen hier op tafel bijvoorbeeld. Als ik zo een moment heb, dan denk ik aan die quote, en dan denk ik: geen probleem. (lacht)

Heb je andere mensen nodig om teksten te vinden, om ritmes te vinden?

Nee, totaal niet. Dat wordt wel gevraagd, in de hiphop wordt dat veel gedaan: collabo’s en featurings. Maar dat werkt helemaal niet voor mij. Ik heb geprobeerd om met mijn muzikanten samen in één ruimte iets te creëren, dat is altijd een flop, dat lukt niet. Die eenzaamheid heb ik wel nodig om iets te creëren. 

We gaan naar het einde van de dag toe. Wat is het laatste wat je doet voor je gaat slapen?

Dat is te zien. Gewoon met mijn vriendin: dan zitten we nog wat in de zetel, babbelen we nog wat, of kijken we nog naar een film en gaan we slapen. Maar als ik alleen ben, dan val ik niet in slaap zonder dat ik mijn hoofdtelefoon aan heb. Dan val ik in slaap met muziek. Ja, Spinvis weeral, of gewoon Spotify. Nieuwe muziek leren kennen, als ik moe ben val ik in slaap.

Dat pleit niet voor de kwaliteit van de muziek als je ermee in slaap valt.

Ik vind van wel. Op dat moment, juist voordat ik in slaap val, ben ik heel gefocust en luister ik heel goed, en dat is een manier om in slaap te vallen. Als dat me dan kan raken in bed, ik vind dat fantastisch, dat is heel gericht, je hebt niets dat je afleidt. Geen omgeving die nog eens tegenspreekt.

Heb jij een levensmotto, op 24 jaar?

Ho een levensmotto. Ik heb er verschillende, maar die veranderen ook. Nu is het: “weet je dat je ziet”.

Leg eens uit?

Een boekje over kleur, en dan lees ik daar een stom zinnetje. Dat zijn dan dingen die me dagelijks… Dat is niet echt een levensmotto. Maar zoals Hugo Claus zegt: “inspiratie is voor de liefhebber”. Die quotes dat houdt mij in leven. Die probeer ik na te streven. 

Foto's: Alex Vanhee, montage podcast: Gunter Joosen

Wij zochten voor de muziek inspiratie in volgende playlist:

  • De intro van het huis is zoals altijd Mad Rush van Philip Glass.
  • Brihang zelve was te horen met Kleine Dagen
  • Spinvis, verrassend voorbeeld van Brihang, speelde Hallo Maandag
  • Je hoorde Brihang en Wannes Cappelle samen op het AB-podium met Naar de wuppe.
  • Tourist LeMC vertelde verhalen van de wijk
  • Recht uit de Bronx had  Lord Finesse het over Hip 2 Da Game
  • En de afsluiter is voor soulmate en gouwgenoot Flip Kowlier, met Barabas. 

Ik ben jan.holderbeke@vrt.be, ik lees je ook wel op FB en Tw.

Volgende week duiken we de betere Gentse keuken in met Kobe Desramaults.