Samenwonen duwt mensen met uitkering nog dieper armoede in

Weer thuis gaan wonen als het minder goed gaat of simpelweg verliefd worden en voor elkaar willen zorgen onder één dak: voor mensen met een uitkering of leefloon heeft dat grote gevolgen. Dat zegt het Steunpunt Armoedebstrijding.

Mensen met een uitkering of leefloon die gaan samenwonen verliezen een deel van hun inkomen. Het Interfederaal Steunpunt Armoedebestrijding vraagt er aandacht voor in het tweejaarlijkse verslag over armoede. Het argument voor de herberekening van een leefloon of uitkering, is het schaalvoordeel: één woning huren kost minder dan twee, elektriciteit en eten kan efficiënter en dus goedkoper gekocht worden. "Maar dat voordeel wordt zwaar overschat, zeker als je bedenkt dat het hier gaat om lage inkomens waar sowieso op elke euro gelet moet worden", zegt Henk Van Hootegem van Armoedebestrijding.

Het remt bovendien ook solidariteit en zelfs de mogelijkheid om elkaar te helpen af. "Als het inwonende kind van een alleenstaande meerderjarig wordt of als een kind in de problemen even terug thuis wil gaan wonen, volgt er een herberekening. Als jongeren geen betaalbare woning vinden en om de kosten te drukken samen iets zoeken, dan moeten ze inleveren."

Menselijke waardigheid

"De schuld voor armoede wordt tegenwoordig vaak bij de mensen zelf gelegd. Terwijl er meestal structurele problemen aan de basis liggen. Controles tegen fraude zijn zeker nuttig, maar de slinger mag niet doorslaan. Het kan niet dat het een heksenjacht wordt waar tot in den treure moet bewezen worden of iemand toch zeker geen misbruik maakt van het systeem. En daarnaast weten we dat veel mensen in armoede hun weg niet vinden in de administratie en daardoor bepaalde rechten niet opnemen. Daar moet meer aandacht naar toe. De omvang van dat probleem zou wel eens groter kunnen zijn dan uitkeringsfraude." 

Niet weten dat of hoe ze bepaalde voordelen kunnen opvragen is een probleem. Maar soms is het ook geen optie om bepaalde rechten op te nemen. Als iemand een krot huurt waarbij de huisbaas weigert om bijvoorbeeld de schimmel aan te pakken of een gevaarlijke elektriciteitsaansluiting in orde te brengen, dan kunnen ze die niet onbewoonbaar laten verklaren. Want dan is de persoon in armoede zelf de dupe: hij of zij wordt dan uit de woning gezet en kan wellicht geen andere betaalbare woning vinden. 

Of neem het voorbeeld van mensen in armoede die voedselpakketten vragen. Dat is op zich mentaal al een moeilijke stap. Vaak wordt dan ook nog eens allerlei informatie gevraagd, terwijl ze eigenlijk gewoon eten nodig hebben. De opgevraagde gegevens lijken niet altijd proportioneel met de doelstelling om noodzakelijke voeding te verstrekken. Of neem de huisbezoeken die deel uitmaken van het sociaal onderzoek door het OCMW. Daarmee wordt vastgesteld hoe groot de behoefte aan hulp is. "Mensen in armoede ervaren dergelijke huisbezoeken vaak als vernederend. Alles wordt tot in de details gecontroleerd. Bovendien gebeuren de huisbezoeken soms onaangekondigd." Het steunpunt raadt in zijn rapport dan ook de overheid aan de bestaande instrumenten van controle te evalueren en na te gaan of de controle proportioneel is ten aanzien van de doelstellingen. Die doelstellingen moeten ook duidelijker worden gemaakt aan de betrokken gezinnen. 

Naast de traditionele vraag om meer middelen, is het rapport van het Steunpunt Armoedebestrijding dit keer vooral een pleidooi voor meer menselijke waardigheid.