Meest recent

    http://www.loc.gov/pictures/item/ggb2005013710/

    De Louise van de Louizalaan: het onwaarschijnlijke verhaal van een Belgische prinses

    Tijdens de krokusvakantie vertelt VRT NWS elke dag het verhaal van een "vergeten" prins of prinses uit de Belgische monarchie die toch een spoor in en rond Brussel heeft achtergelaten. Vandaag werpen we een licht op prinses Louise, de oudste dochter van Leopold II.

    Het is een van de duurste winkelstraten van Brussel en bij uitbreiding van het hele land: de Louizalaan, de prestigieuze stadsboulevard die het Louizaplein over een afstand van bijna 3 kilometer met het Ter Kamerenbos in het zuiden van de stad verbindt. Naast winkels van luxe kledingmerken telt de laan tal van buitenlandse ambassades en historische monumenten.

    De Louizalaan. vide

    De plannen voor de aanleg van de Louizalaan dateren van 1847. Op de definitieve naam van het project is het dan nog ruim een decennium wachten, tot de geboorte van een prinses aan het Belgische hof naar wie de laan wordt vernoemd. Een koningsdochter die een onwaarschijnlijk levenspad zal bewandelen. Zo rijk en glamoureus de Louizalaan vandaag is, zo arm en berooid zal zij aan haar einde komen. Die prinses, dat is Louise, het eerstgeboren kind van koning Leopold II en koningin Maria Hendrika.

    Lijfstraffen

    Louise Marie Amélie wordt op 18 februari 1858 in Laken geboren. Haar ouders zijn teleurgesteld: ze is een meisje en dus geen troonopvolger. Meteen is de toon gezet voor een opvoeding zonder liefde of genegenheid. Uit de bronnen moet blijken dat Louise een spartaanse jeugd beleeft, inclusief lijfstraffen.

    Vooral haar vader kijkt niet naar haar om, zeker niet na de geboorte van zijn tweede kind, prins Leopold, in 1859. Dat is wél een jongen en hij krijgt alle aandacht als toekomstige troonopvolger. In 1864 volgt nog een dochter, prinses Stefanie. Groot is het drama in 1869 wanneer prins Leopold plots sterft. De koning is zijn enige zoon kwijt. De geboorte van alweer een dochter, prinses Clementine, in 1872 brengt geen soelaas.

    Leopold II keert zich steeds meer van zijn gezin af. Zijn dochters ziet hij louter als nuttige pionnen in het spel van de internationale huwelijkspolitiek. Louise zet hij als eerste in. Op 4 februari 1875 trouwt ze in Brussel met prins Filips van Saksen-Coburg en Gotha. Zij is net geen 17, hij bijna 31. De twee zijn nauw verwant: zijn moeder Clémentine en haar grootmoeder koningin Louise-Marie waren zussen. Bovendien waren hun beide grootvaders langs vaderskant broers. Maar de bruidegom is rijk en dat maakt veel goed.

    Louise en Filips bij hun huwelijk in 1875.

    Porno

    Het huwelijk van Louise en Filips is geen hoogvlieger. Al tijdens de eerste huwelijksnacht loopt het mis. De onervaren prinses gruwelt van de seksuele wensen van haar kersverse echtgenoot en vlucht naar de serres van Laken. Ze leert al snel dat Filips van pornografische literatuur en afbeeldingen houdt, een voorkeur die hij graag met haar deelt.

    Niet veel later verhuizen Louise en Filips naar het keizerlijke hof in Wenen, de plek waar koningin Maria Hendrika opgroeide. Hoewel zij haar dochter uitgebreid over het Habsburgse leven heeft verteld, moet de prinses wennen aan haar omgeving.

    Dankzij haar afkomst en haar huwelijk krijgen Louise en haar man toegang tot de dichte kringen rond keizer Frans Jozef. Al snel krijgt Louise de smaak van het kosmopolitische leven in de hoofdstad te pakken en ondergaat ze een metamorfose tot glamourprinses.

    Keizer Frans Jozef.

    Géza Mattacic

    Hoewel Louise en Filips twee kinderen krijgen, gaan ze al snel hun eigen gang. Allebei leiden ze een liederlijk leven waarbij ze het niet nauw nemen met de huwelijkstrouw. Louise wordt the talk of the town en berichten over haar extravagante gedrag bereiken ook Brussel. Koningin Maria Hendrika raadt haar herhaaldelijk aan een soberder leven te leiden, maar dat advies slaat ze in de wind. Haar reputatie gaat van kwaad naar erger, tot ongenoegen van keizer Frans Jozef. Toch weet ze hem in 1880 te overtuigen zijn zoon en kroonprins Rudolf met haar jongere zus prinses Stefanie te laten trouwen.

    Kort voor de eeuwwisseling ontmoet Louise de Kroatische graaf Géza Mattacic. De twee worden stapelverliefd en beginnen een stormachtige affaire terwijl heel Wenen over hun schouders meekijkt. De gevolgen blijven niet uit: Louise valt definitief uit de gratie bij keizer Frans Jozef en haar echtgenoot draait de geldkraan dicht.

    De prinses verzuipt in geen tijd in de schulden en moet al haar bezittingen verkopen, tot haar ondergoed toe. Om de schande te vermijden, koopt Filips bijna alles op. Toch blijven schuldeisers haar achtervolgen. Ze begint de handtekening van haar zus Stefanie te vervalsen om geld los te krijgen.

    Op steun uit Brussel hoeft ze niet te rekenen. Leopold II weigert haar schulden te betalen en wil evenmin instemmen met een scheiding van Filips. Wat hem betreft is Louise dood. Ook haar kinderen keren zich van haar af, onder meer uit angst dat de reputatie van hun moeder hun eigen kansen in het leven zal schaden. Enkel haar zus Stefanie blijft haar trouw.

    Psychiatrie

    Voor keizer Frans Jozef wordt het schandaal stilaan te groot. Hij laat Mattacic oppakken op beschuldiging van fraude en biedt Louise de keuze: ofwel keert ze naar haar echtgenoot terug, ofwel laat ze zich in een psychiatrische instelling opnemen. Ze kiest het laatste. Zowel zij als haar minnaar belandt zo achter slot en grendel.

    Na enkele jaren komt Mattacic vrij en hij gaat meteen naar Louise op zoek. Hij helpt haar uit de instelling te ontsnappen en samen vluchten ze weg. In de jaren die volgen, zijn ze voortdurend op de loop. Zo wonen ze onder meer in Berlijn, Parijs en Boedapest.  

    Koninklijke Schenking

    In 1907 gaat een rechter in Gotha eindelijk in op de vraag van Louise tot een scheiding van Filips. Voor Leopold II is dat het perfect excuus om haar uit zijn testament te schrappen, een lot dat ook Stefanie treft. Wanneer hij in 1909 sterft, ontdekken de prinsessen dat hij al zijn geld aan zijn maîtresse de barones de Vaughan en aan de Koninklijke Schenking heeft nagelaten.

    De zussen starten een rechtszaak tegen de Belgische staat. De uitkomst is vooral voor Louise belangrijk want zij zit compleet aan de grond. Helaas voor haar verliest ze de juridische strijd. Toch kent de Belgische staat haar een mooie geldsom toe, die ze door het uitbreken van WO I pas vele jaren later zal krijgen.

    Prinses Louise en prinses Stefanie.

    Wiesbaden

    Na de oorlog trekken Louise en Mattacic opnieuw naar Parijs. Daar schrijft ze haar memoires "Autour des trônes que j’ai vu tomber" ("Rondom de tronen die ik zag vallen"). Daarin rekent ze af met verschillende mensen in haar leven, onder wie Leopold II. Toch draagt ze het werk aan hem op.

    In de loop van 1923 gaat de gezondheidstoestand van Mattacic achteruit. Hij sterft in de herfst. Na zijn dood verhuist Louise een laatste keer, naar Wiesbaden in Duitsland. Daar sterft ze op 1 maart 1924, eenzaam, alleen en armoedig. Het verhaal wil dat ze een foto van Mattacic tegen haar borst drukt terwijl ze haar laatste adem uitblaast. Het contrast tussen haar levenseinde en de grandeur van de laan in Brussel die haar naam draagt, kan hoe dan ook niet groter zijn.