AFP or licensors

Als zelfs katholieke priesters oproepen tot protest ...

Hoe zou het nog zijn daar in het Congo van Kabila, de president die ruim een jaar geleden al had moeten opstappen, als hij de grondwet had gerespecteerd. Zou er nog iemand hier in het veilige Westen zich echt bekommeren om alweer een tiental doden in het afgelopen weekend, toen honderdduizenden moedige Congolezen in verschillende steden op straat kwamen voor hun rechten en prompt met overmatig geweld aangepakt werden door de ‘ordediensten’? Alvast in het vroegere moederland België, bij media en politici, liggen de prioriteiten blijkbaar elders. Vergissen zij zich?

De Congolese president Joseph Kabila kreeg de macht in januari 2001 in de schoot geworpen na de moord op zijn vader Laurent-Désiré. Van meet af aan kon hij bogen op royale steun vanuit de westerse landen, België incluis met destijds minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel, de vader van de huidige eerste minister Charles.

Die eerste jaren van zijn bewind leek Joseph Kabila de westerse verwachtingen aardig in te lossen. Er kwamen vredesbesprekingen en de aanslepende oorlog waarbij een tiental Afrikaanse landen betrokken waren geraakt, kwam tot een einde. Kers op die taart: de allereerste democratische verkiezingen sinds de onafhankelijkheid en, kon het anders, de eedaflegging van … Joseph Kabila als nu democratisch verkozen president op 6 december 2006.

Verfomfaaide verkiezingen

Maar zelfs die eerste verkiezingen blonken al niet uit in transparantie en correctheid. Toch lieten de Westerse donoren begaan. Zij gingen ervan uit dat met de jonge onervaren president zaken te doen waren, dat hij de meest betrouwbare partner was om enige stabiliteit in de regio te verzekeren.

De volgende verkiezingen, die van 2011, waren ronduit corrupt. Alerte waarnemers, we waren met zeer weinigen toen, sloegen alarm. Dit ging nu helemaal de verkeerde kant op. Het beleid van Joseph Kabila en zijn corrupte entourage had tijdens dat eerste mandaat nog niet veel goeds gebracht voor de gewone Congolees, behalve dan enige schijnvrede, en zelfs niet overal in het immense land.

Alles wees er toen al op dat het volgende mandaat nauwelijks meer zou opleveren voor de bevolking. De rapporten van lokale en internationale mensenrechtenorganisaties over de schaamteloze verrijking van een kleine elite en de uitbouw van een performant repressie-apparaat deden het ergste vermoeden voor de toekomst.

Alweer lieten de Westerse donoren begaan.

Joseph Kabila bleef naar hun inschatting, en dat was ook de Belgische visie, nog altijd een grotere garantie voor ‘rust’ in het onrustige Gebied van de Grote Meren van Centraal-Afrika dan bijvoorbeeld de legendarische opposant Etienne Tshisekedi, die nochtans (waarschijnlijk) de verkiezingen van 2011 had gewonnen.

Intussen in Congo

Toen al, zeven jaar geleden, hadden alle alarmbellen moeten luiden, bij de geldschieters van het Kabila-regime en bij de internationale organisaties. Want niet alleen de beloofde economische vooruitgang bleef uit maar ook de afspraken over de vrijheden en politieke transparantie werden keer op keer flagrant overtreden. Van een deugdelijk bestuur dat de gewone bevolking in één van de (potentieel) rijkste landen ter wereld een beter leven zou geven … kwam helemaal niets in huis.

Ook de Belgische ministers van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking kwamen telkens weer zuchtend van een kale reis thuis. De ene probeerde het met strenge woorden, de andere meer zalvend. Hun woorden vielen telkens weer op een koude steen, terwijl intussen de maffiose uitbuiting van het land zich doorzette, de vrouwen en kinderen onnodig stierven in het kinderbed, het repressie-apparaat zich vestigde tot in de kleinste steden, de politici zich verrijkten en (voor het overgrote deel) alleen maar opkwamen voor het eigen belang of dat van hun eigen entourage.

Vandaag

De dramatische situatie voor de (wellicht) meer dan 80 miljoen doodarme Congolezen in (nogmaals) het ‘rijkste land ter wereld’, was absoluut voorspelbaar en is ook voorspeld, op een ogenblik dat er nog iets kon gebeuren. Het wanbeleid op alle terreinen van het regime Kabila, zowel economisch als sociaal en politiek, dateert niet van de afgelopen maanden maar van de afgelopen jaren.

Het gebrek aan een krachtdadige internationale reactie toen maakt het nu des te moeilijker, wellicht onmogelijk, om nog een vreedzame uitweg te vinden: Joseph Kabila en zijn entourage willen de volledige macht in handen houden en wellicht een eerlijke machtswissel zo lang mogelijk uitstellen terwijl de verpauperde en misbruikte bevolking alsmaar woedender wordt en geen enkel compromis meer aanvaardt.

De bevolking wil Kabila gewoon ‘weg’ en hij wil eenvoudigweg ‘blijven’. Het gevolg is: doden en gewonden, telkens opnieuw. Zelfs kerken en Godsdienaars worden de afgelopen maanden niet meer ontzien, een trieste primeur in het zeer christelijke Congo. 

Zelfs kerken en Godsdienaars worden de afgelopen maanden niet meer ontzien, een trieste primeur in het zeer christelijke Congo. 

Het goedbewapende en intussen prima getrainde repressie-apparaat (ironisch genoeg ook opgeleid door Westerse, zelfs Belgische, ordediensten) zal de bevelen van het regime blijven opvolgen, zolang ze goed betaald worden voor die klussen. Er is ook al sprake van nog beter betaalde huurlingen uit Rwanda en Oeganda die helemaal meedogenloos inhakken op de betogende burgers.

Nieuw is nu wel dat het protest tegen het regime Kabila alsmaar breder gedragen wordt. De traditionele oppositiepartijen, die overigens door Joseph Kabila bijzonder handig uit elkaar gespeeld werden, zijn intussen voorbijgestoken door de sterke Katholieke Kerk, gevolgd door de Protestantse Kerkgemeenschappen en zelfs, zij het aarzelend, door de Islamitische minderheden.

Het verzet heeft zich zo genesteld in de enige burgerorganisaties die de verarming en ontworteling van de afgelopen decennia overleefd hebben: de kerken. Die exponentiële verruiming van de basis van het protest vormt zonder enige twijfel een nieuwe en belangrijke factor in de strijd voor de langverwachte overgang naar een eerlijk verkozen landsbestuur.

AFP or licensors

Morgen

Toch betekent dit nog lang geen garantie dat Joseph Kabila en zijn handlangers uiteindelijk op een vredige manier zullen plaats ruimen. Vooralsnog hebben zij nog veel meer te verliezen dan te winnen bij een vertrek. De opbrengsten van de macht, letterlijk in dit geval, zouden plots helemaal weg vallen en in het slechtste geval riskeren velen van de huidige machthebbers aanklachten voor het Internationaal Strafhof in Den Haag voor hun misdaden in de afgelopen dertig jaar, Joseph Kabila incluis.

Het is hen dus wel wat waard om te blijven. Het vorige corrupte en misdadige regime van Congo, dat van Joseph-Désiré Mobutu, kwam pas ten val toen zijn eigen leger hem in de steek liet, zelf verarmd door jarenlang wanbeleid.

Daarenboven was er dan nog een buitenlandse invasie nodig, door het superieure leger van de Rwandese alleenheerser Paul Kagame, bevoorraad en getraind door zijn Britse en Amerikaanse bondgenoten, om de zieke Mobutu de genadeslag te geven.

Tussen het moment dat het Westen Mobutu politiek liet vallen (in 1990) en zijn definitieve vertrek (in 1997) verliepen zeven woelige en dodelijke jaren. Op z’n minst enkele honderdduizenden gewone Rwandese en Congolese burgers moesten sterven om de machtswissel mogelijk te maken terwijl de Westerse landen bewust weg keken van al dat zinloos geweld.

Een mens zou denken dat de verantwoordelijke wereldleiders, ook in Europa, ook in België, hun lessen zouden getrokken hebben uit die recente geschiedenis. Blijkbaar niet.

Als er nu niet heel snel, eensgezind en krachtdadig, op het wereldtoneel ingegrepen wordt om Joseph Kabila en zijn regime in het gelid te brengen en galant te begeleiden naar de uitgang, dan is het risico bijzonder groot dat we binnen dertig jaar opnieuw boeken moeten schrijven over hoe moorddadig voor de gewone Congolezen ‘het einde van Kabila’ verlopen is.