Arnold Schwarzenegger in zijn glorietijd en een onderaanzicht van de nieuwe vlieg (Foto: Wikimedia/tekening; Tyler Hayden).

Nieuwe vliegensoort "met forse armen" naar Arnold Schwarzenegger genoemd

Een Amerikaanse entomoloog heeft in Brazilië een nieuw, piepklein vliegje ontdekt dat bijzonder goed ontwikkelde armen - voorpoten - heeft. Hij heeft het diertje Megapropodiphora arnoldi genoemd, naar gewezen bodybuildingkampioen, acteur en gouverneur van Californië, Arnold Schwarzenegger. 

De ontdekker van een nieuwe soort mag die zelf een naam geven, en die naam kan betrekking hebben op een opvallend kenmerk van de nieuwe soort. Toen entomoloog - insectenspecialist - Brian Brown in het Amazone-gebied een nieuw, klein vliegje ontdekte, wist hij onmiddellijk welk kenmerk hem opviel, en naar wie hij de nieuwe soort zou noemen. 

"Van zodra ik die uitpuilende poten zag, wist ik dat ik deze vlieg naar Arnold moest noemen", zo zei hij aan Phys.org. "Niet alleen is hij een groot cultureel icoon en een belangrijk iemand op politiek gebied, zijn autobiografie heeft me als magere teenager ook een beetje hoop gegeven dat ik mijn lichaam kon verbeteren." Daarom verdiende de gewezen gouverneur het een nieuwe vlieg naar hem genoemd te krijgen, volgens Brown. De nieuwe soort heet dus Megapropodiphora arnoldi, "drager van megavoorpoten van Arnold".

Bovenaanzicht van de nieuwe vliegensoort (tekening: I. Strazhnik).

Kleinste vliegje

Het vliegje is evenwel ook nog indrukwekkend om andere redenen volgens Brown. "Het is enkel bekend van een vrouwelijk exemplaar dat we bijna over het hoofd hebben gezien, omdat het zo ongelooflijk klein is."

In feite is het zelfs het kleinste bekende vliegje ter wereld, zegt Brown. En hij weet waarover hij praat, aangezien hij eerder al de tot dan toe kleinste vlieg ter wereld beschreven had. Dat vliegje, Euryplatea nanaknihali, was slechts 0,4 millimeter lang, zowat een vijfde van een fruitvliegje. En de nieuwe vlieg is met 0,395 mm slechts iets kleiner. De beide mini-vliegjes behoren tot de Phoridae, de bochelvliegen, een grote familie die meer dan 4.000 soorten telt verdeeld over zo'n 300 genera of geslachten. 

Het grootste deel van de bochelvliegen zijn parasitoïden, organismen die voor hun ontwikkeling afhankelijk zijn van een gastheer waar ze in of op leven, en die ze uiteindelijk doden. Sluipwespen zijn een bekend voorbeeld van parasitoïden: ze leggen hun eieren in de eieren, larven of volwassen exemplaren van andere insecten, en de larve van de sluipwesp eet dan zijn gastheer langzaam levend op. 

Ook de nieuwe soort is volgens Brown overduidelijk een parasitoïde, ook al heeft ze niet kunnen waarnemen in het wild. Brown besluit dat uit de scherpe, puntige legboor waarmee ze eieren legt, en denkt dat ze waarschijnlijk parasiteerde op mieren of termieten. Verder denkt hij ook nog dat de stevige voorpoten dienen om een gastheer vast te grijpen, en uit alle macht vast te houden tot die een nest of kolonie bereikt. Daar kan het vliegje dan loslaten en haar eieren leggen in de niets vermoedende slachtoffers. 

In tegenstelling met de voorpoten, zijn de midden en de achterpoten van Megapropodiphora arnoldi nauwelijks ontwikkeld en hebben ze waarschijnlijk geen enkele functie. Van de vleugels blijven slechts stompjes over met een stukje van het membraam. Ook dat wijst op een parasitaire levenswijze: van andere soorten bochelvliegen is het geweten dat de vrouwtjes hun vleugels afwerpen zodra ze in een kolonie van sociale insecten als mieren geraakt zijn.

De onderkant van Megapropodiphora met de sterk ontwikkelde voorpoten, en daaronder - midden op het lichaam - de enorm gereduceerde midden- en achterpoten. Daarachter, opzij van het lichaam, zitten de vleugelstompjes met een deel van het membraan., en helemaal achteraan is de scherpe legboor te zien (tekening: Tyler Hayden).

Nieuwe soorten

Brian Brown heeft al eerder veel succes gehad met het ontdekken van nieuwe soorten van kleine vliegjes, die volgens hem "voortdurend grenzen verleggen voor de ontdekking van insecten". 

Zijn fascinatie voor kleine insecten komt voort uit het feit dat de miniaturisatie bij hen verbluffend is. Ze hebben meestal alles wat grote insecten hebben, ogen, poten, vleugels, genitalia, een zenuwstelsel, maar dat op een schaal die onbegrijpelijk lijkt. Het kleinste bekende insect, de wesp Megaphragma caribea, slaagt erin veel van die structuren op een lijfje van slechts 0.17 mm lang te krijgen - dat is zelfs kleiner dan sommige eencellige organismen. 

Een aantal van de grotere, meer voor de hand liggende insecten zijn waarschijnlijk al beschreven, maar als een entomoloog gaat kijken naar de kleinere exemplaren, vooral uit afgelegen, tropische plaatsen, blijkt bijna alles nieuw te zijn. 

En daar niet alleen overigens: zelfs in zijn thuisstad Los Angeles hebben Brown en zijn team vastgesteld dat bijna de helft van de bochelvliegen tot hier toe niet bekend waren. Zo beschreven ze in 2016 twaalf nieuwe soorten bochelvliegen van het geslacht Megaselia - de doodskist- of renvliegen - na een "expeditie" in de tuinen van een aantal huizen in Los Angeles. 

Volgens Brown is er nog heel wat te ontdekken en ziet het er veelbelovend uit. Hij schat dat onderzoekers nog maar 10 procent van de vliegensoorten beschreven hebben.  "Het is bijna onmogelijk om geen nieuwe dingen meer te vinden", zei hij. "Het is alsof je naar een andere planeet kijkt."

De beschrijving van Brian Brown van de nieuwe vliegensoort is verschenen in "Biodiversity Data Journal". 

Een foto van de nieuwe soort Megapropodiphora arnoldi (foto: Brian Brown).