"België schendt internationaal recht in Soedan-dossier" (Amnesty International)

Amnesty International vindt dat België het principe van "non-refoulement" heeft geschonden door 10 Soedanezen terug te sturen naar Khartoem. De mensenrechtenorganisatie brengt in een verklaring nieuwe elementen aan het licht. België zou het risico op foltering onvoldoende hebben ingeschat. Ook de procedure verliep niet zoals het hoort, schrijft Amnesty International. 

Even kort het feitenrelaas. In september vorig jaar pakte de Belgische overheid 99 Soedanezen op aan het Maximiliaanpark in Brussel. Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (NVA) nodigde een Soedanese missie uit om 60 van hen te identificeren. Op basis van die bevindingen werden de eerste 10 Soedanezen teruggestuurd naar Khartoem.

In december kreeg het Tahrir-instituut getuigenissen van Soedanezen die beweerden dat ze bij aankomst slecht waren behandeld door de veiligheidsdiensten. Daarop besliste de Belgische regering om voorlopig geen terugkeervluchten meer in te leggen en de zaak eerst te laten onderzoeken door het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen. 

'Non-refoulement ' geschonden

Internationale onderzoekers van Amnesty International hebben het dossier grondig tegen het licht gehouden.  Zij komen tot de conclusie dat België de Soedanezen niet had mogen terugsturen. België mag zoals elke staat vreemdelingen terugsturen die zich irregulier op het grondgebied bevinden. Maar ons land moet eerst het principe van 'non-refoulement' onderzoeken. Dat verbod om mensen terug te sturen naar landen waar ze gevaar lopen op vervolging, is een hoeksteen van de internationale vluchtelingenwetgeving.  Ook al hebben sommige Soedanezen geen  bescherming aangevraagd, toch moest dat risico bij elk van hen individueel worden onderzocht, schrijft Amnesty International, en dat is niet gebeurd.  

Bovendien was er zeker reden om aan te nemen dat de Soedanezen gevaar liepen.  Amnesty kon niet verifiëren of de getuigenissen die het Tahrir-Instituut verzamelde, kloppen. Maar, zegt Amnesty, ze liggen in de lijn van andere getuigenissen die we zelf hebben verzameld over folteringen van teruggekeerde Soedanezen.  (zie foto)

 

Iedereen over dezelfde kam geschoren

Daarbij komt ook nog dat er geen onderscheid gemaakt is naar de herkomst van de Soedanezen. Voor een land met etnische en regionale spanningen zijn dat nochtans cruciale elementen, stelt Amnesty International.  Mensen uit conflictgebieden als Darfur, Kordofan en Blue Nile State lopen sowieso een groter risico op mensenrechtenschendingen. 

Er zijn ook Soedanezen teruggestuurd die in een ander land al een asielaanvraag hadden ingediend. "Die mensen onderwerpen aan ondervraging door een missie uit het land dat ze zijn ontvlucht, dat kan  niet." 

"Beknopte risico-analyse"

Dat de risico's niet goed zijn ingeschat, ligt volgens Amnesty International vooral aan procedurefouten. De Belgische regering is erg slordig geweest, zo blijkt uit de verklaring. Zo heeft ze de Soedanese identificatiemissie niet genoeg gecontroleerd. Er was geen voorafgaandelijke terugkeer­overeenkomst ondertekend en de ambtenaren mochten de ondervragingen uitvoeren zonder dat een tolk aanwezig was. Ten slotte heeft de Dienst Vreemdelingenzaken slechts een "beknopte inschatting" gemaakt van de risico's die de terugkerende Soedanezen zouden kunnen lopen. 

Premier Michel noemde het folterverbod heilig , maar dat blijkt eerder lippendienst . 

 

Wies De Graeve, Directeur Amnesty Vlaanderen

Premier Michel verleende lippendienst

Voor directeur Wies De Graeve van Amnesty Vlaanderen zijn deze bevindingen een smet op het Belgische mensenrechtenblazoen. Aan VRT NWS zei hij dat dit enorm problematisch is voor België. "Premier Michel heeft in de Kamer verklaard dat het folterverbod heilig is, we moeten vaststellen dat dat eerder neerkomt op lippendienst, want de regels zijn in de praktijk niet gevolgd."

Amnesty International wil met deze bevindingen het onderzoek van het Commissariaat-Generaal een duwtje in de rug geven. Wies De Graeve hoopt dat dat onderzoek ertoe zal leiden dat België opnieuw de internationale rechtsregels zal respecteren.