Video player inladen ...

Uit het archief: 65 jaar geleden treft moordende watersnood Nederland

65 jaar geleden werden de Lage Landen getroffen door de grootste natuurramp van de recente geschiedenis. Een zware storm in combinatie met springtij kost ruim 2.500 mensen het leven, maar leidt uiteindelijk ook tot de bouw van een modern "wereldwonder".

Op zaterdag 31 januari 1953 beukt een zwaar stormfront met windkracht 11 tot 12 in op de Lage Landen. In de late namiddag trekt het Nederlandse meteorologische instituut (KNMI) aan de alarmbel en stuurt een waarschuwingstelegram, maar de autoriteiten reageren niet.

Die avond zakt het water niet rond de tijd dat het normaal eb zou moeten zijn. Enkele uren later breken de dijken en lopen honderden velden, boerderijen en dorpskernen onder water. Sommige gehuchten worden door het wassende water volledig van de kaart geveegd.

Honderden mensen worden in hun slaap verrast en verdrinken. Anderen weten zich in veiligheid te brengen door naar hoger gelegen gebied te vluchten of door op het dak te kruipen. Al is dat laatste niet zonder risico, want verschillende huizen storten in door het wassende water.

Zondagvoormiddag wordt de ravage pas echt duidelijk. Het water staat ettelijke meters hoog. Aanvankelijk begint het water door het eb langzaam te zakken, maar tegen de middag wordt het opnieuw vloed en stijgt het water nog hoger dan het 's nachts had gestaan.

Honderden mensen die de eerste vloedgolf hadden overleefd, verdrinken of sterven op de daken waartoe ze hun toevlucht hadden gezocht. Anderen gaan een tweede angstige nacht in, want veel hulp is er nog niet die eerste dag.

Hulp pas laat op gang

De storm heeft de communicatielijnen beschadigd, dus op zondag weet de rest van Nederland nog niet dat een groot deel van de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden van de kaart is geveegd. Pas op maandag 2 februari komt de eerste hulp van buitenaf op gang. De omvang van de ramp wordt in eerste instantie zwaar onderschat.

De hulp voor de overlevenden is massaal, maar verloopt erg chaotisch. De Nederlandse luchtmacht zet onder meer hun enige helikopter in en worden al snel ondersteund door Belgische helikopters van Sabena.

Ook vliegtuigen proberen hun steentje bij te dragen en droppen voedsel en hulpgoederen - lukraak - boven verdronken dorpen, vaak zonder te weten of er nog iemand in de dorpen is. De meeste mensen worden echter gered door vissers.

Uiteindelijk komen bij de ramp zelf en in de nasleep ervan 1.836 Nederlanders om het leven.

Ook België en Groot-Brittannië getroffen

In ons land is de hele kuststrook getroffen door het noodweer. De ravage aan de zeedijk is enorm. Verschillende kustgemeenten staan blank. Zo loopt het volledige centrum van Oostende onder water (zie foto onder). Als de sluizen het aan zee niet hadden gehouden, dan stond het water wellicht tot in de Brugge en had een Nederlands scenario gedreigd voor de provincie West-Vlaanderen.

Ook langs de Scheldemonding bij Antwerpen en in het gebied van de Rupel, de Dijle en de Nete is er watersnood. Op meer dan 250 verschillende plaatsen raken de dijken beschadigd. Onder meer bij de monding van de Rupel is een grote bres van zo'n 70 meter breed geslagen in de dijk. Uiteindelijk komen 28 Belgen om het leven.

Aan de overkant van het Kanaal krijgen ook de Britten af te rekenen met zware waterellende. Zeker 1.600 kilometer kustlijn wordt er zwaar getroffen. Ruim 300 Britten laten het leven en tienduizenden anderen zijn tijdelijk dakloos.

De bouw van een "wereldwonder"

Tijdens de februaristorm van 1953 zijn uiteindelijk ruim 2.500 mensen om het leven gekomen. Ook 30.000 koeien, varkens of ander vee overleven de ramp niet. Dergelijke rampen moeten in de toekomst vermeden worden, daar is iedereen in Nederland het alvast over eens. Een speciaal daarvoor opgerichte Deltacommissie komt in hetzelfde jaar nog op de proppen met een groots plan: de Deltawerken.

Met de visie "hoe korter de kust, hoe minder gevaar" beginnen onze noorderburen aan de bouw van wat door sommigen een van de zeven moderne wereldwonderen genoemd wordt. Verschillende zeearmen worden afgesloten en waar hij intact blijft - om de scheepvaart te garanderen naar de havens van Antwerpen, Gent en Rotterdam-, worden grote schuiven aangebracht die bij zware storm gesloten kunnen worden.

De werken beginnen uiteindelijk in 1954 met de stormvloedkering in de Hollandse IJssel, kennen een hoogtepunt in 1986 met de inhuldiging van de Oosterscheldekering (kleine foto) en worden in 1997 voltooid met de Hartel- en Maeslantkering.

Door de Deltawerken is de Nederlandse kustlijn nu ongeveer 700 kilometer korter dan voor de ramp van 1953. Of de Nederlanders hiermee de strijd met de zee gewonnen hebben, zal de toekomst moeten uitwijzen, maar de uitvoering van het Deltaplan heeft alvast de kans op een grote overstroming van de omvang van die uit 1953 drastisch verminderd.