Meest recent

    Chaos in Afghanistan: het huis staat in brand en de deuren zitten op slot

    “Het ziet ernaar uit dat de situatie in Afghanistan verder zal verslechteren, zelfs met volgehouden buitenlandse steun”, waarschuwden de Amerikaanse inlichtingendiensten in mei 2017. De kans is groot dat ze die conclusie binnen enkele maanden gewoon kunnen copy-pasten. Hoe komt het toch dat Afghanistan maar niet uit de neerwaartse spiraal raakt?

    Religieus extremisme, etnische conflicten, politieke machtsspelletjes, een incompetent veiligheidsapparaat, een onbetrouwbare buur of de erfenis van een verwoestende oorlog: stuk voor stuk zijn het factoren die een land de chaos in storten. In Afghanistan komen ze allemaal samen. 

    Geen wonder dat het land zo hoog scoort op de chaosindex die we onlangs lanceerden: met een score van 9/10 moet het land enkel hopeloze gevallen als Soedan en Zuid-Soedan, Jemen en Syrië laten voorgaan.

    Cynisch politiek experiment

    Afghanistan is doodziek en de woekerende koorts maakt helder nadenken onmogelijk.

    Het begint al met de politieke klasse, waar twee gezworen rivalen in een soort van cynisch politiek experiment verondersteld worden een regering van Nationale Eenheid te leiden. In de praktijk steken president Ashraf Ghani en zijn chief executive Abdullah Abdullah elkaar voortdurend stokken in de wielen. Nochtans is nationale eenheid niet eens zo’n slecht plan in een land dat doorkruist wordt door etnische en religieuze breuklijnen, en waar elk van die stammen een graantje van de macht probeert mee te pikken.

    Enter de taliban. De extremistisch-religieuze vechtjassen zijn herrezen uit de asse van 2001 en hebben van het gekrakeel aan de top geprofiteerd om het grootste grondgebied te veroveren sinds het begin van de Amerikaanse invasie. Ze voeren steeds bloedigere aanslagen uit.

    Ashraf Ghani (rechts) en Abdullah Abdullah in 2014, nadat ze hun handtekening hadden gezet onder de machtsdeling die Afghanistan moest behoeden voor de chaos. In werkelijkheid verloopt de samenwerking een stuk minder hartelijk.

    “Onderschat ook niet dat de taliban zélf onder druk staan van het nog extremistischere IS”, merkt VRT-conflictjournalist Rudi Vranckx op. “Die proberen nu hun machtsbasis uit te bouwen in Afghanistan. Chaos is nu eenmaal een goede voedingsbodem voor gewelddadig jihadisme. En dus moet de taliban zich nog meer profileren.”

    De militaire knowhow dunt uit

    Woekert de koorts in het hoofd, dan raken ook de voeten nergens meer. Het Afghaanse leger en de politie staan machteloos tegenover de bloeddorst van de taliban. De gebrekkige infrastructuur en falend leiderschap hebben geleid tot zware menselijke verliezen. Het resultaat is een vicieuze cirkel van uitdunnende militaire knowhow.

    Een Afghaanse politie-agent op de ceremonie voor zijn afstuderen, in 2012. Twee jaar later zullen zwak leiderschap en zware menselijke verliezen het Afghaanse politiekorps in een neerwaartse spiraal duwen.

    De Amerikanen zien het met lede ogen aan. Sinds ze de controle in december 2014 overgedragen hebben aan het Afghaanse leger, hebben die in sneltreinvaart territorium moeten prijsgeven. De meer dan 70 miljard Amerikaanse dollar voor de Afghaanse veiligheidsdiensten en de menselijke offers van duizenden gesneuvelde Amerikaanse soldaten: het is voor niets geweest.

    De bevolking is het allemaal meer dan beu, vertelt Jim Huylebroek, een jonge Belgische fotojournalist die in Kabul woont en onder andere The New York Times, Al Jazeera en Der Spiegel op zijn CV heeft staan. “Na elke aanslag volgt er meer kritiek op de regering, zowel op straat als op de sociale media. De mensen willen de sleutelfiguren in de veiligheidsinstanties vervangen zien worden. Maar de president blijft stil.” Huylebroek schetst een beeld van een Kabul dat dooraderd is met hoge betonnen blast walls (“het maakt de stad er niet mooier op”) en waar het leven daags na een zware aanslag gewoon doorgaat. 

    Wanneer die bevolking toch eens op straat komt, volgt er keiharde repressie. Neem nu die protesten op vrijdag 2 juni van vorig jaar, twee dagen nadat een bijzonder zware bomaanslag door de taliban 150 doden had geëist. De betogers verdachten de inlichtingendiensten ervan er een hand in gehad te hebben. Ghani en Abdullah riepen op tot kalmte, maar hun woorden waren nog niet koud of de politie opende het vuur. Negen betogers stierven, waaronder de zoon van een Afghaanse senator. Op diens begrafenis doodden twee zelfmoordterroristen nog eens twaalf mensen – een derde bom ging niet af.

    Geweld is nu eenmaal de enige taal die zowel de Afghaanse regering als de taliban lijken te verstaan. Officiële vredesgesprekken zijn er niet en ook die achter de schermen verlopen uiterst moeizaam.

    Taliban als Pakistaanse verzekering

    De bron van zoveel chaos ligt bij de spaak lopende nazorg van de desastreuze Amerikaanse inval in 2001. Maar heeft die het huis in brand gestoken, dan zijn het de buren die nu de deuren op slot houden.

    Zoals het in de jaren tachtig de Amerikaanse CIA-steun voor de mujahideen was die de voedzame grondlaag zou leggen voor de latere taliban-beweging - toentertijd een dankbare bondgenoot in de strijd tegen de Sovjets - dan is het nu vooral Pakistan dat de taliban een hand boven het hoofd houdt.

    Hoewel Pakistan zelf ook een resem groeperingen herbergt in alle tinten van het moslimextremistische kleurenspectrum, volgt het pas op plaats 46 in de chaosindex. “We krijgen 80% minder aanslagen te verduren dan in 2012”, pochte de Pakistaanse minister van Defensie onlangs nog bij VRT-journalist Steven Decraene. “Een mirakel.”

    De Amerikanen hebben het stilaan gehad met de Pakistanen en hun steun voor de taliban. Door hen geld toe te stoppen, zoals in de jaren negentig, door met hen samen te werken (in het geval van de Pakistaanse inlichtingendiensten) of door hen toe te laten om zich te verstoppen in het bergachtige grensgebied met Afghanistan. Vergeet niet dat Bin Laden op Pakistaans grondgebied werd gedood - nota bene door Amerikaanse special forces, en niet door het te onbetrouwbaar geachte Pakistaanse leger.

    Pakistan ziet de taliban als een verzekering tegen het oprukkende Indische nationalisme

    Wat Pakistan daaraan te winnen heeft? Enerzijds gokt het op de taliban om in Afghanistan een stabiel regime te installeren waar energiezaakjes mee te doen vallen. Anderzijds ziet het de fanatieke strijders als een verzekering tegen het oprukkende Indische nationalisme dat alleen al het bestaan van Pakistan als een kaakslag ziet. 

    Beproefde recepten

    Daarmee is de brandhaard gelokaliseerd. Blijft de vraag: hoe raken de Afghanen ooit uit hun brandende huis?

    “De taliban hebben op het platteland altijd op steun kunnen rekenen, in de steden iets minder”, merkt Huylebroek op, de Vlaamse fotojournalist. “Maar nu voel je dat de mensen hen beschouwen als een partij waar rekening mee gehouden moet worden, als er ooit vrede moet komen.”

    Alleen lijkt niemand zin te hebben in dialoog.

    Afghaanse soldaten trainen in de provincie Helmand, augustus 2017. Miljarden dollars Amerikaanse steun aan het Afghaanse leger hebben niets opgeleverd. Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

    De VS kozen begin dit jaar voor de pedagogische tik. Ze bevriezen hun militaire steun aan Pakistan en verhogen opnieuw hun troepenmacht in Afghanistan - net zoals de NAVO trouwens. Het is een beproefd recept dat voordien niet het beoogde effect ressorteerde en dat bovendien contraproductief dreigt te werken. Lees: nog meer chaos uitlokken.

    De talibancommandant Mullah Hamid toonde zich alvast strijdlustig. “Als ze de militaire optie prioritair willen maken: we zijn niet zwak. We kunnen (...) de vijand treffen.” In het woordenboek van de taliban staat dat voor nog meer spectaculaire aanslagen in nog meer dichtbevolkte stadskernen.

    De Afghanen houden hun hart vast. Het lijkt erop dat ze nog wel een paar jaar in de top van de chaosindex zullen moeten bivakkeren.