Menno Wigman overleden, gewezen stadsdichter van Amsterdam

Menno Wigman was een van de meest beloftevolle Nederlandse dichters. Hij won de Adriaan Roland Holstprijs voor zijn hele oeuvre en was stadsdichter van Amsterdam. Maar Wigman had al lang een hartkwaal. Een dubbele longonsteking werd hem nu fataal, hij was maar 51.  Maud Vanhauwaert, de nieuwe stadsdichter van Antwerpen, is erg bedroefd.  

Menno Wigman debuteerde in 1997 met de bundel "Zomers stinken alle steden". Zijn nieuwe boek, "Slordig met geluk", is genomineerd voor de Ida Gerhardt Poëzieprijs 2018. Uitgeverij Prometheus noemt het overlijden van een van de grootste dichters van ons taalgebied een slag voor de Nederlandse poëzie. "Menno Wigman was een van de weinige dichters die zijn vakgenoten en een groot in literatuur geïnteresseerd publiek bereikte", zegt de uitgever. Hij schreef ook essays en het dagboek "Het gesticht", waarvoor hij drie maanden als "poet in residence" in een psychiatrische inrichting verbleef. Zijn werk is vertaald in het Engels, Frans en Duits. De krant NRC noemt zijn poëzie "zwart-romantisch".  

Antwerps stadsdichter Maud Vanhauwaert

Maud Vanhauwaert heeft Menno Wigman vaak ontmoet, tijdens poëzie-avonden en op boekenbeurzen, zei ze in "De Wereld Vandaag" op Radio 1. Naast een uitmuntend knappe dichter noemt ze hem ook een heel lieve man. Ze bewondert vooral dat hij donkere gedichten toch helder bracht. Zijn voordracht was erg persoonlijk, zinnelijk, alsof hij de woorden proeft en eet.

Menno Wigman proeft zijn woorden, hij lijkt ze ook op te eten. Erg zinnelijk.  

Maud Vanhauwaert wijst er op dat Wigman kort maar intens heeft geleefd. Hij werkte mee aan de zogenoemde eenzame uitvaarten, zoals Bernard Dewulf bij ons, een gedicht voordragen dus op de begrafenis van volstrekt eenzame mensen. "Hij stond in de wereld, keek naar buiten, was betrokken. maar tegelijk nostalgisch", zegt Maud. Ze weet dat hij bijzonder lang werkte aan gedichten, dat hij de woorden ciseleerde als edelstenen. Haar lievelingsgedicht van Wigman is "afscheid van mijn lichaam", dat nu griezelig bewaarheid werd.    

Waarom mijn lichaam, heb ik nooit in je geloofd?

 Intensive care

Twee weken in mijn eigen graf gekeken,
zo diep dat ik het haast begeven had.
Mijn hart was op, mijn borstkas stond op breken,
ik vocht verward, verweesd en afgemat,
een nietig schaakstuk uit de Rubáiyát,

toen worstelde ik me weer naar het leven.
- Een droom binnen een droom, een flits, ik zag
het natte graf dat mijn geboorte was
en zwom naar licht dat kwistig droop van licht.

Twee weken in mijn eigen graf gekeken,
zo diep dat ik het grondwater zag staan -
mijn borstkas blafte, o, ik ging eraan.

Twee weken in mijn eigen graf staan staren.
De dood die, toen ik keek, van water leek.