De nieuwe wesp, met op haar rug de zaag (zie pijltje). (Foto:  C.Trietsch et al. in Biodiversity Data Journal).

Nieuwe parasitaire wesp heeft "lichaamszaag" om uit lichaam gastheer te geraken

Onderzoekers hebben een nieuwe parasitaire wesp beschreven, die op haar rug een soort van zaag heeft. Aangenomen wordt dat de wesp die gebruikt om, als ze volgroeid is en haar gastheer van binnenuit leeg gegeten heeft, zich een weg naar buiten te banen uit het lichaam van die gastheer. 

Onderzoekers van Penn State University in de VS en het National History Museum of London hebben een nieuwe wesp ontdekt die een reeks van getande uitsteeksels op haar rug heeft. Ze hebben de wesp, die maar 3 millimeter lang is, Dendrocerus scutellaris genoemd. 

Op basis van haar anatomie nemen de onderzoekers aan dat Dendrocerus scutellaris een endoparasitoïde is, een soort parasiet die zijn eieren in een gastheer legt, vaak een rups of een volwassen insect. De eieren komen dan uit, en de larven van de wesp voeden zich vervolgens van binnen uit met de gastheer. Als de voedselvoorraad op is, als de gastheer dus zo goed als leeg gegeten is, ontpoppen de wespenlarven zich tot hun volwassen vorm, en knagen ze zich een weg uit hun gastheer. 

Dendrocerus scutellaris van bovenaf gezien, A is een mannetje, B is een vrouwtje (Foto's: C. Trietsch et al. in Biodiversity Data Journal).

Geen scherpe kaken

D. scutellaris heeft echter niet de scherpe kaken, die de meeste endoparasitoïde wespen gebruiken om zich uit hun gastheer te knagen. Daarom stellen de onderzoekers dat de zaagachtige structuur op de rug van de wesp haar weg naar de vrijheid is: als de tijd is gekomen om zichzelf te bevrijden, kan de wesp die structuur, die een mesoscutellaire kam genoemd wordt, tegen de binnenkant van de gastheer wrijven om zich zo een weg naar buiten te snijden. 

De onderzoekers hebben dit gedrag niet in het wild geobserveerd: ze hebben D. scutellaris ontdekt in de collecties van het Natural History Museum of London. Een aantal specimens van de soort lagen in de reserves van het museum en waren nog niet onderzocht of geïdentificeerd, tot ze aan het Frost Museum van Penn State uitgeleend werden. De specimens waren afkomstig uit Costa Rica. 

Eerder waren er al andere soorten van het geslacht Dendrocerus ontdekt, en een aantal daarvan zijn zogenoemde metaparasieten: het zijn parasieten van parasieten die hun eitjes leggen in bladluizen. 

Naast de zaagachtige kam heeft de nieuwe soort ook opvallende vertakte antennes, die de wesp mogelijk kunnen helpen om een partner of een potentiële gastheer te vinden. 

De studie over de nieuwe wesp is verschenen in "Biodiversity Data Journal".

D. scutellaris heeft opvallende antennes (Foto's: C.Trietscgh et al. in Biodiversity Data Journal).

Parasitoïden en een welwillende God

De schijnbare wreedheid van parasitoïde wespen - parasitoïden zijn parasieten waarvan het op voorhand al vaststaat dat ze de gastheer zullen doden - heeft in de 19e eeuw veel filosofen, natuurkenners en theologen aan het twijfelen gebracht. 

In die eeuw raakte er steeds meer bekend over het voorkomen van parasitaire wespen zoals de Ichneumonidae, de gewone sluipwespen, een zeer grote familie waarvan we nu meer dan 24.000 soorten kennen. Geschat wordt echter dat er tussen 60.000 en 100.000 soorten kunnen zijn, meer dan in om het even welke andere familie van de vliesvleugeligen - de zaagwespen, wespen, bijen en mieren.

Het zijn allemaal parasitoïden, die hun eieren meestal leggen in de larven of de poppen van kevers, andere vliesvleugeligen of van vlinders. Vaak spuiten ze daarbij ook een gif in, waardoor de gastheer verlamd is. De larven die dan uitkomen, eten hun gastheer van binnenuit leeg, en vermijden daarbij zo lang mogelijk de vitale organen, zodat de gastheer zo lang mogelijk blijft leven, en dus ook vers blijft. 

De vader van de evolutieleer, Charles Darwin, vond de Ichneumonidae zo verontrustend, dat het bijdroeg tot zijn toenemende twijfels over de aard en het bestaan van een Schepper.

In een brief aan de Amerikaanse natuurkenner Asa Gray schreef Darwin dan ook: "Ik geef toe dat ik niet zo duidelijk als anderen dat doen, en als ik zelf ook zou willen doen, aanwijzingen zie van ontwerp en van weldadigheid overal om ons heen. Het lijkt me dat er te veel ellende in de wereld is. Ik kan mezelf er niet van overtuigen dat een welwillende en almachtige God opzettelijk de Ichneumonidae zou geschapen hebben, met de uitdrukkelijke bedoeling dat ze zich zouden voeden met de levende lichamen van rupsen, of dat een kat zou moeten spelen met muizen."

Een mannetje van de nieuwe kleine wespensoort, met een pijltje dat de kam aanduidt (Foto: C. Trietsch et al. in Biodiversity Data Journal).