Stimuleren om te werken is geen pesterij

"De recente ontslagen in Carrefour zijn sociale drama’s. Terzelfder tijd leggen ze gigantische Belgische opportuniteiten bloot inzake het werkgelegenheidsbeleid. De regering moet hier radicaal het geweer van schouder veranderen." Dat zegt bankeconoom Koen De Leus. 

labels
Koen De Leus
Koen De Leus is Chief Economist BNP Paribas Fortis. Twitter: @koendeleus. Zijn boek 'De Winnaarseconomie' is uitgegeven bij Lannoo.

Het nieuws bij Carrefour kwam keihard aan: 1,233 mensen worden ontslagen. Carrefour is daarmee niet aan zijn proefstuk toe. In 2010 stonden ook al eens 1,098 banen op de tocht. Brugpensioen vanaf 52 jaar werd toen het voornaamste mechanisme voor Carrefour België om het aantal gedwongen ontslagen in het kader van de herstructurering te minimaliseren.

In alle betrokken winkels kwamen toen 984 werknemers in aanmerking voor dat brugpensioen.

Volop vacatures

Teruggrijpen naar hetzelfde recept is vandaag geen goed idee. Dat stelden enkele ministers kort na de aankondiging door de supermarktketen. Het staat haaks tegenover de afbouw van brugpensioenen die deze regering nastreeft. Het economisch klimaat is daarenboven helemaal anders dan in 2010 toen de eurozonecrisis nog volop nazinderde.

Vinden de ongelukkigen nog wel een nieuwe job?

Die kans is zeer groot. Het aantal openstaande vacatures is nooit eerder zo hoog geweest. Dat geldt zelfs voor de winkelsector. In Vlaanderen tellen we op de VDAB-site voor winkelbediende 4,597 openstaande vacatures. Op de site van het Waalse Forum treffen we 1,429 jobaanbiedingen aan voor “vendeur” en 96 voor “caissier”. 

Herscholing

Voor sommige mensen zal weliswaar bijscholing nodig zijn, maar dat mag geen probleem zijn. In tegendeel, we moeten van dit ‘momentum’ gebruik maken om algemeen meer in te zetten op opleidingen en herscholing.

Drie kwart van de uitgaven voor het arbeidsmarktbeleid vloeit vandaag naar uitkeringen, amper 1/5de gaat naar opleidingen. In de Scandinavische landen is dat 50%. De gevolgen daarvan zijn pijnlijk zichtbaar op het terrein. Werkgevers klagen steen en been dat ze de huidige vacatures niet ingevuld krijgen. Bij een werkzaamheidsgraad, het aantal 15-64 jarige Belgen dat aan het werk is, van 63,3%, hoeft dat niet te verbazen. Enkel Spanje, Italië en Griekenland doen slechter. Het Flexicurity-model in de Scandinavische landen waarbij zeer sterk op activering wordt ingezet, duwt de werkzaamheidsgraad er naar gemiddeld 73,5%. Binnen de groep inactieven zitten naast de werklozen ook de leefloontrekkers, langdurig zieken en de vervroegd gepensioneerden.

Amper de helft van de 55 tot 65 jarigen Belgen werkt. Om binnen die groep de werkzaamheidsgraad te verhogen moeten ook de andere uitstapmogelijkheden uit de arbeidsmarkt naast vervroegde pensionering afgesloten worden. Inactiviteit volgt de weg van de minste weerstand. Invaliditeit bijvoorbeeld mag geen middel zijn om de arbeidsmarkt te verlaten om andere redenen dan gezondheidsproblemen en moet dan ook rigoureus gecontroleerd worden. De stijging van de instroom van loontrekkers richting invaliditeit van 30,000 in 2005 naar zo’n 65,000 in 2015 moet toch enkele wenkbrauwen doen fronsen. 

Anciënniteit

Met betere controles en volop inzetten op herscholing en levenslang leren komen we al een heel eind verder. Een bijkomend pijnpunt dat moet aangepakt worden is ons systeem van anciënniteitsvergoedingen. De vakbonden van Carrefour stellen zich terecht de vraag of de ontslagen werknemers elders aan de slag zullen geraken aan dezelfde arbeidsvoorwaarden. Het brutosalaris van 50 tot 59-jarige Belgen ligt een kwart hoger in vergelijking met de groep 30-39 jarigen. In Frankrijk en Nederland schommelt dat verschil rond de 20 procent, in de Scandinavische landen is dat 12%.

Oudere Belgische werknemers prijzen zichzelf uit de arbeidsmarkt. Ze zijn de eerste slachtoffers bij een herstructurering. En daarna bemoeilijken de hoge lonen de zoektocht naar een nieuwe job. Precies hierdoor daalt de kans van een werkloze op het vinden van een job pijlsnel eens de 45 jaar gepasseerd.

Een mogelijke oplossing is een bovengrens vaststellen voor het aantal jaren gedurende welke een automatische loonsverhoging wordt toegekend. Daarna geldt loon naar productiviteit. Een loonplafond, zelfs een kleine daling naarmate de productiviteit afneemt (wat lang niet het geval is voor alle jobs), hoeft daarenboven niet dramatisch te zijn voor oudere werknemers. Doorgaans liggen bij die groep van mensen de grootste kosten – afbetaling hypotheeklening, studie kinderen – reeds achter de rug.

Magische sleutel

Sommige vinden de doelstelling zoveel als mogelijk mensen aan de slag te krijgen een vorm van pesterij. Dat is fout. Het dient een nobel doel waarvan iedereen de vruchten plukt. Het opkrikken van onze bijzonder lage werkzaamheidsgraad is dé magische sleutel om een pak economische een budgettaire problemen op te lossen.

Alleen al het optrekken van de werkgelegenheidsgraad van 55-plussers tot op het niveau van Zweden (77%) verhoogt het Belgische bbp met 12,9%! Onze enorme achterstand vandaag vertaalt zich zo op termijn in een belangrijke troef. De krapte op de arbeidsmarkt wordt opgelost. Meer mensen aan het werk betekent minder overheidsuitgaven aan sociale uitkeringen en meer belastinginkomsten uit de personenbelasting.

Daardoor kunnen dan weer de gemiddelde belastingen lager, zwelt de consumptie aan en worden nieuwe jobs gecreëerd.  Op langere termijn garandeert een hogere werkzaamheidsgraad onze pensioenen en een betaalbare gezondheidszorg. Dat is geen pesterij, maar realiteit.