imago stock&people

Zijn sommige mensen voor­bestemd om te worden gepest?

Waarom zijn sommige mensen het slachtoffer van pesten en ontpoppen anderen zich tot dader? Zit het in hun genen ingebakken? Of liggen andere factoren aan de basis? VRT NWS vroeg het aan Michaël Portzky, auteur van het boek "Veerkracht" en verbonden aan het Psychiatrisch Centrum Gent Sleidinge.

Vandaag start de Vlaamse Week tegen Pesten, een initiatief van Kies Kleur tegen Pesten dat zich vooral op jongeren richt. Velen onder hen zijn elk dag opnieuw het slachtoffer van pesten. Anderen zijn dan weer dader. Volgens Michaël Portzky heeft dit veel te maken met de aangeboren veerkracht of de capaciteit om met stress om te gaan.

"De jongste jaren ontdekken we steeds meer stressgenen", vertelt hij aan VRT NWS. "Het lijkt er steeds meer op dat de mate waarin mensen stress, tegenslagen en ook pestgedrag kunnen incasseren ook een sterke genetische stempel heeft."

"Fight or flight"

"Evolutionair gezien is een brein dat alert is voor gevaar fantastisch. Onze voorouders voelden zich vaak bedreigd en belandden regelmatig in een "fight or flight"-modus. Wie daarin succesvol bleek en overleefde gaf haar of zijn DNA door aan de volgende generaties. Zij waren zo eveneens alerter voor gevaar."

"De keerzijde van die medaille is dat een lichaam in stresssituaties stresshormonen als cortisol produceert. Mensen die aan hogere doses van zulke hormonen zijn blootgesteld, ontwikkelen andere hersenen. Als de blootstelling te hevig is, kan dit zelfs hersenschade veroorzaken."

OCAD

"Een brein dat zich vaak bedreigd voelt, zal vaak in de "fight or flight"-modus terechtkomen. Het ligt voortdurend op de loer, zoals het OCAD voortdurend naar terreurdreiging speurt. Dat vergt ontzettend veel energie en dat heeft een kostprijs."

"Mensen met zo’n brein slapen vaak minder goed. Ze reageren geprikkeld en ze piekeren vaak. Daardoor letten ze minder goed op en waardoor ze lagere schoolresultaten halen. Hierdoor komen ze in een vicieuze cirkel terecht die van hen een groter mikpunt voor pesten maakt."

Die vicieuze cirkel versterkt de "fight or flight"-modus voort. "Mensen slaan nog meer op de vlucht, bijvoorbeeld door te spijbelen. Ze kunnen ook het gevecht aangaan en verbaal of fysiek agressief reageren. Om niet meer zelf onderaan de rangorde te staan, gaan ze soms zelf pesten."

Opleidingsniveau

"Momenteel bestuderen we de veerkracht bij duizenden jongeren tussen 12 en 18. Het is hallucinant te zien hoe hun veerkracht verband houdt met hun thuissituatie en met hun opleidingsniveau. De verschillen tussen mensen die in het aso en het buso schoollopen, zijn torenhoog."

"Vaak krijgen die jongeren met net dezelfde negatieve prikkels te maken, alleen is de impact veel groter bij mensen uit lagere opleidingsniveaus. Ook kinderen met gescheiden ouders vertonen duidelijk andere veerkrachtscores en kwetsbaarheidsscores."

Boterhammen

Volgens Portzky versterken een stressgevoelig brein en een slechte socio-economische situatie elkaar vaak. "Een kind dat door een slechte financiële situatie thuis met sjofele kleren naar school gaat, loopt meer risico om door leeftijdsgenoten te worden gepest."

"We horen dat zelfs het beleg op de boterham al genoeg kan zijn om te worden gepest. Het laat zich raden wat een kind meemaakt dat geen boterhammen heeft meegekregen omdat er thuis geen geld voor is. Als het thuis ook nog eens weinig ondersteuning krijgt, zal het minder goed reageren en kan het zijn toevlucht tot destructief gedrag zoeken."

Therapie

Therapie kan helpen om veerkracht te vergroten, maar ook die aanpak kent limieten. "Op onze veerkrachtschaal scoren gezonde controlepersonen gemiddeld 80 op 100, mensen die in een psychiatrie scoren gemiddeld 60 op 100."

"Onze studies tonen aan dat de gemiddelde winst na therapie 4 tot 6 punten betreft, afhankelijk van de studie. Een score van 50 tot een van 80 omtoveren, lijkt me weinig realistisch. Bovendien heeft nog geen enkele studie de effecten op lange termijn onderzocht."

"Deze bevindingen tonen aan dat het een meerwaarde kan opleveren om kwetsbare personen zo snel mogelijk te detecteren en soms ondersteuning aan te bieden vooraleer het kwaad geschiedt."

Baby's

Portzky benadrukt tot slot dat het brein van een kind al in de vroegste stadia van zijn leven aan externe prikkels onderhevig is. "Hoe veiliger een brein zich voelt, hoe beter het zich zal ontwikkelen. Het brein van een baby die van meet af aan liefde ervaart en lichamelijk contact met zijn moeder of vader heeft, zal anders evolueren dan dat van een baby die zulke zaken moet missen."