AFP or licensors

Inwoners Noord-Syrië vluchten, velen al voor de tweede keer: "Niemand weet waarnaartoe"

Door de offensieven in Afrin en Idlib is de humanitaire situatie in het noorden van Syrië sterk verslechterd. Tienduizenden mensen zijn op de vlucht. Velen al voor de -minstens- tweede keer, want zij hadden aan het begin van de oorlog in het toen relatief veilige noorden een onderkomen gezocht. "Maar nu weet niemand waarnaartoe."   

In Afrin, de Koerdische enclave waar Turkije bijna 2 weken geleden een offensief startte tegen de Koerdische militie YPG, is de voorbije dagen weer hevig gevochten. Volgens VN-adviseur Jan Egeland zijn zo'n 15.000 mensen intussen hun huizen ontvlucht in het gebied, dat in totaal een kleine 400.000 inwoners telt.

AFP or licensors

Naar Turkije vluchten is schier onmogelijk, want de grens is zo goed als potdicht. Turkije zegt zich wel voor te bereiden op nieuwe vluchtelingenstromen. Het plant twee vluchtelingenkampen in de buurt van de Syrische steden Azaz en Idlid. Azaz aan de Turks-Syrische grens werd  vorig jaar veroverd op IS. Idlib zou een de-escalatiezone of "safe
haven" moeten zijn, maar is dat allesbehalve.

AFP or licensors

De kampen die worden uitgebouwd door de Turkse Halve Maan zouden 50.000 mensen moeten kunnen opvangen. Maar internationale analisten betwijfelen of veel burgers geneigd zullen zijn om naar de Turkse kampen te vluchten.

"Ik denk dat vooral de niet-Koerdische bevolking zal vluchten", zegt Heiko Wimmen van de International Crisis Group. "Veel Koerden voelen zich niet veilig in de door Turkije en zijn bondgenoten gecontroleerde zones. Ze geloven niet dat Turkije een verschil zal maken tussen de YPG-strijders en de Koerdische bevolking."

Idlib

Niet alleen in Afrin zijn de gevechten hevig. In de provincie Idlib, die ook grenst aan Turkije, wordt sinds midden december intens gevochten tussen troepen van het Syrische regime en verschillende groepen rebellen. Daar is volgens de VN sprake van 270.000 zogenoemde "binnenlandse ontheemden". 

AFP or licensors

Door beide offensieven is de humanitaire situatie in het noorden van Syrië enorm verslechterd. De toestand is des te schrijnender omdat veel inwoners van zowel de enclave Afrin als de provincie Idlib al voor de -minstens- tweede keer worden gedwongen om te vluchten.

Idlib wordt door Jan Egeland omschreven als "een regio die eigenlijk een vluchtelingenkamp is", terwijl ook in Afrin één derde van de inwoners vluchteling is. "Hier wonen veel ontheemde families uit Aleppo, Idlib en andere delen van het land, maar nu weet niemand waarnaartoe", zegt een inwoners uit Jandaris, een dorp ten zuidwesten van Afrin, in de Britse krant The Guardian.

Ook in de rest van het Koerdische gebied in Syrië verblijven zeer veel niet-Koerden die in de loop van de voorbije zeven oorlogsjaren daarheen zijn gevlucht.

Terug naar verwoeste thuisstad? Vluchten naar Turkije?

Ook Rayan, een Antwerpse Syriër, maakt zich zorgen om zijn familie die al sinds het begin van de oorlog naar het Koerdische noorden van Syrië is gevlucht. De familie woont in de van oudsher etnisch-religieus gemengde stad Qamishli, "een uur rijden van de grens met Irak, tien minuten stappen van de grens met Turkije". Zij wonen in een buurt met veel vluchtelingen. Van de oorlog in Syrië, maar zelfs nog van de oorlog in Irak.

De familie is gevlucht uit de stad Hama. "Ik heb hen de laatste vijf dagen niet gehoord", zegt Rayan. "Maar zij staan voor een dilemma. Moeten ze terugkeren naar Hama? Maar dat is heel moeilijk: ze hebben daar geen huis meer, het is verwoest. Opnieuw vluchten, naar Turkije? Als Arabische Syriërs zou dat moeten kunnen, maar de grens oversteken is zeer gevaarlijk en zo goed als onmogelijk geworden."