Meest recent

    6 op de 10 gemeenten nemen maatregelen om stijgende leegstand van winkelpanden tegen te gaan  

    Ruim 6 op de 10 gemeenten nemen maatregelen om de stijgende leegstand van handelspanden tegen te gaan. Dat blijkt uit een rondvraag van Radio 2 bij de Vlaamse burgemeesters. Het gaat bijvoorbeeld om leegstandboetes en premies voor nieuwe winkels. Het aantal leegstaande panden neemt al 10 jaar op rij toe.

    Bijna drie kwart van de Vlaamse gemeenten (232 om precies te zijn) nam deel aan de rondvraag van Radio 2. 144 gemeenten (62 procent) gaven aan dat ze maatregelen nemen tegen leegstand. Het gaat dan vooral om de grotere gemeenten met een echte handelskern. Voor kleine landelijke gemeenten is het vaak geen prioriteit omdat ze weinig leegstand hebben.

    De maatregelen die de steden en gemeenten nemen, zijn erg uiteenlopend. Zowat de helft schrijft boetes uit voor leegstand. Sommigen verbieden ook aan grote winkels om zich buiten de stadskern te vestigen. Anderzijds zijn er ook "aanmoedigende maatregelen", zoals premies voor het renoveren van oude panden of voor starters die zich in het centrum vestigen.

    Veel gemeenten zetten ook in op de herinrichting van de stadskern, om die beter bereikbaar te maken of om de sfeer en de beleving te verbeteren. De druk op gemeenten om actie te ondernemen wordt steeds groter, zegt Wim Dries, burgemeester van Genk en voorzitter van de Vereniging van Steden en Gemeenten.

    "Het hele retailgebeuren is in volle ontwikkeling: e-commerce, andere manieren van winkelen, openingsuren die ter discussie staan, enzovoort. Je merkt dat steden zich moeten aanpassen aan die evolutie. Dat verhoogt de druk op handelspanden, met leegstand die stijgt. Vandaar dat gemeenten daar echt wel mee bezig zijn."

    Concurrentie van baanwinkels en shoppingcentra

    Op de eerste dag van het nieuwe jaar stonden in heel België 21.027 winkelpanden leeg, 858 meer dan aan de start van 2017.  Dat blijkt uit cijfers van het onderzoeksbureau Locatus. Het aantal gaat al 10 jaar in stijgende lijn en is in die periode verdubbeld.

    Wallonië is koploper met 11,6 procent leegstand, gevolgd door het Brussels Gewest (11 procent) en Vlaanderen (9,3 procent). Gekeken per provincie kan ook overal een stijging genoteerd worden. Enkel Vlaams- en Waals-Brabant vormen een uitzondering, waar de leegstand in beide gevallen met 0,2 procent is afgenomen.

    Vooral in de kernen van steden en gemeenten, de traditionele winkelstraten, neemt de leegstand toe. Volgens middenstandsorganisatie Unizo heeft dat in de eerste plaats te maken met de concurrentie van baanwinkels en grote shoppingcentra. Daar is er ook veel minder leegstand. "De shoppingcentra vormen een compleet alternatief voor een namiddagje shoppen in de stadskernen", zegt Luc Ardies van Unizo. "Dit is regelrechte concurrentie, vandaar dat de inplanting ervan heel weloverwogen moet worden gepland."

    "Tal van steden en gemeenten doen hun uiterste best om leegstand te vermijden. Er is geen gebrek aan inspanningen, maar we zitten met de baanwinkels, dat is een historisch gegeven. Als er nu nog tal van shoppingcentra bijkomen, dan is het echt dweilen met de kraan open."

    Rol van e-commerce?

    Daarnaast shoppen meer en meer mensen online, waardoor er minder winkelruimte nodig is. "De e-commerce is goed voor 6 procent van detailhandel", zegt Ardies. "Het zou een beetje kort door de bocht zijn om te zeggen dat de e-commerce de aanleiding is voor de winkelleegstand. Maar het zal er geen goed aan doen wat de toekomst betreft."

    Opvallend is dat er afgelopen jaar heel wat nieuwe winkelruimte is bijgebouwd, ondanks de leegstand. Ardies roept de bevoegde instanties dan ook op om voorzichtig om te springen met vergunningen voor nieuwe projecten. "Men begint pas na te denken over de haalbaarheid van een project als de projectontwikkelaar voor de deur staat. We dromen van een toekomst waar elke stad of gemeente vooraf haar huiswerk heeft gedaan en weet wat er waar nodig en mogelijk is."

    We dromen van een toekomst waar elke stad of gemeente vooraf haar huiswerk heeft gedaan en weet er waar nodig en mogelijk is.

    Luc Ardies, Unizo