Meest recent

    Op reportage in Calais: "Hier moet je niet de grote held uithangen"

    VRT-reporter Hilde De Windt was gisteren in Calais voor een reportage over transmigranten en de gevolgen voor de transportsector. Op zoek naar migranten, op zoek naar beeldmateriaal. En toen werd het grimmig...

    De regen viel met bakken uit de hemel op onze weg gisterenavond naar Calais. Alsof we in een film van David Lynch figureerden: het groen naast de weg reflecteerde in de druppels. Vrachtwagens leken massieve beesten met roodgloeiende ogen. Ik was met een cameraploeg op zoek naar transmigranten langs de weg, voor een reportage in "De zevende dag" zondag. Bij het vrachtwagenbedrijf waar we chauffeurs en hun baas hadden geïnterviewd, hadden ze ons tips gegeven: de plekken waar zij ze vaak zien, en waar de Engelandvaarders zich aan boord proberen te hijsen. We waren de hele tijd aan het werk, en wisten niets van wat er pas daarvoor in Calais was gebeurd.

    Ter hoogte van Transmarcq in Frankrijk zagen we blauwe zwaailichten en een helikopter. Te ver, en te onduidelijk om er iets uit op te maken, maar het beeld was niet bepaald geruststellend. Wat brengt Calais ons? We slaan af, en rijden om de ferry terminal heen, langsheen grote hekken en veel prikkeldraad. Een grote, natte leegte gaapt ons aan: de vele rijvakken naar de ferry staan blank. Af en toe rijdt er een vrachtwagen op, een soort oneindigheid tegemoet.

    Van mensen geen enkel spoor. Richting centrum dan maar: Rue de Garenne, zeiden ze, en de tankstations daaromheen. Ook daar is het nat, verlaten en grauw. We zien iets zilverachtigs blinken in de berm: een plastic deken om lichamen warm te houden. Een plastic zakje met handverwarmers, kartonnen maaltijdbakjes, vorkjes en lepels. Duidelijke sporen van een "picnic" in een weinig vrolijke omgeving: hier zijn transmigranten geweest.

    Onze zoektocht lijkt weinig op te leveren. Het is ook erg lastig rijden in dit noodweer, we beginnen de moed te verliezen. Allicht gaat ook de meest wanhopige transmigrant wel ergens schuilen in deze vochtige koude, denken we. Aan een verlaten tankstation met afgesloten parking ontwaren we een kleine auto, met parkeerlichtjes. Als de chauffeur ons ziet, gaat hij naar de pomp, maar tankt niet. Bij de volgende ronde in de wijk staat hij weer verdoken opgesteld. Raar.

    Dit gebied is deels bewoond, deels industrieel. De huizen lijken hermetisch afgesloten. De vrachtwagenchauffeurs vertelden dat meer en meer collega’s in de gewone straten parkeren tijdens hun rusttijd: veel gesloten parkings kosten geld, en zijn vaak vol. Hier valt dat nog mee, zo te zien.

    We voelen aan al hun bewegingen dat ze opgewonden zijn en dat niet in de feestelijke zin.

    We kruisen af en toe politiecombi’s. Of eigenlijk meer dan af en toe - zei die ene chauffeur niet dat er tegenwoordig meer politiemannen zijn dan vluchtelingen in Calais? We lachen, maar toch voel je de spanning van een transitzone. Ook al hebben de protagonisten vanavond hun kat gestuurd.

    We besluiten terug te keren. Maar dan zien we in de verte twee silhouetten. Hoodies, midden op de weg. Prijs? Dus keren we weer, de gasten tegemoet. Ze staren ons vijandig aan. In een zijstraat verderop komt er een groep mensen op ons af. Ze hebben staven en stokken vast, en zijn duidelijk opgewonden. Zullen we uitstappen en even praten met die mannen? Teun, de cameraman, merkt door de lens van zijn - gelukkig - kleine camera dat één van de groepsleden zijn toestel heeft opgemerkt. We voelen aan al hun bewegingen dat ze opgewonden zijn, en dat niet in de feestelijke zin.

    Uitstappen en sympathiseren is geen goed idee nu, brommen we tegen elkaar. Een politiecombi verlaat langzaam z’n positie langs de kant van de weg. We volgen in zijn wiel. Om de hoek op een braakliggend terrein zien we een kampvuur met zeker twintig gasten, "bewapend" met stokken en ijzeren staven. Ook aan de overkant zitten mensen in de berm.

    Verderop combi’s: gendarmerie, police municipale, en nog. Ze doen niets, of roteren tergend langzaam, alsof ze weten dat elke beweging een lont is dat de boel kan doen ontploffen. In onze auto is het nu stil: wij kwamen om de gevolgen voor de truckwereld vast te leggen, maar dit is andere koek. Deze spanning is het hart van de zaak. Het niet ingeloste grote verlangen om naar Engeland te gaan, de wanhoop en het onvermogen tegen het systeem van de grenzen. Hier moet je niet de grote held uithangen. Camera weg, we hebben genoeg beeld voor wat we nodig hebben.

    Eric Matheeuws, de baas van het gelijknamige bedrijf in Veurne, kan het weten. Zij rijden de routes van Europa naar Engeland en omgekeerd. "Wij kennen dat probleem al 20 jaar, hier zijn altijd migranten geweest. In 2015-2016 kwam het tot een bedenkelijk hoogtepunt, met die bomen over de autosnelweg zodat chauffeurs niet anders konden dan stoppen. En de migranten dus de kans hadden om in de vrachtwagen te kruipen. Dat was vorig jaar beter, maar nu voelen we dat het weer erger wordt." "Zeer problematisch weer voor ons", beaamde Benoît, een van zijn chauffeurs. Hun profetische woorden in de namiddag waren nog niet koud, of de schoten werden verderop in Calais gelost…

    Op de weg terug naar huis horen we het nieuwsbericht van middernacht: de verklaring voor het grimmige ballet waarin wij even hebben gefigureerd.

    De reportage over de vrachwagenchauffeurs en de bedrijfsleider die elke dag met deze problematiek leven, ziet u zondag in "De zevende dag" op Eén.