Meest recent

    Tarik Jadaoun, een van de meest bekende nog levende Belgische IS'ers.

    Coolsaet: "Zonder preventie is een nieuwe jihadistische beweging in ons land niet uitgesloten"

    De Belgische gevangenissen weten nu beter dan enkele jaren geleden hoe ze moeten omgaan met teruggekeerde Syriëstrijders, stelt emeritus professor Rik Coolsaet. Twee jaar lang deed hij met het Egmont Instituut onderzoek naar de kwestie. Maar hij waarschuwt ook: de voedingsbodem voor jihadisme blijft aanwezig.

    Wat doe je met terugkerende Syriëstrijders? Tot enkele maanden geleden leefde de vraag sterk tot in de hoogste overheidskringen. De vrees bestond dat een golf van terugkerende IS’ers bij ons bloedbaden zou aanrichten.

    Die vrees is grotendeels ongegrond gebleken: momenteel zoeken vooral nog vrouwen en kinderen hun weg terug naar België. Bovendien is het vermogen van IS om op grote schaal aantrekkelijke propaganda te produceren en grootschalige aanslagen te coördineren zoals die in Parijs of Brussel, samen met het “kalifaat” ineengestort. 

    Zaventem, 22 maart 2016. De vrees voor gelijkaardige aanslagen door een golf van terugkerende Syriëstrijders is niet uitgekomen.

    “Toch moeten we ons geen illusies maken.” Emeritus professor Rik Coolsaet, auteur van een pas verschenen rapport over de aanpak van terugkeerders, klinkt gematigd optimistisch. “Terwijl het personeel in de gevangenissen met Syriëstrijders twee jaar geleden nog improviseerde, voert België in 2018 een coherent terugkeerdersbeleid, meer dan Duitsland bijvoorbeeld. Bovendien heeft ons land dit jaar een correcte verlaging van het dreigingsniveau doorgevoerd, als enige in Europa.”

    “Maar de dreiging is niet verdwenen. Een deel van onze jongeren leeft nog altijd met het gevoel tweederangsburgers te zijn. Het stigma op moslims en kinderen uit de migratie is nog altijd reëel. Die voedingsbodem heeft IS gecultiveerd. En als we die niet wegnemen en preventie niet serieus blijven nemen, kan je niet uitsluiten dat er binnen vijf jaar geen nieuwe jihadistische beweging uit ontstaat.”

    Dit is tegelijk een kans én onze gedeelde verantwoordelijkheid als samenleving. Moslims, imams en veiligheidsdiensten kunnen dit niet alleen

    Emeritus professor Rik Coolsaet

    Eenmaal een jongere dat pad ingeslagen is, valt hij of zij er nog moeilijk weer van af te leiden. “Alle internationale studies zeggen dat deradicalisering zo goed als onmogelijk is. De overheid die een alternatief discours ontwikkelt met een ‘echte’ versie van de islam: dat lukt gewoon niet. De meerderheid van de terugkeerders is hoegenaamd niet geïnteresseerd in een theologische discussie. Je kan die gedachten niet zomaar uit hun hoofd praten.” 

    Coolsaet pleit voor de alternatieve aanpak die zowel bij ons als in Nederland ingang gevonden heeft. “Je kan mensen begeleid opnieuw laten aansluiting vinden bij de samenleving vanuit het idee dat ze geweld moeten afzweren, maar verder mogen denken wat ze willen. Je begeleidt hen individueel en probeert hun motivatie om tot IS toe te treden, op die manier te ontsleutelen. Die drijfveren verschillen immers van persoon tot persoon.”

    “De begeleiding gebeurt dan door een vertrouwenspersoon: bij de ene zal dat een imam zijn, bij de andere een leerkracht. Het is ontzettend arbeidsintensief werk, maar er is geen andere weg.”

    Hoe dan ook moet het nu gebeuren, benadrukt Coolsaet. “Dit is tegelijk een kans én onze gedeelde verantwoordelijkheid als samenleving. Moslims, imams en veiligheidsdiensten kunnen dit niet alleen. We moeten allemaal samen de voedingsbodem wegnemen.”