Meest recent

    De "ene en ondeelbare" Franse republiek worstelt met taalkundige minderheden

    Sinds 1768 zit Frankrijk opgezadeld met het koppige en bijwijlen gewelddadige eiland Corsica. Dat houdt vast aan zijn eigen taal en cultuur en eist autonomie. Frankrijk is vooral bang dat dat andere minderheden op ideeën zou brengen.

    Copyright 2018 The Associated Press. All rights reserved.

    Corsica sluit cultureel veel nauwer aan bij Italië dan bij Frankrijk en is min of meer per ongeluk in die staat verzeild geraakt. In 1768 verkocht de failliete republiek Genua in Noord-Italië het eiland Corsica aan het Franse koninkrijk. Genua was het koppige eiland met zijn voortdurende en bloedige vendetta's tussen familieclans en opstanden toen grondig beu.

    Ook Frankrijk botste nadien regelmatig met Corsicaanse furie toen bleek dat de "boertige" eilandbewoners de fijnbesnaarde Franse cultuur negeerden. Dat leidde wel vaker tot opstanden, die al dan niet ondersteund werden door traditionele vijanden van Frankrijk, zoals Groot-Brittannië. Een opvallende onderdrukker van Corsica was de eigen zoon, Napoleon Bonaparte, keizer van Frankrijk en heerser van Europa van 1804 tot 1815.

    Het onderdrukken van het Corsu als taal bleef tot ergernis leiden. Toen eind de jaren 50 duizenden Franse kolonisten vanuit het naar onafhankelijkheid strevende Algerije naar Corsica werden overgebracht, stak een moderne vorm van Corsicaans nationalisme de kop op. Dat leidde in de jaren 70 tot terrorisme, moorden en bomaanslagen en het in brand steken van huizen die toebehoorden aan niet-Corsicanen: Fransen van elders of buitenlanders. Er was toen zelfs een nationaal bevrijdingsfront voor Corsica of FNLC actief. De moord op de Franse prefect Claude Erignac in 1998 was een dieptepunt in die periode. Het FNLC is pas enkele jaren geleden gestopt met zijn acties en de nationalisten richten zich nu eerder op verkiezingen.

    Frans-Bretoense borden duiden de tweetaligheid van Bretagne aan. Foto: Man vyi.

    Een en ondeelbaar?

    Sinds de middeleeuwen is het Franse koninkrijk uitgebreid en gebouwd op een groeiend centralisme onder de opeenvolgende koningshuizen van de Capetingen, de Valois en de Bourbons. Door een ordonnantie van 1539 werd het Frans in plaats van het Latijn de administratieve taal. Onder Lodewijk XIV werd die centralisering versneld, onder meer in het muntstelsel, de politieke organisatie, maten en gewichten, maar ook inzake taal.

    Vooral na het uitroepen van de "ene en ondeelbare" Franse republiek in 1791 streefde Parijs naar een diepe centralisatie waarbij minderheidstalen onderdrukt en uitgebannen moesten worden. Eeuwen van repressie hebben echter het Vlaemsch in Frans-Vlaanderen, het Keltische Bretoens, het op Duits lijkende Elzassisch, het Baskisch, Catalaans, Occitaans en Provençal in het zuiden en dus het Corsu niet kunnen uitwissen.

    Frankrijk heeft ook nog altijd niet het Europees Charter voor Regionale en Minderheidstalen uit 1999 ondertekend, omdat sinds 1992 de Franse grondwet bepaalt dat Frans overal in de republiek de officiële taal is. Wel mogen minderheidstalen onderwezen worden in de gebieden waar die gesproken worden.

    Politiek heeft Frankrijk pas begin de jaren 80 autonomie toegekend aan regionale raden en regeringen, zij het erg beperkt. Ook nu wil president Emmanuel Macron wat toegevingen doen aan Corsicaanse nationalisten, maar aan de jacobijns-centralistische republiek wil hij niet beginnen te morrelen.