Een vlucht zwarte wouwen in de lucht.

In Australië hebben brandstichters mogelijk vleugels en een haaksnavel

De Aboriginals in Australië vertellen al lang verhalen over roofvogels die smeulende takken stelen uit kookvuren, of ze meenemen uit uitdovende bosbranden, om elders brand te stichten. Op die manier kunnen de vogels makkelijk de kleine diertjes die voor het vuur vluchten vangen en opeten. De wetenschap heeft daar lang weinig geloof aan gehecht, maar een nieuwe ethnografische studie maakt de verhalen opnieuw geloofwaardig. In maart hoopt men zekerheid en fotografisch bewijs te krijgen tijdens een drie maanden durende expeditie.  

Als het droge seizoen toeslaat in de tropische savannes van de Northern Territories in Australië, beginnen de boswachters uit te kijken naar de zogenoemde "vuurhaviken": zwermen zwarte wouwen, fluit- of wigstaartwouwen en grote bruine valken of haviksvalken, die jagen in de buurt van bosbranden, en de kleine diertjes weggritsen die uit hun schuilplaatsen verdreven zijn door de rook en het vuur.

En als het vuur begint uit te doven, zo beweren de plaaselijke bewoners, dan zullen sommige van die vogels het vuur in gang houden door smeulende stokken naar nieuwe locaties over te brengen.  

"We moeten veel slikken van de vogels", zei Robert Redford, een Aboriginal boswachter, aan "The New York Times". "Wij maken brandgangen, en soms maakt die vogel een ander vuur, en hij zorgt voor veel problemen. Hij veroorzaakt soms veel schade, en de boswachters hebben het daardoor soms moeilijk om het vuur te bestrijden."

Een wigstaartwouw of fluitwouw in Wyuri in Australië (foto: Jim Bendon/Wikimedia Commons). All Rights Reserved

Scepticisme

Het idee dat vogels opzettelijk vuur zouden manipuleren, werd door de wetenschappelijke wereld lang met scepticisme bekeken. Maar een recente studie heeft getuigenissen verzameld dat de drie vermelde soorten wel degelijk bosbranden verspreiden om te kunnen jagen.

In de loop van twee jaar hebben ornitoloog - vogeldeskundige - Bob Gosford, Mark Bonta, een assistent-professor aardwetenschappen aan Penn State Altoona, en hun team oudere ethnografische verslagen verzameld, en gedetailleerde interviews gehouden met zes ooggetuigen, onder wie Aboriginal brandweerlui en wetenschappers.

De getuigen vertelden verhalen over roofvogels die brandende twijgen stelen uit kookvuren, en die een kilometer verder daarmee opnieuw brand stichten. Een brandweerman vertelde dat hij een vlucht roofvogels een brand zag verspreiden doorheen een gehele kleine vallei. De toezichthouder van een runderkwekerij beschreef hoe een kleine groep roofvogels een vuur dat aan een rivier tot staan was gekomen, overbracht naar de andere oever. Het resultaat daarvan was een vuurzee die het grootste deel van de infrastructuur van de kwekerij in de as legde. 

Verhalen als deze zijn er de oorzaak van dat zwarte wouwen en andere roofvogels soms meteen, en illegaal, afgeschoten worden door boze managers van kwekerijen, zei doctor Bonta in een interview met The New York Times. 

Over het algemeen blijkt uit de verslagen dat de vogels vooral in actie komen als bosbranden aan het uitgaan zijn, omdat ze een natuurlijke barrière hebben bereikt, of door toedoen van de mens. 

Het is niet duidelijk hoe algemeen het gedrag voorkomt - en het is zelfs niet zeker of het inderdaad wel voorkomt. Tot nu toe bestaat er nog geen afdoend fotografisch bewijs of video-documentatie. 

Een bosbrand in de buurt van Sydney. AP2002

Bijzonder slimme wouwen

Zelfs zonder directe bewijzen vinden de ornitologen die vroeger sceptisch waren, de combinatie van etnografisch onderzoek en getuigenissen uit de eerste hand echter wel overtuigend. 

Roofvogels staan bekend om hun "slimme" benadering van jachttechnieken, waaronder het volgen van voertuigen die prooien kunnen opjagen, het laten vallen van stenen op harde eieren die ze willen opeten, of het vanop grote hoogte laten vallen van schelpen en zelfs schildpadden, die ze anders niet open krijgen.

En zwarte wouwen, een van de soorten die branden zouden verspreiden, hebben de reputatie bijzonder slim te zijn. "Ze lijken intelligent, en leren snel manieren om aan voedsel te geraken", zei roofvogel-expert doctor Steve Debus van de University of New England in Armidale. "Het is geweten dat ze voedsel stelen op schoolpleinen, zelfs uit de handen van kinderen, en dat ze stukjes brood van picnic-plaatsen gebruiken als aas om vissen te vangen."

Een zwarte wouw in volle vlucht (foto: Fir0002 Flagstaffotos/Wikimedia Commons).

Droomtijd

Doctor Bonta denkt dat het verspreiden van vuur door roofvogels niet vaker geobserveerd wordt, omdat slechts een paar vogels in elke vlucht begrijpen hoe ze het moeten doen. 

"Het is opmerkelijk dat we geen geloofwaardige getuigenissen hebben gekregen van occasionele toeristen, of andere mensen die misschien gewoon geluk zouden hebben gehad", zo zei hij. "Het lijkt er op dat men een lange tijd in de "bush" moet hebben doorgebracht, en een aanzienlijk deel daarvan dicht bij bosbranden."

En Aboriginals zijn mensen die de bush op hun duimpje kennen, en die ook goed bekend zijn met bosbranden. Het idee dat sommige vogels branden verspreiden, leeft volop bij de inheemse groepen in de Northern Territories van Australië, zo zei Bonta. 

Ranger Redford van zijn kant wees erop dat de vogels een belangrijke ceremoniële rol spelen bij de Aboriginals. Volgens de overlevering stamt de kennis van de mens van het vuur uit de "Droomtijd", de tijd voor de tijd, toen de vuurhavik gloeiende kooltjes naar de mens bracht in een brandende stok. 

In complexe Droomtijd-ceremonies, zoals het Lorrkon-ritueel van de holle boomstam, spelen Aboriginals met "speciale kennis" dat verhaal na. "Wij herhalen nog steeds wat de ouderen deden", zei Redford. "Hij speelde vroeger met die vuurstok, die vogel. Voor hem was dat etenstijd."

Een grote bruine valk of haviksvalk in Victoria in Australië (Foto: jiron, John O'Neill/Wikimedia Common).

Zoeken naar bewijzen

Vogels die vuur verspreiden kwamen in de belangstelling in 1964 door de publicatie van "I, The Aboriginal", de door een ghostwriter geschreven autobiografie van de autochtone activist Waipuldanya, waarin vuurhaviken beschreven worden die vuur verspreiden om te jagen. 

Hoewel die getuigenis wel de interesse wekte van wetenschappers, gebeurde er geen folluw-up onderzoek. Veel onderzoekers deden de verhalen over het verspreiden van vuur af als accidenteel, als een misverstand over vogels die per vergissing smeulend materiaal meepikten.  En ook de officiële instanties deden de vuurhaviken af als folklore. 

Toen ornitiloog Gosford echter zijn exemplaar van het boek in 2011 opnieuw las, trok de passage over het verspreiden van het vuur zijn aandacht. Als amateur-ornitoloog en als advocaat die werkte rond zaken met Aboriginals in de Northern Territories, had Gosford een diep respect gekregen voor de kennis van de Aboriginals van hun leefongeving. 

Hij schreef een paar blogs over het onderwerp in 2016, die aandacht kregen in de media. En hij en doctor Bonta, waarmee hij een correspondentie onderhield, besloten dat het tijd was om samen te werken aan een "peer reviewed" artikel, een artikel dat door vakgenoten beoordeeld is. 

Bonta en Gosford hopen in mei een drie weken durende onderzoeksexpeditie op te zetten, waarbij ze zullen samenwerken met brandweerlui in de hoop het gedrag van de vogels uit eerste hand te kunnen documenteren. Ze zullen ook een aantal vrijwillige vogelwaarnemers meenemen met camera's en drones, om het bewijsmateriaal eventueel vast te leggen. 

Het team is ook van plan om samen te werken met Aboriginal auteurs aan toekomstige publicaties, met de bedoeling om de ecologische kennis van de Aboriginals op te nemen in de ornitologie. 

Een jonge aboriginal streekt een gecontroleerde brand aan (Foto: Cool Australia).

Gecontroleerde branden

Vuur is al lang een belangrijk werktuig voor de Aboriginals bij het beheer van het land, en zorgvuldig gecontroleerde branden hebben de vorm bepaald van de bossen en de savannes waarin ze jagen en aan landbouw doen. 

Tijdens de koloniale periode was de praktijk van het gecontroleerd afbranden voor het grootste deel verboden, maar wettelijke beslissingen die land teruggegeven hebben aan de Aboriginals, hebben een terugkeer ingeluid naar de traditionele strategieën van landbeheer, die de natuurlijke processen nabootsen.

Als die strategieën succesvol willen zijn, zei Bonta, moet de overheid de plaatselijke expertise over de gewoonten van dieren ernstig nemen, ook die over vuurhaviken. 

"Aboriginals - net zoals de volkeren van Nieuw Guinea en de Amazone en veel andere plaatsen- hebben vaak een veel betere kennis, opgebouwd in de loop van duizenden jaren, van de lokale flora en fauna dan buitenstaanders", zo zei Bonta. "Welke reden zou er kunnen zijn om geen enorme inspanning te doen om hen te helpen bewaren wat ze weten, en samen te werken om onze kennis van de natuur te verbeteren?" 

Misschien gebruiken de Australische vuurhaviken een proces dat gelijkt op dat van de mens om branden te controleren. Of mogelijk, zoals de Aboriginals zeggen, waren het de activiteiten van de vogels die in de eerste plaats de lont aanstaken voor de mensen. 

"Ik ben blij dat ook anderen nu praten over co-evolutie en leren van vogels", zei Bonta. "Mogelijk is vuur tegen alle verwachtingen in toch niet uitsluitend voor mensen voorbehouden."  

De studie van Bonta, Gosford en hun team is verschenen in "Journal of Ethnobiology". 

Een fluitwouw heeft een vis gevangen (Foto: Athena Ferreira/Wikimedia Commons).