In Gent vriest het 40 procent minder dan erbuiten

De vorst is in het land, maar veel minder in de stad. De Gentse universiteit UGent berekende dat het in de stad 40 procent minder vriest dan erbuiten. Het fenomeen van de stad als hitte-eiland in de zomer speelt ook in de winter. “Wat in de zomer een nadeel is, kan in de winter een voordeel zijn”, zegt weerman Frank Deboosere in “De wereld vandaag” op Radio 1.

Op basis van resultaten van het Mocca-meetnetwerk berekende de UGent dat de stad in de winter van 2016-2017 slechts 279 uren vorst kende. In het landelijke Melle waren het 456 uren. In het centrum van Gent werd de laatste vorst genoteerd op 10 februari.

In Melle vroor het nog op 27 april. De laagste temperatuur tekende het meetstation van Melle op in januari 2017 met -6,8°. In Gent was het -3,6°. Het vorstseizoen in Melle was tijdens vorige winter bijna eens zo lang als in Gent.

“Je voelt het als je de stad nadert”

“Dit doet zich voor in alle steden’, zegt Frank Deboosere. “Beton en asfalt houdt de warmte bij. Het waait er minder. Er is meer menselijke activiteit. In de zomer lijkt dat logisch, maar het speelt zich natuurlijk ook af in de winter. Het is iets dat je zelfs voelt als je de stad nadert. Wat in de zomer een nadeel is, kan in de winter natuurlijk een voordeel zijn. Er moet minder gestookt worden in steden.”

De onderzoekers van de UGent zien nog meer voordeel. Er zijn minder gladheidsituaties in de stad. Bepaalde fauna en flora overleeft in de winterse stad en niet daarbuiten.

Is een zachtere stedelijke winter de zomerse oververhitting waard? “Nee,  laat dit voordeel een oplossing voor het zomerse hitte-eiland niet in de weg staan”, zegt Frank Deboosere. “Het is dringend nodig steden te vergroenen om zo in de zomers minder hitte te absorberen.”