Vooral bodybuilders en powerlifters testen positief op doping

Dopingcontroles in fitnesscentra leverden vorig jaar 21,1% positieve testen af. Dat blijkt uit cijfers van de nationale anti­doping­organisatie NADO. Controles van sporters binnen wedstrijdverband brachten 3,1% positieve testen aan het licht. Bij de sporten scoren vooral bodybuilding en powerliften slecht. Het gaat vooral om het gebruik van anabolica, testosteron en amfetamines.

Het NADO voert regelmatig dopingtests uit. In 2017 werden in totaal 2002 tests uitgevoerd. In 102 gevallen (2,5%) werden dopingpraktijken vastgesteld. Dit totaalcijfer ligt in de lijn van de vorige jaren, maar opgesplitst zijn er wel opvallende cijfers.

Binnen wedstrijdverband werd vorig jaar in 3,1% van de tests dopingpraktijken vastgesteld (3,8% in 2016). Buiten wedstrijdverband, enkel van toepassing bij de elitesporters die hun verblijfgegevens moeten opgeven, werd er slechts 1 dopinggebruik vastgesteld. Controles in fitnesscentra leverden 21,1% positieve plasjes op (20,8% in 2016).

Wanneer is er sprake van doping?

  • alle afwijkende analyseresultaten die het door het WADA geaccrediteerde laboratorium, DoColab Gent, aan NADO Vlaanderen rapporteert
  • alle gevallen van (poging tot) fraude bij de afname
  • alle weigeringen tot medewerking bij een dopingtest

 

Bij een individuele sporter kunnen de analyseresultaten van het laboratorium afwijkend zijn voor meer dan één verboden stof. Ook al wordt dit dan als één dopingovertreding beschouwd, dat kan wel een invloed hebben op de strafmaatbepaling.

Wat zijn de meest voorkomende dopingpraktijken binnen wedstrijdverband?

  • Ongeveer 40% gaat over het gebruik van stimulantia, vooral om amfetamines. Deze stoffen helpen de sporter om de maximale pijngrens te verleggen en alerter te reageren.
  • Weigeringen zijn goed voor ongeveer 20% van de dopingpraktijken. Heel wat sporters weigeren om een dopingcontrole te ondergaan ook al wordt hen door de controleartsen steeds gewezen op de mogelijke risico’s tot bestraffing.
  • Gebruik van anabolica en testosteron bedraagt ongeveer 17%. Die stoffen werken spierversterkend en verbeteren het recuperatievermogen maar zijn uiterst schadelijk voor de gezondheid.

 

Bij een groot aantal sporten is geen enkel afwijkend resultaat binnen wedstrijdverband vastgesteld. Bij een aantal sporten werd dan weer wel een significant aantal (meer dan 10%) dopingpraktijken vastgesteld. Vooral bodybuilding (12,9 %) en powerlifting (11,1%) zijn opvallend.

De hoge percentages binnen de kracht- en uiterlijkbevorderende sporten (bodybuilding en powerlifting) duiden op de dopinggevoeligheid binnen dit segment van sporten. Het gaat hier voornamelijk om het gebruik van anabolica. Deze dopinggevoeligheid wordt bevestigd door het aantal dopingpraktijken in fitnesscentra dat zeer hoog blijft (21,1%).

Omdat de tests ‘gericht’ zijn uitgevoerd, namelijk in fitnesscentra waarvan ernstig vermoed wordt dat er doping gebruikt wordt (targetting), is het percentage vermoedelijk wel hoger dan het algemene gemiddelde in de doorsnee fitnesscentra, maar toch moet het aantal afwijkende resultaten als zorgwekkend worden gezien.

Het ongecontroleerde gebruik van anabolen houdt een gevaar in voor de fysieke en psychische gezondheid van de sporter zelf (hartproblemen, verhoogde kans op tumoren, impotentie, …) maar ook voor de personen in de onmiddellijke omgeving van de sporter (agressief gedrag).