2009 AP

Soedan: Omar Al-Bashir, een geschiedenis van geweld

Keiharde repressie, gratuit staatsgeweld en totale minachting voor het internationaal recht: soms werkt het gewoon. Na dertig jaar zit de Soedanese president Al-Bashir nog altijd stevig in het zadel. In dit stuk vertellen we hoe dat kan.

Omar Al-Bashir was een boerenzoon die snel opgang maakte. Van generaal in het Soedanese leger, verantwoordelijk voor operaties tegen opstandelingen in het zuiden, schopte hij het tot leider van het land na een geslaagde legercoup tegen de democratisch verkozen regering in 1989.

Les 1: Grijp de macht... en laat vooral niet los

Niet dat Al-Bashir zelf niet democratisch verkozen is: nadat hij officieel benoemd werd tot president in 1993, won hij verkiezingen in 1996, 2010 en 2015. Zonder veel problemen zelfs, aangezien de opkomst in dalende lijn ging en gedesillusioneerde oppositiepolitici er nog voor de stembusgang al de brui aan gaven.  

“S’ils n’ont pas de pain, qu’ils mangent de la brioche!", zou de laatste Franse koningin Marie-Antoinette gesproken hebben toen ze geconfronteerd werd met hongersnood in haar land. Ze zou de laatste koningin worden voor de revolutie die het gezicht van Europa voor altijd zou veranderen. Dat zo’n systeemwissel er in Soedan niet meteen zit aan te komen, houdt de betogers in de hoofdstad Khartoum niet tegen om dezelfde woorden te citeren in oppositiekranten. Al-Bashir en zijn familie baden in luxe terwijl de rest van het land honger lijdt, vinden ze.

Bashir heeft ervaring met een morrende bevolking. Net zomin als hij er al dertig jaar in slaagt om een stabiele vrede te bereiken met de rebellen in het westen, weet hij wat aangevangen met de economische weerslag van de onafhankelijkheid van Zuid-Soedan in 2011, de regio waar voordien 75% van alle Soedanese olievelden lagen.  

Of het nu gaat om gewapende rebellen die opstomen naar Khartoum, of zijn eigen burgers die in de straten van diezelfde hoofdstad betogen tegen de hoge broodprijzen, hij antwoordt doorgaans op dezelfde manier: met harde repressie.

Zo’n harde repressie dat het hem twee arrestatiebevelen van het Internationaal Strafhof heeft opgeleverd: voor genocide, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.

Les 2: Maak van geweld het nieuwe normaal

“Utter impunity”, totale straffeloosheid. Of “diep uitgesleten patronen van repressie”. Zo omschrijft de mensenrechtenorganisatie HRW de staat van wetteloosheid waarin gewapende milities in Soedan burgers aanvallen, en de almacht van de inlichtingendiensten.

Al sinds 1999 staat het de alomtegenwoordige Soedanese inlichtingendiensten, de NISS, vrij om op eigen initiatief huiszoekingen te doen en burgers zonder aanklacht op te pakken en vast te houden. Activisten, studenten, advocaten, dokters, gemeenschapsleiders, mensenrechtenactivisten en (veronderstelde) critici van de overheid moeten het ontgelden.

De NISS is immuun voor vervolging wegens misdaden die begaan zijn bij het uitvoeren van het werk. Handig

Niet dat de NISS voordien zo'n veel betere reputatie had. Zowel de VN, HRW als Amnesty International (om er maar enkele te noemen) klagen al jarenlang de praktijk aan van ghost houses, geheime detentiecentra waar al sinds de vroege jaren negentig geslagen, mishandeld, verkracht en gemarteld wordt.  

Hoe lang het verblijf in zo'n centrum kan duren? Dat hangt ervan af. Vóór 2010 kon die door een resem verlengingen oplopen tot negen maanden. Sindsdien kan het tot 4,5 maand duren voor je zaak nog maar bekeken wordt. In die periode krijg je je familie niet te zien, en is de kans heel groot dat zij ook over jou geen enkele informatie krijgen, noch over je whereabouts, noch over je medische toestand, aldus de hierboven vermelde NGO’s.  

Soedan zelf ontkent dat, en zegt dat dagelijks contact tussen de gevangenen en familie mogelijk is.

Zeker is alleszins dat het personeel van de NISS mag doen wat het wil: op basis van de wet uit 1999 is het immers immuun voor vervolging wegens misdaden die begaan zijn bij het uitvoeren van zijn werk. Handig.

Les 3: Zet historische vijanden tegen elkaar op

Het moet gezegd: naast het creëren van staatsstructuren waarvan de hoofdtaak bestaat uit geweld (NISS, maar ook het Soedanese leger en de politie), is president Al-Bashir ook handig in het coöpteren van etnisch geweld.

Toen Al-Bashir in 2003 geconfronteerd werd met een opstand van zwart-Afrikaanse stammen in de westelijke regio Darfoer, vertrouwde hij niet exclusief op zijn nationale leger, dat zelf voor een groot deel bestond uit zwart-Afrikanen.

Dus lijfde de president de Janjaweed in, een allegaartje van milities dat gevormd werd uit de nomadische, Arabische streekgenoten van de opstandelingen. Zij konden de zwart-Afrikanen die vooral van veeteelt leven, niet luchten. Om de strijdlust nog wat aan te wakkeren, kregen de Janjaweed te horen dat ze alle veroverde land en plunderwaar mochten houden.

Een vermoedelijke Janjaweed rijdt door de stad Bindisi, Darfoer. AP2007

Onder leiding van sjeik Musa Hilal maakten de Janjaweed zich vanaf 2003 op grote schaal schuldig aan etnische zuivering, oorlogsmisdaden tegen de burgerbevolking en plundering; verkrachtten en vermoorden ze duizenden Soedanezen en verdreven ze er 2 miljoen uit hun woonplaats, en belemmerden ze ook nog eens de levering van noodhulp.  

Pas in 2008, vijf jaar later dus, zou Al-Bashir de VN toelaten in Darfoer.  

Net zoals de NISS opereerden ook de Janjaweed in een klimaat van totale straffeloosheid. Musa Hilal zelf verklaarde in een interview met HRW dat de Janjaweed bewapend en aangestuurd werden door het Soedanese leger. “De regering staat aan onze kant, dus je hoeft niets te vrezen”, zo citeert iemand uit Hilals kringen de warlord tijdens een gesprek met HRW.

Zelf heeft Al-Bashir altijd alle mogelijke betrokkenheid van de staat bij de Janjaweed ontkend - volgens hen is het gewoon een zootje ongeregeld - hoewel op z’n minst hun samenwerking evident is. Alleen al het door HRW gerapporteerde patroon van aanvallen in Darfoer, waarbij dorpen eerst met luchtbombardementen met de grond gelijk gemaakt werden en de Janjaweed vervolgens het voetwerk deden, wijzen op zijn minst op structurele samenwerking.  

Bovendien onderhielden regeringsfunctionarissen en legergeneraals dagelijkse contacten met de stamhoofden die de milities aanstuurden. In The Guardian getuigde Mustafa, een ex-Janjaweed, in 2004 over legerhelikopters die wapens en proviand kwamen aanvliegen. Eén regeringssoldaat vertelde HRW zelfs dat Soedanese legertrucks in 2003 plunderwaar - kleren, meubels en vee - tot aan de kampen van de Janjaweed-stammen brachten.

Als klap op de vuurpijl werd Hilal, na jaren van internationale verontwaardiging, in 2008 benoemd tot hoofdadviseur van Binnenlandse Zaken. Aan dat bondgenootschap is (zoals zovele andere die Al-Bashir ooit aanging) intussen wel een einde gekomen: Hilal werd eind 2017 opgepakt in het noorden van Darfoer na schermutselingen tussen zijn milities en het Soedanese leger.  

Les 4: Never change a winning team (maar geef het wel nieuwe uniforms)

Tijd voor oude bondgenoten in nieuwe pakken, moet Al-Bashir in 2013 gedacht hebben, en dus richtte hij de Rapid Support Force (RSF) op. Hoofdaanklager Fatou Bensouda van het Internationaal Strafhof noemde hen “de nieuwste incarnatie van de Janjaweed”.

Daarnaast zijn het ook de antimigratietroepen van Bashir.

De RSF werd opgericht als militair antwoord tegen de telkens weer oplaaiende gewapende opstanden in o.a. Darfoer, en staat onder het bevel van de inlichtingendiensten. Bij de operaties die de RSF uitvoeren, tekent zich het welbekende patroon af: terwijl het Soedanese leger voor luchtsteun zorgt, voert de RSF het werk op de grond uit - soms zelfs in samenwerking met overblijvende Janjaweed-milities.  

HRW onderzocht de twee eerste gewapende campagnes van het RSF in Darfoer, en besloot op basis van 151 getuigenissen dat “de RSF en andere Soedanese regeringstroepen zware schendingen van de internationale mensenrechten en het humanitair recht begaan hebben”.

Voor wie vertrouwd is met de methodes van de Janjaweed, klinkt de lange lijst van beschuldigingen al even bekend in de oren: burgers op de vlucht jagen, hele dorpen uitmoorden, waterputten vernietigen, plunderingen en groepsverkrachtingen. “Veel burgers werden gedood door het RSF toen ze weigerden hun huizen te verlaten of hun vee op te geven, of wanneer ze RSF-strijders probeerden te verhinderen om hen of hun familie te verkrachten”, constateerde HRW. Het rapport heeft het over oorlogsmisdaden die systematisch en op grote schaal worden uitgevoerd.

De resten van een verbrande burgerwoning in Darfoer, 2005. Hier zijn de Janjaweed geweest. AP2005

In 2014 meldde The Enough Project, dat wereldwijd onderzoek doet naar genocide, dat de nieuwe staatsmilities geleid worden door Soedanese legergeneraals en topfiguren van de Janjaweed. “Na jaren waarin het regime zichzelf probeerde te distantiëren van deze terreurtroepen, doet het nu zelfs niet eens meer de moeite om de associatie met deze oorlogsmisdadigers te verbergen”, merkte Enough toen op.  

In een rapport van mei 2014 vertelden VN-medewerkers hoe de RSF in maart van dat jaar burgers verkrachtten en vermoordden en voor hun ogen een vluchtelingenkamp platbrandden, allemaal in Khor Abeche in het zuiden van Darfoer. Zij bevestigden het categoriek: het ging om regeringstroepen.

Al-Bashir blijft zich gedragen alsof hij onaantastbaar is. Hij is het ook gewoon

De Soedanese ambassadeur in Washington ontkende de bevindingen van Enough en het Internationaal Strafhof. “De RSF zijn heel gedisciplineerde troepen.”

Niet dat die rapporten de RSF, of het Soedanese regime, op andere ideeën brachten. In 2016 nog voerden ze minstens twee militaire operaties uit, waaronder één tegen de inwoners van de stad Ed Damazin. Ze waren in opstand gekomen tegen… de brutale methodes van de RSF.

Laat het nu net de RSF zijn die aan de Soedanese landsgrenzen patrouilleren, op zoek naar migranten die ze kunnen uitleveren aan de staat. “De EU zou de RSF beter bedanken”, sneerde RSF-commandant Mohamed “Hemeti” Hamdan Dagalo in 2016. Hij zei toen ook met zoveel woorden dat de RSF voor de EU optreden tegen mensensmokkel van Soedan naar Libië.

Al sinds 2009 slaagt Al-Bashir erin op vrije voeten te blijven, ondanks twee internationale aanhoudingsbevelen van het Internationaal Strafhof. Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

Discreet is de RSF allerminst over die antimigratie-operaties. In de Soedanese pers duiken geregeld berichten op over het aantal migranten dat daarbij onderschept wordt, en hun nationaliteit. Daarbij onderstrepen de bevoegde generaals ook hun loyaliteit aan president Al-Bashir.  

En Al-Bashir, die blijft zich, net zoals de voorbije dertig jaar, gedragen alsof hij onaantastbaar is.  

Hij is het ook gewoon.