Meest recent

    Voor de film was er het boek: waarom u “Call me by your name” moet lezen

    In 2007 schreef André Aciman de zinderende liefdesroman “Call me by your name”, nu verfilmd door Luca Guadagnino en vanaf vandaag te zien in de zalen. Aciman is een joods-Egyptisch-Amerikaanse auteur van nog meer bijzondere Proustiaanse boeken.  

    De roman “Call me by your name” werd voor film bewerkt door James Ivory, bekend van uitmuntende literatuurverfilmingen als “A room with a view”, “Howard’s End” of “The remains of the day”.  André Aciman was daar niet bij betrokken, naar verluidt las hij het script zelfs niet, maar hij speelt wel een bijrolletje in de film. Het script werd overigens net bekroond met een Writers Guild Award. Maar wie is die André Aciman?

    Sigrid Estrada

    Jood in Egypte

    André Aciman doceert literatuur aan de City University of New York. Hij werd in 1951 geboren in Alexandrië, toen nog een kosmopolitische stad in het noorden van Egypte, waar in de oudheid de beroemde bibliotheek stond, één van de zeven wereldwonderen. Over zijn kleurrijke kindertijd in een nu verdwenen wereld schreef Aciman het sensitieve "Uit Egypte" (1995). 

    Zijn joodse voorouders moesten vluchten uit Spanje, uit Turkije en tenslotte uit Egypte. Zelf vertrok Aciman op z’n 15e uit Alexandrië naar Rome en emigreerde vervolgens naar New York. Die geschiedenis van vlucht, voorlopig verblijf en veeltaligheid (Frans, Italiaans, Grieks, Arabisch en  Ladino, de taal van de sefardische joden) doordesemt z’n hele werk. Zoeken en verdwalen zijn kernbegrippen bij Aciman. 

    Ik schrijf over ballingschap, herinneren en het verstrijken van de tijd.

    "Een typische joodse tijdrekker", noemt Aciman zichzelf: “Wat misschien was en had kunnen zijn heeft meer betekenis dan wat er is”. 

    Het madeleintje van Proust

    Het mag dan ook niet verbazen dat Aciman, in het Frans opgevoed, een groot bewonderaar van de Franse schrijver Marcel Proust is, over wie hij trouwens lesgeeft in de States.  In “Alibi’s. Essays over elders” beschrijft hij een ervaring die aan het madeleintje van Proust kan tippen: de lavendelaftershave van zijn vader slingert hem naar andere tijden, andere plekken.  

    Bitterzoete bestseller

    Zijn meest succesvolle roman, aan de boezem gedrukt door pers en lezers, is “Noem me bij je naam” uit 2007. Een zinnelijk en koortsig verslag van een verliefdheid, met als protagonisten de Italiaanse Elio van 17 en Oliver, een Amerikaanse vriend des huizes van 24. De honingkleurige zomer aan de Italiaanse Rivièra zindert van verwachting en verlangen. Maar onderhuids sluimert al het verlies.  

    Perzik

    Zonder in detail te treden: de jongens zijn ook creatief met een perzik. Waardoor de lezer daarna nooit meer op dezelfde manier naar de vrucht kijkt. Er is trouwens wat discussie (pas op: spoiler alert) of die scene in de film goed is weergegeven.

    Hoe dan ook, de perzik staat symbool voor het verdwijnen van de grenzen tussen twee geliefden. Iets was Aciman in volzinnen vat. Of wat dacht u van deze passage:

     “Wilde ik zo zijn als hij? Wilde ik hem zijn? Of wilde ik hem alleen maar hebben? Of zijn "zijn" en "hebben" volslagen ontoereikende werkwoorden in de warrige verstrengelingen van het verlangen, waarin het een en het hetzelfde is om het lichaam van de ander te kunnen aanraken en die ander, die we zo graag willen aanraken, te zijn, alleen maar de beide oevers van een rivier die van jezelf naar die ander stroomt, terug naar jezelf en opnieuw naar de ander in die eeuwige kringloop waarin de kamers van het hart, als de valluiken van het verlangen, en de wormgaten in de tijd, en de lade met valse bodem die we identiteit noemen, een bedrieglijke logica gemeen hebben volgens welke de kortste afstand tussen het echte leven en het ongeleefde leven, tussen wie we zijn en wat we willen, een wenteltrap is, ontworpen met de duivelse wreedheid van M. C. Escher.”