© IWM (Q 86884)

100 jaar geleden: Duitsers opnieuw in de aanval tegen de Russen

In deze rubriek brengen we de grote en kleine gebeurtenissen tijdens de Eerste Wereldoorlog, deze week van 14 tot 20 februari 1918. Voor Duitsland is de wapenstilstand met Rusland voorbij en Duitse troepen rukken ongehinderd Rusland binnen. De Russen willen nu ineens toch een vredesverdrag ondertekenen.

Voor Duitsland is de wapenstilstand aan het Russische front op 18 februari afgelopen.

Vorige week verklaarde de Russische volkscommissaris Trotski dat Rusland eenzijdig de oorlog stopt, maar weigert een vredesverdrag met de Centralen te tekenen. 

De Duitse legerleiding merkt nu op dat daardoor de staat van oorlog met Rusland niet beëindigd is. Integendeel. De wapenstilstand van 15 december was er om vredesonderhandelingen te houden. Door weg te lopen van die onderhandelingen zeggen de Russen de wapenstilstand op, aldus de Duitse mededeling.

"Duitsland haalt de wapens weer boven, de Russen hebben hun tijd opgebruikt". Karikaturen van T.E. Powers in The Washington Times, 20 en 23 februari 1918 (Library of Congress)

Het valt op dat deze ijskoude redenering komt van de Duitse legerleiding, niet van de regering. Eens te meer lijken de generaals het laatste woord te hebben in Duitsland.

Opmerkelijk is ook dat Oostenrijk-Hongarije zwijgt. De hervatting van de vijandelijkheden geldt alleen voor de Duitse troepen. 

Duitsers rukken ongehinderd Rusland binnen

Op de middag van 18 februari hebben meer dan vijftig Duitse divisies de bestandslijn met Rusland overschreden. 

Zoals verwacht ondervonden ze nauwelijks verzet. De Russische legers aan het vroegere front zijn overal gedemobiliseerd. De weinige troepen die er nog zijn, trekken zich snel terug om niet krijgsgevangen te worden gemaakt. 

Duitse militairen met buitgemaakte Sovjet-vlaggen met als tekst "Lang leve de Democratische Republiek en de Internationale" © IWM (Q 86863)

Dit nieuwe Duitse “offensief” (sommigen spreken eerder van een wandeling…)  krijgt officieel de naam Operatie “Faustschlag’ (vuistslag). 

In de Baltische regio bezetten de Duitsers al na één dag de stad Dvinsk (Daugavpils in het Lets of Dünaburg in het Duits), een belangrijke verkeersknooppunt. De Russen zouden tevergeefs gepoogd hebben de bruggen over de Dvina (Daugava of Düna) te vernietigen.  De Duitsers rukken verder op naar het noorden.  

Uit het foto-dagboek van de Duitse onderofficier Wilhelm Hossdorf uit Keulen, die deelnam aan de inname van Dûnaburg. Uit een tijdschrift knipte hij foto's van Dünaburg, Russen en Duitsers samen en Joden in de stad (Europeana 14-18)

Rond dezelfde tijd is in de Oekraïne de stad Luzk (Pools Luck) zonder slag of stoot in Duitse handen gevallen. De onafhankelijke Oekraïense regering heeft intussen officieel Duitslands steun gevraagd om de bolsjewistische invasie het hoofd te bieden. 

Intussen blijkt ook in Klein-Azië de wapenstilstand voorbij te zijn. Turkse troepen rukken op richting Kaukasus, terwijl de Russen zich terugtrekken. 

Door de Russen achtergelaten wapentuig en een door hen verwoeste brug. Uit het foto-dagboek van de Duitse onderofficier Wilhelm Hossdorf uit Keulen, Europeana 14-18

Rusland wil dan toch vredesverdrag ondertekenen

Nauwelijks een dag na de beëindiging van de wapenstilstand heeft de Russische regering bakzeil gehaald. De Raad van volkscommissarissen, zo zegt een door Lenin en Trotski ondertekend radiotelegram aan Berlijn “ziet zich in deze omstandigheden zich formeel genoodzaakt een vrede te ondertekenen onder de door de afgevaardigden van de Vierbond in Brest-Litovsk gedicteerde voorwaarden”. 

Van links naar rechts: Rusland laat zich door Duitsland de mond snoeren (uit het Russische satirische tijdschrift Mucha),  de Russische beer is een muis geworden en  Lenin rolt de rode loper/berenvel uit voor Duitsland (The Brooklyn Daily Eagle, 20 en 26-02-1918)

De Duitse minister van Buitenlandse Zaken von Kühlmann kondigde dit triomfantelijk aan in de Duitse Rijksdag.  Von Kühlmann zei echter niet de indruk te willen geven “dat alles nu glad en helder is, alsof wij vrede met Rusland op zak hadden”. Hij vraagt eerst schriftelijke bevestiging. 

Voor de Geallieerde pers is het duidelijk dat de Duitsers geen haast hebben om een punt te zetten achter hun veroveringstocht. 

In Petrograd heerst intussen een panieksfeer, hoewel de Duitsers nog altijd 500 km van de hoofdstad verwijderd zijn. Er worden maatregelen genomen om de stad te evacueren. De Russische vloot in de Baltische havenstad Reval (Talinn) is vertrokken naar Kronstadt bij Petrograd. 

"Het arme hondje Trotzky liet zich door Duitsland tot kunstjes verleiden en krijgt nu slaag". Stripverhaaltje uit The Washinton Times, 24 februari 1918)
Duitsland wil niet dat  de Russen het vredesduifje laten vliegen en paniek in Petrograd nu de Duitsers naderen. Voorpagina's van het satirische Poolse weekblad Muchy (De Vlieg), 27 januari en 23 maart 1918.

Rusland schakelt over op Gregoriaanse kalender

In Rusland is vanaf 14 februari de Gregoriaanse kalender in voege. De dag daarvoor was het er officieel nog 31 januari. 

De Raad van volkscommissarissen besliste een week eerder om de “West-Europese kalender” in te voeren. De Russische kalender moest daarvoor een achterstand van 13 dagen inhalen. Het is maar één van de vele moderniseringen die de bolsjewieken aan het doorvoeren zijn. 

De in 1582 door paus Gregorius XIII ingevoerde kalender werd eeuwenlang afgewezen door de orthodox-christelijke landen (en aanvankelijk ook de protestantse landen), maar hij volgt wel nauwkeuriger de seizoenen, door in 400 jaar 3 schrikkeldagen te laten vallen. 

Allang voor de Bolsjewieken aan de macht kwamen, gebruikte hun partijblad  Pravada de 2 data, zoals hier 8 mei en 25 april 1917 (tussen haakjes staat'cr', een afkorting voor  старый of oud).

De meeste Russische gebiedsdelen die niet onder sovjet-controle zijn, volgen die maatregel niet. Wel is de Oekraïense Centrale Rada van plan om naar de Gregoriaanse kalender over te stappen. In het door de Duitsers bezette Litouwen is de verandering met een dag vertraging ingevoerd. 

Alleen Griekenland, Roemenië, Servië en Montenegro gebruiken nog de Juliaanse kalender, zoals die in de 1e eeuw voor Christus door Julius Caesar is ingevoerd. De kalenderwijziging in Rusland geldt alleen voor burgerlijk gebruik. De Russisch-Orthodoxe Kerk zal haar feestdagen blijven vieren volgens de oude kalender. Kerstmis wordt dus op 7 januari gevierd.

Een "Lenin-kalender" uit 1922.. In de jaren vlak na de oorlog zullen ook de overblijvende orthodoxe landen de Gregoriaanse kalender invoeren.

Litouwen roept onafhankelijkheid uit

Litouwen beschouwt zich sinds 16 februari als een onafhankelijke staat. Tot dan was het formeel een deel van Rusland.

Die dag ondertekenden alle twintig leden van de Litouwse Raad in Vilna (Vilnius in het Litouws) de ‘Akte van het herstel van de Litouwse onafhankelijkheid’. 

De Akte beroept zich op het zelfbeschikkingsrecht der volkeren en op democratische principes. De onafhankelijkheid wordt beschouwd als het herstel van de Litouwse staat, die al sinds 1253 bestond, maar in de 16de eeuw een unie met Polen aanging en in de 18de eeuw, als gevolg van de Poolse Delingen, door Rusland werd geannexeerd. 

De oorspronkelijke tekst van de akte en de leden van de Litouwse Raad

De Litouwse Raad was in september vorig jaar gekozen door een nationale conferentie. Dat gebeurde met instemming van de Duitse bezetter. 

Litouwen is sinds 1915 door de Duitsers bezet. Het Duitse opperbevel, en  dan vooral de energieke generaal Max Hoffmann, heeft sindsdien de emancipatie van de Litouwers sterk bevorderd, zowel cultureel, bestuurlijk en economisch.  Bedoeling was uiteraard ze van Rusland te laten afscheiden. 

Duitsland aanvaardt ook dat de oude Litouwse hoofdstad Vilna de hoofdstad van de nieuwe staat wordt, hoewel er in Vilna veel meer Polen (en nog meer joden) wonen dan Litouwers.

Duitse militaire parade in de Litouwse stad Kaunas/Kowno in september 1915

De Litouwse Raad had al twee keer eerder een onafhankelijkheidsverklaring goedgekeurd, maar die botste op een Duits veto.

De oorspronkelijke tekst was door de Duitsers zelf opgesteld en sprak van “een hecht en permanent bondgenootschap met Duitsland”. De leden van de Raad hebben die bepaling steeds meer uitgehold, tot ongenoegen van de bezetter. Uiteindelijk staat er enkel dat de betrekkingen met andere landen moet worden geregeld door een nog te kiezen grondwetgevende vergadering. 

Litouwen zal hoe dan ook deel uitmaken van de grote Duitse invloedssfeer die er zich in Midden-Europa aan het vormen is. 

Duitse militairen bij het station van Vilnius

Polen woedend

Overal in Polen is geprotesteerd tegen het recente vredesverdrag met de Oekraïne. Dat verdrag geeft immers een stuk van het voormalig Russisch-Polen aan de nieuwe Oekraïense Volksrepubliek. Ook de opname van overwegend Poolse gebieden in het nieuwe Litouwen vindt geen genade.

In Warschau, de hoofdstad van het door de Centralen opgerichte (en bezette) Koninkrijk Polen, is een algemene staking gehouden. De winkels en de universiteit bleven drie dagen gesloten. Als reactie heeft de Duitse gouverneur-generaal de stad een boete van 250.000 mark opgelegd.

Betogers in de straten van Krakau

Ook elders is geprotesteerd, met optochten of met rouwdiensten in de kerk. Zelfs in Posen (Poznan), dat tot Duitsland behoort, is een optocht met zwarte vlaggen gehouden. 

De Poolse regering van Jan Kucharzewski, door de Geallieerden beschouwd als een marionettenregering van de Duitsers, heeft ontslag genomen.

 

Oproep in Wiarus, het blad van de Poolse eenheden in Duitse dienst, aan de Poolse militairen om in deze moeilijke omstandigheden het hoofd koel te houden. De oproep van 15 februari 1918 is ondertekend door de Poolse regentschapsraad (Polona, Poolse nationale bibliotheek).

Ook de grote Poolse bevolking in Oostenrijk, met name in Galicië, toont zijn ongenoegen. In de Galicische stad Krakau is een protestbijeenkomst gehouden. Belangrijk gevolg is dat de Poolse afgevaardigden in de Oostenrijkse Rijksraad niet langer de regering in Wenen zullen steunen, waardoor die regering niet langer een meerderheid heeft.

Tot nu toe steunden de Oostenrijkse Polen de regering vanwege het plan om de Oostenrijkse keizer Karel tot koning van Polen te maken, zodat ze nauwe banden met de rest van Polen zouden krijgen. Karel was vrij populair onder de Polen. Ook de regering-Kucharewski stond achter het plan.

Jan Kucharzewski

Crisissfeer bij wijziging Britse legertop

Generaal Sir William Robertson is ontslagen als chef van de Generale Staf van het Britse Rijk (Imperial General Staff). Hij wordt opgevolgd door generaal Sir Henry Wilson, de Britse militaire vertegenwoordiger bij de Opperste Geallieerde Oorlogsraad in Versailles.

Het ontslag heeft te maken met de recente beslissing van de Geallieerde regeringen om die Geallieerde Oorlogsraad meer zeggenschap te geven over de verschillende legers. Dat zou een eerste stap zijn naar een gemeenschappelijk opperbevel, hoewel er vooralsnog geen sprake is om het gezag van de opperbevelhebbers ten velde aan banden te leggen. Het gaat vooral om te beslissen waar reservetroepen kunnen worden ingezet. 

Robertson was meer dan twee jaar chef van de Generale Staf en kreeg in die functie veel macht. Die moest hij nu voor een deel aan de Geallieerde Oorlogsraad afstaan. Hij kreeg de keus: zijn beperkte bevoegdheden aanvaarden of zelf vertegenwoordiger in Versailles worden. De koppige Robertson weigerde te kiezen. 

Bovendien had generaal Robertson een andere strategische visie dan premier Lloyd George. Hij wilde de inspanningen concentreren op het Westelijk Front, terwijl Lloyd George veel belang hecht aan de oorlog tegen de Turken en in Italië. Mogelijk is Robertson ook benadeeld door zijn nederige afkomst. Als zoon van een kleermaker begon zijn militaire carrière als gewoon soldaat, vrij uniek voor een Brits generaal.

Het ontslag verergert de crisissfeer die al een tijd in de Britse politiek hangt. Lloyd George kreeg in het parlement kritiek omdat de Geallieerde Oorlogsraad rechtstreeks gezag zou krijgen over het Britse leger. De vele tegenstanders van Lloyd George maken hiervan gebruik om het hem moeilijk te maken. 

Sir Henry Wilson, een telg uit een familie van protestantse grootgrondbezitters uit Ierland, is precies een warm voorstander van Geallieerde samenwerking.  Generaal Wilson is al de hele oorlog – en zelfs al voor de oorlog  - belast geweest met contacten met het Franse leger. Daardoor raakte hij bevriend met de Franse generaal Ferdinand Foch, die nu militaire coördinator van de Oorlogsraad in Versailles is geworden. 

Karikatuur uit het Nederlandse tijdschrift De Toekomst (2 maart 1918)

Nieuwe Duitse aanval in Nauw van Calais

Een groep Duitse torpedojagers deed in de nacht van 14 op 15 februari een aanval op de schepen van de Dover Patrol in het Nauw van Calais. Ze kwamen meer dan waarschijnlijk uit Zeebrugge.Het was van vorige lente geleden dat een dergelijke aanval nog had plaatsgevonden. De Britten waren dan ook vrij verrast.

Britse drifters (gewapende kleine schepen naar het model van vissersboten) maakten jacht op een onderzeeër toen ze werden aangevallen. Zeven drifters en een trawler werden tot zinken gebracht. Enkele oorlogsschepen reageerden en ook vanaf Dover werden kanonnen afgevuurd. Maar de Duitse schepen ontkwamen meteen.

De dag daarvoor had een Duitse onderzeeër een aanval op Dover gedaan. In drie minuten vuurde hij dertig granaten af. Er werden enkele huizen getroffen. Eén kind werd gedood, drie andere kinderen, een vrouw en drie mannen gewond. 

Een vloot drifters verlaat de haven van Dover (IWM) © IWM (Q 18222)

Reacties op “staking” Belgische magistratuur

De deportatie van Belgische magistraten, gevolgd door de staking van de hele rechterlijke macht, is wereldnieuws.In veel landen is gedemonstreerd uit solidariteit met de Belgische rechters. Zelfs in Egypte hebben de advocaten hun steun betuigd.  

Ook in het neutrale Nederland zijn er protestvergaderingen gehouden. De gezaghebbende Nieuwe Rotterdamsche Courant schrijft dat België in een toestand van “rechteloosheid en rechtsonzekerheid” is beland, zoals de geschiedenis wellicht nog niet eerder heeft aanschouwd. Volgens de krant hebben 75.000 Nederlanders die in België verblijven de hoop uitgedrukt dat hun regering zal protesteren tegen Berlijn. 

De Franse historicus Jacques Bainville schrijft in de extreem-nationalistische ‘L’Action française’ dat de hele gebeurtenis ooit geschiedschrijvers en dichters zal inspireren. Hij vergelijkt ze met de opstand van de Nederlanden in de 16de eeuw, een verhaal dat de Duitsers goed kennen, zo merkt hij op. 

Zelfs in Duitsland heeft de progressieve kwaliteitskrant ‘Frankfurter Zeitung’ kritische opmerkingen gemaakt over het Duitse gouvernement-generaal in België.

De Belgische regering in Sainte-Adresse bij Le Havre heeft een verklaring verspreid waarin ze lof uit over de “moedige houding der magistratuur, die niet heeft geaarzeld de toepassing der wetten te requireeren tegen de slechte burgers” die het “misdadig doel”  hadden “het land in stukken te scheuren”. Ze roept op “de strijd voort te zetten voor het bevrijden van het grondgebied en de volledige herstelling (sic) van onafhankelijk België”.

Deze regeringstekst is via het Belgische gezantschap in Den Haag overgenomen door Nederlandse kranten. De Duitse overheid heeft verboden die kranten in België te verspreiden, maar ze gaan van hand tot hand en de tekst wordt overgenomen door de lokale sluikpers. 

De Duitse gouverneur-generaal von Falkenhausen heeft in een brief aan het Hof van Cassatie het optreden van de Duitse overheid verdedigd.  De gouverneur-generaal verwijt het Hof aan politiek te doen. 

Joffre opgenomen in de Académie française

Maarschalk van Frankrijk Joseph Joffre is tot lid van de befaamde Académie française gekozen. Het is bijna anderhalve eeuw geleden dat nog een maarschalk die eer te beurt viel. De vroegere opperbevelhebber en overwinnaar van de Slag aan de Marne (1914) werd unaniem  - met één onthouding - verkozen. President Poincaré, die ook lid is van de Académie, was bij de stemming aanwezig.

Links, Joffre tussen de zes andere maarschalken die ooit in de Académie zijn opgenomen. Rechts onder de leden van de Académie bij de stemming. Excelsior, 14 en 15 februari 1918. De 15e meldt de krant ook de terdoodveroordeling van Paul Bolo, alias Bolo Pacha